Leestijd: 16 mins

De Malediven. Reisorganisaties maken je lekker met foto’s van oogverblindende witte stranden en over azuurblauw water hangende palmbomen. Onderwaterbeelden zijn doorgaans van walvishaaien en manta’s.

We hebben ruim 9000 kilometer voor gevlogen om het paradijselijk schoon te aanschouwen. En het is waar. Het meest mooie van de Malediven bevindt zich onder water. Het is er echt! Het klimaat, de rust en de kleuren van deze Bounty-eilanden zijn in één woord gewéldig. Ook onder water zou ik uren kunnen vertoeven. Het was dat mijn duikcomputer anders zei…

 

Ten zuidwesten en zevenhonderd kilometer uit de kust van India liggen in een langwerpige strook van 480 kilometer de 26 atollen die gezamenlijk de Malediven vormen. Elk atol bestaat weer uit diverse kleinere atollen en gezamenlijk zijn ze goed voor 1190 koraaleilandjes. Allemaal liggen ze slechts enkele decimeters boven de zeespiegel. Geen enkel land wordt zo door de zeespiegelstijging bedreigd als de Malediven. Het is het laagste land ter wereld. Hoe lang nog?

 

Op het randje

We landen op het vliegveld op Hulhumalé. Het eiland naast de hoofdstad Malé. Het is knap hoe de piloot het toestel op deze punaise weet te parkeren: tijdens de landing zie je alleen maar donkerblauwe zee. De landingsbaan begint en eindigt net iets vanaf het randje van het eiland. Het zegt iets over de eilandengroep, als op het grootste eiland het vliegveld is gebouwd dan zijn de andere eilanden zeker niet groter!

 

We maken al snel kennis met de bijzondere wijze van vervoer op de Malediven. Wij in Nederland hebben bus, tram en metro, de Malediven de watertaxi en de watervliegtuigen. Tussen de koraaleilanden varen kleine, ongeveer zes meter lange watertaxi’s. Klein maar uitgerust met minimaal twee keer 150pk buitenboordmotoren. Het wemelt van de watertaxi’s en het water rondom Malé zal nooit tot rust komen.

Voor de grotere afstanden worden watervliegtuigen ingezet, waarvan ze de grootste vloot ter wereld hebben.

 

Moederschip

Onze taxi naar de Dhinasha, ons 28 meter lange moederschip, bestaat uit de eigen Dhoni van de reisorganisatie The True Maldives. Aan boord van deze tien meter lange Dhoni, blijft gedurende de trip onze duikuitrusting achter. Dat heeft grote voordelen. Zo worden de flessen op grote afstand van het moederschip gevuld door twee luidruchtige compressoren en kan de Dhoni op de duikstek beter dan het grote moederschip manoeuvreren om duikers op te pikken.

 

India is dichtbij en dus zijn veel bemanningsleden op onze liveaboard Indiërs. Ze zijn zeer hartelijk en behulpzaam. En blij dat we er zijn; in de haven van Hulhumalé liggen tientallen liveaboardschepen waarop geen enkel teken van leven is, als gevolg van maatregelen tegen Covid-19.

 

Afspraak met de manta’s

Vanaf onze eerste stap op het dek van de Dhinasha is het aan boord gedaan met de rust. Het enthousiasme, de kennismaking met de bemanning, skippermeeting en de decibels uit de gettoblaster, de stemming zit er goed in. Toch weet het belletje van de briefing iedereen te bereiken en niet veel later zitten we allen gespannen te luisteren naar Jeff, de pro uit Malé die op een whiteboard uitleg geeft over het rif waarop vandaag, onze eerste duik, gemaakt gaat worden. Het is Manta Point. Hoe mooi kan je eerste duikdag beginnen! Manta’s, hét symbool van de Malediven.

