Leestijd: 8 minuten

Marion Haarsma reisde af naar Bretagne. Niet heel ver weg en toch heel anders dan duiken hier. Wat bedoeld was als een fotoreis neemt al snel een andere wending: de camera ligt nog thuis. Toch komt het goed. Een verhaal over oplossingen, genieten onder en boven water en prachtige vondsten.

Bretagne is een fantastisch land, zowel boven- als onderwater. De bedoeling was dan ook om tijdens deze week heel veel foto’s te gaan maken. Maar ‘schrik’: bij aankomst op de camping kom ik erachter dat ik mijn hele cameratas vergeten ben. In de tas zit alles: een camera in onderwaterhuis, twee flitsers, twee lampen, een duikcomputer en een kompas. En nog een tasje met onderhoud en reservespulletjes, zoals flitserkabels. Dat is goed voor een nacht niet slapen, piekeren hoe dit op te lossen.

 

De boothelling bij Lanveoc

 

Solidariteit

Ik heb veel opties als oplossing, maar niet een die echt werkt: de cameratas laten opsturen met FedEx? Dat duurt drie tot vier dagen, dan zijn we alweer bijna thuis. Proberen met de reservecamera en reserve-onderwaterhuis en de derde flitser iets te doen? Zonder flitserkabel een hopeloos geval? De flitser op TTL zetten? Dat lijkt een goed idee en bovenwater gaan de testen bijzonder goed, helaas onderwater niet… ook niet dus. Eigenlijk gaat het veel beter met het bijschijnen met de lamp van mijn buddy, maar die wil natuurlijk zelf ook wel graag duiken.

 

Aan het eind van de eerste duikdag en twee duiken verder heb ik foto’s gemaakt met wisselend succes. Gelukkig moest een van de duikers weer naar huis. Hij had zo’n medelijden met mij dat hij een lamp en een flitser aanbood. Hij had ook nog een flitserkabel, maar geen dopje voor de aansluiting op het onderwaterhuis. Ook die kleine dingetjes lagen thuis, in Zeeland. Gelukkig had zijn buddy wel een dopje te leen, hoera!

 

Spirograaf

 

Om het geheel wat makkelijker te maken, kreeg ik ook een soort buddylijn mee om het een beetje bij elkaar te houden. Natuurlijk ook een veiligheidsmaatregel, om ervoor te zorgen dat ik niet ook nog zijn flitser zou verliezen! Om het te vieren gingen we met z’n allen uit eten. Erg leuk om de solidariteit van de duikers en fotografen mee te maken! Normaal gesproken haat ik het om spullen te lenen, maar daar was ik al snel overheen, ik had gewoon geen keuze.

 

Duiken

De volgende dag: op naar wat kantduiken en een stukje zwemmen vanaf het strand naar de pijlers bij Lanveoc. Daar hadden we de eerste duikdag al leuke dingen gevonden. Het stikte er van de halfwas sepia’s, die kwamen kijken wat we aan het doen waren. Ook hadden we de eerste dag al een octopus gezien, maar die verstopte zich snel. De lipvissen dartelden om ons heen en mijn buddy zocht (en vond) slakjes. Om een of andere reden had ik mijn 60mm lens van Olympus mee, die ik eigenlijk wilde verkopen, met port en al, speciaal voor de kleine slakjes.

 

De wrattige gorgoon

 

Ook ben ik zeer geïnteresseerd in de vele wasrozen: die zitten veel in Bretagne. Allemaal met symbiosekrabjes, de gladde sponspootkrabjes en (tromroffel) de kleine tropisch uitziende garnaaltjes! Dit klinkt allemaal prachtig en dat is het ook, totdat ik de foto’s terugkeek en zag dat er meestal een stukje flitserkabel voor de lens hing, midden in het beeld! Nou was dat duiken met mijn ‘handen vol’ al niet makkelijk en nu moest ik ook nog leren om met mijn rechterhand niet alleen het onderwaterhuis, maar ook de flitserkabel vast te houden en scherp te stellen en afdrukken, hmm…

 

Handig

De volgende dag duiken we bij de pier. Eigenlijk is het een boothelling midden in het haventje, dus niet de ideale duikstek. Maar het hoogseizoen was over en op een doordeweekse dag was het niet druk. De pier is oud en aan de zijkant zit het vol met gaten en die zijn juist zó leuk! Ik werd steeds ‘handiger’ – met mijn ‘met volle handen’ fotografie en heb genoten! Visjes, congers, gehoornde slijmvisjes, de gladde wratslak (Doris verrucosa) en klap op de vuurpijl, een prachtige spirograaf, een hele grote kokerworm!

