Leestijd: 8 mins

De kleur van het water zegt niks over de kwaliteit. Als planten en dieren de hoeveelheid voedingsstoffen niet op kunnen, gaat het mis.

Wie in het zuiden van ons land duikt, of dat nu in Zeeland is of in een zoetwaterplas, duikt meestal in groen water. Verder naar het noorden hebben we ook plassen waar het water bruin is, als theewater. Deze plassen liggen meestal in veengebieden en dat is de reden waarom het water bruin wordt. De Vinkeveense plassen zijn daar een bekend voorbeeld van. In eerste instantie afgegraven voor de winning van veen, later voor zand om de Bijlmer te bouwen. In groene en bruine plassen zie je baars, snoek en snoekbaars rondzwemmen. Maakt het iets uit welke kleur het water heeft? Dat ligt eraan waar die kleur vandaan komt. Voor de soortenrijkdom is de zuurgraad van het water belangrijker dan de kleur. De zuurgraad is afhankelijk van de hoeveelheid kalk in het water. Daarnaast is natuurlijk de hoeveelheid vervuiling van groot belang voor wat er wel en niet in water kan leven.

 

Fosfaten en nitraten horen tot de belangrijkste vervuilers. Maar ook landbouwgif, lozingen van afvalwater en medicijnen dragen hun steentje bij. Eigenlijk is alles wat niet in de natuur thuishoort vervuilend. Ook vaste stoffen, denk maar eens aan het plastic dat in allerlei dierenmagen wordt teruggevonden of de spooknetten waarin veel dieren een langzame dood sterven.

 

Duiken in Nederland

Koraalriffen hebben kalk nodig voor de opbouw van hun skelet.

 

Zuur

Door de uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak vormen zich in de lucht zuren. Met name zwavelzuur en salpeterzuur. We hebben allemaal wel gehoord van zure regen maar deze stoffen slaan ook neer in de vorm van gas, hagel, sneeuw en mist. Met andere woorden, het hoeft niet te regenen om verzurende stoffen in het milieu te brengen. Hier komt de aanwezigheid van kalkverbindingen in het water om de hoek kijken. Opgeloste kalkverbindingen zijn in staat schommelingen in de zuurgraad van water op te vangen zodat het water niet te zuur wordt. Het water is “gebufferd”, zeggen we dan. Als er te weinig kalkverbindingen in het water aanwezig zijn, is het water zuur. Enkele diersoorten houden juist van zuur water maar de meeste kunnen er niet tegen. Veel vissen krijgen problemen met hun kieuwen. Eitjes van padden beschimmelen. Heel veel dieren hebben die kalkverbindingen uit het water nodig om hun skelet te bouwen. Denk maar aan de huisjes van slakken, de schelpen van mosselen of het skelet van zee-egels. En natuurlijk de koraalriffen.

 

Duiken in Nederland

Door de mens achtergelaten rotzooi, deze kreeft heeft een plastic beker als toevluchtsoord.

 

Fosfaten en nitraten zijn voor planten en dieren onmisbare voedingsstoffen. In een goed functionerend systeem worden deze voedingsstoffen verbruikt door de planten en dieren. In de landbouw worden deze stoffen gebruikt in de vorm van kunstmest. Door uit- en afspoeling komen fosfaten en nitraten in het grond- en oppervlaktewater terecht, in de plassen waar we duiken. Als er teveel van deze stoffen in het water zitten, gaan de waterplanten overmatig groeien. Prima toch, zou je zeggen, maar vroeg of laat zitten er zoveel voedingsstoffen in het water dat de planten deze niet meer kunnen opgebruiken. Het plankton heeft nu de kans om explosief te groeien. Dat maakt het water een ondoorzichtig groene erwtensoep. In dit troebele water kunnen de waterplanten niet meer overleven. Planten hebben immers licht nodig om te groeien. Langzaam verrotten ze. Voor de afbraak van de dode planten is veel zuurstof nodig en dat kan weer leiden tot zuurstofloos water. In zuurstofloos water kan zo goed als niets meer leven en het hele ecosysteem stort in elkaar. Dieren die graag gebruik maken van waterplanten als schuilgelegenheid of broedplaats zijn dan allang verdwenen. Voor planteneters is er niets meer te eten en voor duikers valt er niets meer te duiken. Wat overblijft is een kale zandvlakte in troebel water.

 

Het voedselrijker worden van water heet met een duur woord “eutrofiëring”. De onderverdeling in waterkwaliteit is als volgt:

  1. Oligotroof: voedselarm water.
  2. Mesotroof: matig voedselrijk water.
  3. Eutroof: voedselrijk water.
  4. Hypertroof: overmatig voedselrijk water.