 

Een manta point is niet anders dan een verhoging in het rif. Het lijkt alsof ze daardoor aangetrokken worden want veel bijzonders is er aan deze stek verder niet. Geen verhoogde hoeveelheid plankton of poetsvisjes. Maar boeit dat? Het gaat om de manta’s! Door gids Jeff worden we netjes in een cirkel rondom de kleine verhoging gelegd en jawel, daar zijn de manta’s. Het lijkt wel of we een afspraak hebben. Ze cirkelen in rondjes en scheren rakelings over onze hoofden. Wat een pracht. Grote ogen kijken je aan, de vleugels klappen met kracht en geven de manta een behoorlijke snelheid. Om manta’s van dichtbij te spotten is laag op het rif te blijven aan te raden. Ga je hoger dan gaan ze weg. Zo is na een uurtje genieten het afscheid nemen niet moeilijk. Tijdens de opstijging houden ze het eveneens voor gezien.

 

Rinkelbel

Het ritme van de liveaboard is tien duikdagen hetzelfde. Althans, voor diegene die het volhouden. Dive, eat, sleep, repeat. Drie duiken op een dag en een enkele extra nachtduik staan op het programma. Met zo’n ritme smaakt het eten wel heel erg goed als je boven komt en zo kan aanschuiven. Verse vis, pasta’s, vers fruit en met regelmaat de gewone Hollandse frieten.

 

We bestaan uit een internationaal gezelschap en de dame uit België heeft een nieuw woord geleerd. Uitbuiken. Na het ontbijt en de lunch is het rap naar buiten om dat te doen. Het topdeck is zonder zonnescherm, tot een uur of 12 is het hier goed vertoeven. Omdat we zo’n beetje op de evenaar zitten staat de zon recht boven ons en met een temperatuur boven de 30 graden is het een keer tijd je meerdere te erkennen. Een dek lager biedt beschutting en eigenlijk gaat het uitbuiken en bruinen daar net zo goed.

 

Geen tijd voor doezelen

Er staat een rustig windje. We liggen allen onderuit. Wat doezelen, lezen of kijken naar de horizon en de kleurrijke eilandjes. Het volume van de radio staat op minimaal en hier en daar klinkt wat zacht geroezemoes. Er is altijd wel iets wat deze serene, welverdiende rust kan verstoren. Het belletje van de briefing!

 

Artikel gaat verder na foto’s

  • De Dhinasha, het 4 deks moederschip tijdens sunset. Op dit tijdstip wordt het diner genoten en waarschijnlijk ook gevochten om de ogen, na een inspannende duikdag, open te houden.
  • De mantaboulevard op Lanhan Reef. Tijdens het spotten van de manta’s ook genieten van de kleurrijke anemonen en de neurotische anemoonvisjes.
  • De mantaboulevard op Lanhan Reef. Tijdens het spotten van de manta’s ook genieten van de kleurrijke anemonen en de neurotische anemoonvisjes.
  • Drie keer daags een flinke hap.

 

Jeff neemt weer plaats op zijn kruk en vertelt over het rif, dat hij heeft getekend op het whiteboard. Aandachtig luisteren we naar de plannen. We gaan hem, de streek en zijn streken al leren kennen. Als hij het heeft over een channel dan kun je rekenen op vette stroom. Heeft hij het over medium incoming dan kun je je rifhaak al in gereedheid brengen. Heeft hij het over de voor- en achterzijde van het rif dan weet je dat je meters gaat zwemmen. Het is allemaal te behappen maar wel tegen een litertje lucht.

 

Zijn enthousiasme is enorm en hij wil voor ons niets laten liggen. We hebben ons maar aan te passen. We nemen het air management onder de loep. Hier en daar wordt bij mededuikers lucht betrokken of een andere diepte gekozen. Het resultaat is hierdoor dat we met zijn allen nagenoeg dezelfde duiktijd kunnen realiseren.

 

Interne GPS

Na enige minuten zijn we ongeveer op de duikstek. Jeff, die achter op de Dhoni staat, roept naar de schipper om de koers dan weer naar links en dan weer naar rechts te verleggen. We kijken allemaal gespannen mee want eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet waaraan hij dat gezien kan hebben. Geen boom op de dijk of boei in deze oceaan die hem vertelt waar het rif ligt. Het ligt op 20 meter diepte en vanaf de oppervlakte kan ik maar hooguit enkele meters diep kijken. Wat een feeling heeft de gids want overboord gesprongen en afdalend zien we pas na enkele meters het rif langzaam opdoemen en eerlijk toegegeven, het is precies het rif zoals besproken en uitgetekend op het whiteboard.