 

De gladde wratslak

 

Omgeving

Natuurlijk zijn we niet helemaal naar Bretagne gegaan om alleen te duiken, er is nog zoveel te doen! Meteen de tweede dag gingen we naar Camaret- sur-Mer. Vroeger hebben we daar veel gelogeerd en gedoken met de Club Leo la Grange. Helaas zijn ze gestopt met duiken en zijn de boten bijna allemaal verkocht. Ik zag er nog een in de haven liggen. Vlak achter het dorp is een stuk land met een paar honderd Menhirs, de grote mysterieuze stenen, waar Bretagne vol mee ligt. Flessen vullen lukt in Morgat, een klein dorp bij Crozon. Dat is zo’n beetje de hoofdstad van de streek. Het is niet makkelijk om in de haven te komen. Je moet illegaal meeliften achter een auto aan die wel toegang heeft, met het risico op een boete van 120 euro. Daarna is er nog een dubbele slagboom, maar dan zie je de duikschool. Je kunt je melden tussen 11.30 en 12.00 voor vullen, maar ze kijken wel eerst even naar de keuringsdatum in de flessen.

 

Een Bretonse dahlia bij Morgat

 

Als je er dan eenmaal bent en volle flessen hebt, is er naast de duikclub een klein strandje, waar het heel leuk duiken is. Na een stukje snorkelen ligt er op drie meter een verzonken bouwsel in de baai. Het is prachtig begroeid en je kunt overal in en onder kruipen. De onderkant is helemaal bedekt met juweelanemoontjes, hier en daar hangt wat gorgoon en soms zit er een zeedahlia. Ook zag ik wasrozen en ze zaten vol met de geliefde garnaaltjes. Ik kon op mijn gemak fotograferen, ik voelde me in de ‘garnalen’hemel!

 

Hoogtepunt

Maar het hoogtepunt is de nachtduik in het haventje van Lanveoc. Nu zitten de gaten in de pier vol met oprolkreeftjes, maar we zwemmen verder, over het zeegras, op zoek naar kale zandplekken. Daar zit het vol met heremietkreeftjes, die gebogen gaan onder enorme anemonen op hun schelp, kleine spinkrabjes, pijlinktvissen, zeekomkommers, van alles! Met de geleende lamp om mijn arm kan ik zelf rondschijnen en foto’s maken en controleren. Foto overbelicht, flitserarm (mijn eigen arm) naar achteren. Foto te donker, flitser dichterbij. De instellingen van de camera kon ik niet veranderen, ik moest het doen met wat ik had, een uitdaging… Ik zag dat de inktvis flinke slagschaduw had, dus flitserarm hoger. Soms flitste ik in mijn eigen gezicht, dus flitserarm in het donker wegdraaien!

Het hoogtepunt van deze duik zijn de twee langsnuitzeepaardjes, vrouwtje en mannetje, zo mooi! Ik kan alleen maar genieten van het moment en foto’s maken, natuurlijk.

 

Langsnuitzeepaardje (Hippocampus guttulatus) 

Het langsnuitzeepaardje is een soort uit het geslacht Hippocampus uit de familie van de zeenaalden. In de Oosterschelde komen zeenaalden voor, maar (nog) niet de langsnuit, gelukkig wel het kortsnuitzeepaardje. Na vele jaren zoeken in Bretagne, heeft mijnbuddy de langsnuit eindelijk gevonden. Gelukkig was het een paartje, zowel het mannetje als het vrouwtje. De kleur is bruin tot lichtbruin met vele lichtere tot witte stipjes over het hele lichaam. Deze soort is te herkennen aan de relatief lange, rechte snuit, die meer dan een derde van de koplengte beslaat. Ook heeft deze soort vele onregelmatige uitsteeksels aan de achterzijde van de kop tot de rugvin, die dienen ter camouflage. Net als alle zeepaardjes heeft ook deze soort een grijpstaart. De totale lengte is ongeveer 12 tot 16 centimeter. Net als bij alle zeenaalden hebben de mannetjes een broedbuidel, waarin de eitjes worden afgezet door het vrouwtje en daarna bevrucht. De eieren komen hierin na enkele weken uit maar blijven in de buidel tot ze ongeveer 15 millimeter lang zijn, na 4 – 5 weken verlaten de jonge zeepaardjes de buidel. Tegen die tijd is het mannetje soms helemaal opgezwollen, met een enorme buik en hij heeft ook echte persweeën, tis sneu om te zien!