 

Duiken in Nederland

Brasem, alleseter. Foto: Marion Haarsma

 

  1. Oligotroof water bevat weinig voedingsstoffen en er groeien weinig algen en planten. Er is niet zo veel leven maar het aantal verschillende soorten kan heel groot zijn. Omdat er weinig algen bloeien blijft dit type water helder. Denk aan bergbeekjes en bergmeren. In Nederland hebben we niet veel van dit soort wateren. De rivieren naderen hier hun eindpunt en hebben onderweg al voedingsstoffen opgenomen. Ook de tropische wateren zijn oligotroof. Laat je niet verwarren door de tropische riffen die in deze wateren groeien. De riffen zijn een ecosysteem op zich en het beste te vergelijken met een oase in een woestijn. Helaas worden deze oasen ook bedreigd door een onzichtbaar gas, namelijk CO2. Door verbranding van fossiele brandstoffen komt er te veel CO2 in de lucht. We weten allemaal dat dit een broeikasgas is. CO2 komt ook in het water terecht waar het wordt omgevormd tot koolzuur. Dit heeft een verzurende werking op het water. Inmiddels is de zuurgraad (Ph) van zeewater gedaald van 8.25 naar 8.14. Calciumcarbonaat (kalk) lost op in zuur water. Dit heeft gevolgen voor alle dieren die calciumcarbonaat gebruiken voor de bouw van een skelet of schelp. Dat zijn bijzonder veel dieren: hele koraalriffen, weekdieren en kreeftachtigen. Als broeikasgas in de atmosfeer zorgt CO2 ook nog eens voor de opwarming van de aarde en het zeewater. Verbleking van het koraal (“coral bleaching”) is inmiddels een bekende term en wordt veroorzaakt door te warm water waardoor de algen die in symbiose leven met de koralen afsterven.

 

  1. Mesotroof water is matig voedselrijk. Het water blijft helder en er is geen overmatige algenbloei. De soortenrijkdom is groot voor zowel vis, andere dieren als waterplanten. Een prima watertje om in te duiken. Veel leven en vaak goed zicht. Toch is er voor afgesloten plassen maar een weg en dat is richting eutroof water. Voedingsstoffen die eenmaal in een afgesloten systeem terecht zijn gekomen, kunnen er op natuurlijke weg niet meer uit. Ze worden opgeslagen in de bodem. Als er bodem-woelende vis in de plas voorkomt, zoals brasem of karper, komen deze voedingsstoffen weer vrij. De vissen zijn daarom medeverantwoordelijk voor het eutroof worden van afgesloten plassen. Uitgerekend deze vissen nemen het niet zo nauw met de waterkwaliteit. Als veel vissoorten al zijn verdwenen, gaan brasems en karpers nog gewoon door met het omwoelen van de bodem.

 

  1. Eutroof water is rijk aan voedingsstoffen waardoor er veel plankton kan groeien. Het water wordt troebel. In stilstaand water is er onder de thermocline (de overgang tussen de laag warm en koud water) nauwelijks zuurstof aanwezig. 60 procent van onze zoete binnenwateren is eutroof. Het beperken van de fosfaattoevoer door landbouw en het gebruik van fosfaatvrije wasmiddelen heeft niets uitgehaald. Het water was groen en bleef groen. Door de eutrofiëring van het water verandert ook de visstand. Vissen die op zicht jagen – snoeken en baarzen – krijgen het lastig. Plantenetende vissen zoals de ruisvoorns verdwijnen, want planten kunnen door het troebele water niet meer groeien. De brasems gedijen wel goed in dit soort wateren, al blijven ze hier kleiner dan in gezond water. In eutrofe wateren is de brasem de meest algemene soort. Brasem is een alleseter. Ze eten de kleine beestjes (watervlooien) op die normaal het plankton eten. Daarnaast woelen ze de bodem om, op zoek naar iets eetbaars. Het fosfaat dat in de bodem was opgeslagen, komt weer in het water terecht en er kunnen weer algen groeien. Zo blijft het water troebel, ook al komt er allang geen extra fosfaat meer in het milieu terecht. Het spreekt voor zich dat zich in dit soort water maar weinig soorten kunnen handhaven. Waterbeheerders zien de oplossing in het wegvangen van heel veel brasem. Inmiddels is dat al op veel plaatsen gebeurd. Voorstanders zeggen dat het werkt, tegenstanders (vissers) vinden van niet. Ingrijpen in een ecosysteem is moeilijk en waterbeheerders moeten met allerlei bijkomende factoren rekening houden. De grootte en ligging van het water, voldoende ruimte voor de ontwikkeling van andere vissoorten, recreatie, beroepsvaart; het speelt allemaal mee.

 

  1. Hypertroof water is zo rijk aan voedingsstoffen dat algenbloei in de zomer alle zuurstof verbruikt. De planten en vissen gaan dan dood. Als er nog vis leeft in dit soort water is brasem de dominante soort. In de zomer vormt blauwalg ook nog een probleem. Omdat blauwalg irritatie veroorzaakt kun je beter niet zwemmen of duiken in dit water. Een duik in dit water zal toch al geen hoogtepunt zijn, er is geen zicht en de bodem is kaal.

 

Inmiddels is onze aarde op alle fronten een grote afvalhoop geworden. Geld gaat nog steeds voor levenskwaliteit van mens en dier. Te veel mensen zien niet in of willen niet inzien dat we moeder aarde langzaam ten gronde richten. De mensen die het wel snappen, zijn druk bezig met redden wat er nog te redden valt. Laten we ons als duiker hierbij aansluiten en de rotzooi die we onder water tegenkomen meenemen. Zeker in vakantielanden is plastic een groot probleem. Als iedere duiker een of twee stuks rommel uit het milieu meeneemt, zouden we met z’n allen een verschil kunnen maken.

 

Duiken in Nederland

Een karper woelt de bodem om op zoek naar voedsel.