 

Pastelkleuren op beschutte riffen

Het rif is mooi begroeid met kleurrijke koralen. De ervaring leert dat er dan minder of geen stroom staat. Heerlijk kunnen we wat snuffelen naar klein spul of gewoon mooie plaatjes schieten van het geheel. De grote kleurrijke anemonen zijn steevast mijn favorieten. Oranje, paarse en groene exemplaren sieren het rif en het is een grote uitdaging om de bewegelijke anemoonvisjes in een goede positie op de anemoon vast te leggen.

 

Fantastisch zoals de riffen hier kunnen zijn. Zoveel kleur en zoveel dat beweegt. Verderop ligt een grote rog de groep rustig gade te slaan. Adelaarsroggen doen een fly by en een zwarttiphaai laat nog even zijn neus zien voordat hij vertrekt naar het blauw. Waar moet je het eerste naar kijken? De groep is er al lang vandoor als ik de rog ligt te fotograferen. Remco van de The True Maldives houdt op afstand een oogje in het zeil. Toch prettig dat je als fotograaf de ruimte krijgt lang door de zoeker van de camera te kunnen kijken, terwijl hij het traject bewaakt.

 

 

Watch the screen!

Op stroomrijke spots is minder kleur, leert de ervaring. Maar de kans op grote of talrijke vis is veel hoger. Zo kregen we tijdens de stromingsduiken op Mahibadhoo, Mofushi Kandu en Fishhead uitzinnige hoeveelheden haaien en grote scholen vissen voorgeschoteld. ‘Watch the screen’, riep Jeff met regelmaat. Kijk in het blauw! Daar is het moois te zien. En hij heeft gelijk. Duizenden maanvissen, grote scholen blauwe vissen en tientallen white tip reefsharks sierden de kop van het rif.

 

Bommetje

Zeg je Malediven dan zeg je niet alleen manta’s en walvishaaien, maar ook stroom. Maak je borst maar nat en vergeet je rifhaak niet! Het is met zijn allen tegelijk én negatief te water. We dalen als een bommetje af en dichter bij de bodem aangekomen weet je direct waarom we samen moeten blijven. Pas dan, als je vaste grond onder je door ziet schuiven, zie je de snelheid van de stroom. Gewéldig zo zwevend vlak boven de bodem langs pinnacles en koralen. De hele groep is nog steeds bij elkaar en vrolijk vinden de luchtbellen verticaal de weg naar de oppervlakte. Dat is straks wel anders.

 

Raadzaam is goed in de gaten te houden wanneer de gids zijn rifhaak aanslaat. Mis je dit moment, dan kom je bij wijze van spreken pas boven bij het volgende atol.

 

Artikel gaat verder na foto’s

  • Uitgerust met en op een lamzak.
  • Om een tukje te doen zoekt een zusterhaai graag een hol in het rif.
  • De duik zit erop en met een surface markerboei (SMB) markeren we onze positie waarna de Dhoni ons op komt halen.
  • De duik zit erop en met een surface markerboei (SMB) markeren we onze positie waarna de Dhoni ons op komt halen.

 

We slaan ons rifhaak aan en we hangen gelijk ‘stil’. In het spiraalkoord van de rifhaak is geen krul meer te bekennen. De slang van de automaat begint hevig te trillen en de luchtbellen verlaten zowat horizontaal het rif. We liggen op één van de beste spots waar black en white tip sharks te spotten zijn. Niet te missen. Tientallen gestroomlijnde haaien liggen enkele meters voor en naast ons. Kop tegen de stroom in en met ietwat gebogen rug. Wat een mooi zicht. Hangend aan een draadje in deze stroom met twee flitsarmen van een halve meter is het best makkelijk fotograferen. Niet dus.