 

Juwelenanemoon (Corynactis viridis)

Dit is een klein anemoontje, maar makkelijk te vinden omdat ze de ondergrond massaal bedekken. Ook zijn ze fel gekleurd, vaak met dezelfde kleur bij elkaar. In dat geval zijn deze door ongeslachtelijke voortplanting uit één bloemdier voortgekomen. Het wordt gevonden in slecht verlichte locaties op rotsen, met name verticale rotswanden en in grotten. De tentakels van de juweelanemoon staan in drie kransen om de mond en hebben een verdikking aan het uiteinde. De kleur is erg variabel: groen, roze, wit, bruin, oranje en paars. Het is geen ‘gewone’ soort anemoon, maar een Corallimorpharia-soort. Eigenlijk is het meer verwant aan de rifkoralen, maar dan zonder het harde kalkskelet. Het wordt gevonden in de noordoostelijke Atlantische Oceaan en in de Middellandse zee. Helaas nog niet in Nederland…

 

Dodemansduim (Alcyonium digitatum)

Het is een zachte koraalsoort uit de familie van de lederkoralen (Alcyoniidae). In Bretagne wordt het volop gevonden, vroeger was het ook in Nederland, maar helaas steeds minder… Kolonies van dit gewone zachte koraal zijn variabel van vorm en vormen grote onregelmatige massa’s tot 250 millimeter hoog, meestal met een paar stompe ‘vingers’ die meestal meer dan 30 millimeter in diameter zijn. De poliepen steken uit gelobde, witte tot roze of oranje stammetjes naar buiten. De lobben trekken zich bij aanraking samen. De kleur varieert van wit tot dof oranje met af en toe geelachtige of bruinachtige kolonies, de poliepen zijn doorschijnend wit. De dodemansduim komt met enige regelmaat voor langs de Nederlandse kust, op plaatsen waar de dijkvoet met steenstort bekleed is en waar ook vrij veel stroming is, zoals in de Oosterschelde, en in mindere mate ook in de Grevelingen. Verder komt de soort voor in het Nederlands deel van de Noordzee, op enkele kilometers uit de kust, en dan alleen op plekken waar hard substraat aanwezig is, zoals scheepswrakken.

 

Gehoornde slijmvis (Parablennius gattorugine)

De gehoornde slijmvis is een vis uit de familie van de naakte slijmvissen (Blenniidae) en behoort tot de orde van baarsachtigen (Perciformes). De volwassen vis is gemiddeld 17,5 centimeter. De rugvin heeft 13 tot 14 stekels en 17 tot 20 vinstralen. De gehoornde slijmvis is een zoutwatervis, die leeft aan rotsige kusten in het oosten van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee. Deze vis komt vooral voor aan de kusten van Spanje en Portugal en aan de noord-, west- en zuidkust van Groot-Brittannië op een diepte van 3 tot 30 meter onder het wateroppervlak. De vis komt ook voor in de Noordzee, bijvoorbeeld aan de oostkust van Groot-Brittannië (Norfolk). Gelukkig is deze vis sinds het begin van deze eeuw steeds vaker in Zeeland te vinden. In Bretagne zijn ze minder schuw, zodra je wat aanraakt of zand in beroering maakt, komen ze meteen kijken. Niet dat ze de duikers zo leuk vinden, het gaat voornamelijk om te kijken of er wat te eten valt.

 

Duiken in Bretagne

Duiken in Bretagne is misschien niet de makkelijkste optie, maar de reis, de vulproblemen, het enorme verval in het getij, het is het allemaal waard! Bretagne is het grootste schiereiland van Frankrijk en de meest westelijke provincie. De regio grenst aan de noordkant aan Het Kanaal en aan de zuidkant aan de Atlantische Oceaan. De omliggende eilanden meegerekend heeft Bretagne meer dan 2500 kilometer kust. In het noorden en westen is de kust ruig en wild, met meestal kleine stranden in baaien tussen de rotsen. In het zuiden is de kust lieflijker met langere stranden. Bretagne kent een mild zeeklimaat, de zomers zijn zacht en matig warm. Je rijdt met de auto in een dag naar Bretagne. Deels tolwegen. Hou in het vakantieseizoen rekening met de zwarte zaterdagen, dan staan met name bij de tolpoorten lange files. Het mooiste duik je in Bretagne van voor- tot najaar. Je kunt er allerlei soorten duiken maken: bootduiken, kantduiken en stromingsduiken. Let op de Franse regels voor de keuring van flessen: jaarlijks een visuele inspectie en om de drie jaar een druktest.

De pijlers bij Lanveoc