 

Een BBQ en dB’s

Een kwart van de 1190 eilanden is onbewoond. Op de rest zijn veelal resorts gebouwd en dat is verboden gebied voor de liveaboard schepen. Een bbq moet op een onbewoond eiland. Niet echt vervelend. Wit strand, groene palmbomen en omringd door azuurblauw water. We vertrekken vroeg om bij daglicht nog een photoshoot te kunnen doen.

 

De bemanning was al vroeger op stap naar het eiland om kwartier te maken. Dat is niet voor niets. Groot is het eiland niet en we zullen niet alleen zijn. Ook onze buurman, een liveaboard met Russische vlag hoog in top, heeft hetzelfde idee en zal een plekje op het eiland willen claimen.

 

Artikel gaat verder na foto’s

  • Even vaste grond onder voeten. Een rondje en een bbq op een onbewoond eiland.
  • Even vaste grond onder voeten. Een rondje en een bbq op een onbewoond eiland.
  • Zwaaien naar de weinige bewoners van een resort.
  • Dezelfde truc met de schijnwerper. Ook de manta’s worden door het licht en het plankton aangetrokken.
  • Dezelfde truc met de schijnwerper. Ook de manta’s worden door het licht en het plankton aangetrokken.
  • Dezelfde truc met de schijnwerper. Ook de manta’s worden door het licht en het plankton aangetrokken.

 

Wanneer de schemer valt, komen de gettoblasters tot leven. En je raad al welke gaat winnen. Zo beschaaft als wij Nederlanders zijn, hangen we niet ook de DJ uit. Zo ‘genieten’ we op den duur van inheemse klanken. Blijkt dat de bemanning van één van de schepen hun eigen sambatrommels bij zich hadden.

 

Vissen voor het diner

We liggen op een nieuwe stek onze oppervlakte-interval vol te maken. Onderweg hiernaartoe heeft de bemanning twee vislijnen overboord gegooid in de hoop een visje voor het diner te vangen. De lijn wordt om een met piepschuim gevulde plastic fles gewikkeld die zou moeten gaan piepen als er een vis aan de haak geslagen wordt. De dikte van de lijn is geschikt om iets langer dan twee meter te gaan vangen. Dat moeten we maar eens in de gaten houden. Hoe lang de tocht ook was, geen vis gevangen. Jammer, want we hadden de vistechniek uit deze streek best willen beleven.

 

De Hollanders zouden het tijdens de rust wel eens dunnetjes over doen. De haspels worden uit het schap gepakt en de haak overboord gegooid. Vol verwachting klopt ons hart, maar na een uurtje nog altijd geen beet. De aandacht zwakt af en de meesten namen een relaxhouding aan. Dan plotseling een kreet. Haai! Iedereen schrikt op en vliegt naar de achtersteven van de boot. Een zusterhaai zwemt achter de boot aan de oppervlakte. Hij zat dan niet aan de vislijn maar was wel twee meter plus!

 

Alweer naar de haaien

Het is al laat. Zeker tegen acht uur in de avond en pikkedonker. Dat is het hier eigenlijk al vanaf 18 uur. Terwijl de meesten moe en versleten ergens op het schip vertoeven, gaat weer de kreet, haai! Dit keer een walvishaai.

 

Achter op het schip heeft de bemanning een felle schijnwerper net boven het wateroppervlakte geplaatst. Hierdoor worden plankton en kleine kreeftachtigen naar de oppervlakte gelokt. Het is even wachten, maar na verloop van tijd is het één grote roze brei onder de lamp. En dat is de lekkernij voor de walvishaai. Vanaf bakboord komt vanuit de donkerte een donkergrijze schim met stippen op de huid. Onmiskenbaar de walvishaai. We schatten hem in op een lengte van vier tot vijf meter. Nog geen volwassen exemplaar maar nu al indrukwekkend. Op zijn huid liften diverse Remora zuigvissen mee en vlak bij de kop de gele visjes.

 

We willen allemaal te water maar we worden tegengehouden. Laat hem eerst even aan ons wennen en als je te water gaat zwem niet door zijn diner, is het advies. Blijf onder de lamp en je zult zien dat hij met grote regelmaat een hap komt nemen.

 

Stemmen

De weerberichten hadden het al enkele dagen voorspeld. Wind. Veel wind. Ook dat kennen ze schijnbaar. Net op het moment dat we een 3,5 uur durende oversteek van het ene atol naar het andere moeten maken. De zee is op dit moment al ruw en binnen is het meubilair al zeevast geborgd.

 

Artikel gaat verder na foto’s

  • Het mag rond de Malediven dan honderden meters diep zijn enkele wrakken liggen op een bereikbare diepte.
  • Door het rollen van de Dhinasha was het borgen van het meubilair een must.
  • Scooters en een enkele auto vullen de smalle straten van Malé.

 

Het is kiezen of delen. Nu oversteken met véél wind of eerst nog een duik en dan oversteken met héél véél wind. De organisatie gooit het in de groep voor een gezamenlijke stemming. Na een korte afweging van alle opties gingen de handjes omhoog. We hebben al heel veel moois gezien en laten, al doet het een beetje pijn, een duik schieten om de oversteek zo aangenaam te maken.

 

De laatste dag

Om 7 uur genieten we van ons laatste ontbijt aan boord en staan een uurtje later op de kade van Hulhumalé. Dit gaat een hele lange dag worden. Ons vliegtuig vertrekt pas om 23 uur. Erg vinden we het niet, omdat we graag de cultuur willen leren kennen van het land waar we op vakantie zijn. Het was even zoeken maar de koffers hebben we in een hotelkamer achtergelaten. Het is een Islamitisch land en daarom gaan we, ondanks dat ze redelijk bekend zijn met westerse toeristen, met gepaste kleding de straat op.

 

Zeker de moeite waard, en niet al te duur, is een trip naar Malé. De taxi naar het volgende eiland kost tien dollar of de taxiboot één dollar per persoon. Het slechts 1,7 vierkante kilometer grote eiland Malé is volledig volgebouwd met hoogbouw. Het inwoners aantal is 140.000. Goed voor een drukte van jewelste op straat en in de haven. En daar houden we (even) van. Op elke vierkante meter trachten de Malénezen hun centen te verdienen. Waaraan het besteed wordt is wel duidelijk. Scooters en gsm’s.

 

De Malediven. Het is even vliegen maar dan heb je ook wat. Een heerlijk land met grote contrasten, rijk onderwaterleven en onder- en bovenwater veel kleur. Daar word je blij van. De reisorganisatie The True Maldives heeft dat begrepen. Met hun elfdaagse duiktrip en de vele zeemijlen die in de trip zijn gestoken weten ze een goede balans te maken tussen reistijden en duiken. Het kan dan niet anders zijn dat van de indrukken je geheugen vol is en je met een voldaan gevoel van boord stapt.

 

Artikel gaat verder na foto’s

  • De fruitmarkt. Op een enkele kokosnoot na moet al het fruit worden geïmporteerd.
  • Een kijkje in de vismarkt wordt oké bevonden.

 

____________________________________________

 

Reisorganisatie

The True Maldives – www.thetruemaldives.com

 

De beste reistijd

De beste reistijd voor de Malediven zijn de maanden november tot en met april. De zee is dan rustig en wind staat er nauwelijks. Hoewel het er altijd 30 graden is kan het buitenom deze maanden flink stormen en regenen. De drukste maanden zijn december en januari.

 

Waar en wanneer tref je de manta’s en walvishaaien?

Gegevens over waar en wanneer je precies walvishaaien en manta’s kunt treffen, vind je op internet. De vissen trekken rond en het ligt er dus aan op welk atol en in welke periode je op dat moment bevindt.

 

Geld

De valuta op de Malediven is de dollar. De euro is er nog niet ingeburgerd.

 

Vaccinaties

De volgende vaccinaties worden ongeacht verblijfsduur aangeraden: DTP (difterie, tetanus en polio) en hepatitis A (besmettelijke geelzucht). Als je geen mazelen of een vaccinatie tegen mazelen hebt gehad, wordt een BMR-inenting aanbevolen.

 

Tijd

Het is op de Malediven drie uur later dan in Nederland. In de Nederlands zomertijd is het vier uur later.