Leestijd: 3 mins

In de Westerschelde lijken grote aantallen zeepaardjes te leven.

Laat in het jaar willen de Dishoekduikers nog sepiastokken plaatsen in de WesterscheldeVanwege de weersomstandigheden is het er niet eerder van gekomen. Markus, een Duitse mededuiker, heeft een plan om de sepiatentjes snel neer te zetten. Hij komt met het idee om vijf millimeter dikke staaldraad te gebruiken. Deze dunne draad kun je eenvoudig diep in de losse bodem steken. Dat doen we bij een wrakje vlak onder de kust. Het is alsof de sepia’s erop zitten te wachten. Al na een week zien we de eerste eitjes. De sepia zelf zal ongetwijfeld in de buurt zijn geweest, maar door het slechte zicht in het voorjaar hebben we ze de eerste weken niet gezienIn de vroege zomer slaat het dan eindelijk om. Vanaf de kant is het wrak eenvoudig te vinden door de voet van de drop-off te volgen. We komen de eerste staaldraden tegen, net als kreeften en steenbolken die in en rond het wrak wonen. Eén van de kreeften is een oude baas. Hem goed bestuderend zie ik in zijn oogkassen geen ogen maar mosselen zitten. Arm beest. Hij blijkt ook nog eens vast te zitten in een visdraad van een sportvisser die zijn haak heeft vastgetrokken in een wrakdeel. Met ons mes weten we de kreeft van het visdraad te verlossen. Geen enkel idee of hij zintuigen heeft om zonder zicht voedsel te vinden. 

 

Als je de stek regelmatig bezoekt dan zie je het onderwaterlandschap veranderen. 

 

Deze duik zien we slechts twee sepiastelletjes en één mannetje. Dat is weleens anders geweest, maar we zijn al blij dat we überhaupt sepia’s zien. De staaldraden doen het goed. Hier en daar hadden we ook wilgentakken geplaatst en we zien een lichte voorkeur voor de staaldradenDe sepia’s laten zich goed benaderen. Met buddy Niels nemen we positie in en maken we foto’s. Het zicht wordt door het opdwarrelende zand en stilstaand water langzaam minder en we gaan elk onze eigen weg. Het alleenstaande mannetje hangt met grote ogen bij het koppel, wachtend op zijn kans om het vrouwtje over te nemen 

 

Dikke buik 

Als je maar lang genoeg wacht en regelmatig de stek bezoekt dan zie je het onderwaterlandschap veranderen. Zo begroeien de takken met tubelaria. Dit trekt dan weer naaktslakken aan, zoals de ringsprietslak. Ook leuk maar daar gaan we nu niet voor. Nu is het tijd om op zoek te gaan naar een andere bijzondere bezoeker, het zeepaardje! Al in 2010 zagen we ze in ons park voor de kust en het blijft trekken om er nog eens één te zien. We maken duik na duik. Zoals we meestal doen gaan we samen naar de duikstek en duiken we dan verder solo. Als ik bovenkom, staat buddy Jaro met een brede grijns aan de waterlijn. Op een van de staaldraden zag hij een klein zeepaardje. ‘Een donkerbruin mannetje met dikke buik,’ zo vertelt hij. ‘Geklemd met zijn staart in een tak.’ We willen deze ook graag zien. Kijkend naar onze luchtvoorraad moet dat nog kunnen. Jaro legt uit waar het zeepaardje moet zitten. We vinden de tak, maar zien niets onderaan op de plek waar ze meestal zitten. Ik kijk op mijn manometer, tijd om terug te gaan. Op datzelfde moment zien we het zeepaardje. Hoog in de tak en flink wiebelend in de vloedstroom. De lucht is ver op en het is nu echt tijd om terug te gaan. Deze duik kan niet meer stuk!  

 

Markus doet daarna nog een bijzondere waarneming. Voor het vissen op zeebaars zoekt hij zachte krabben die hij als aas gebruikt. Hij weet dat op de zandbank voor de kust van Zoutelande de leefomstandigheden voor de krab gunstig zijn. Deze zandbank bestaat grotendeels uit een hardere bodem met veel leven. Kokerwormen, mesheften, slibanemonen en mosselen bedekken hier de bodem. Vissend met zijn sleepnet doet Markus een bijzonder vangst. In zijn net zitten vijf zeepaardjes! Ik weet dat het mogelijk is. In 2008 hebben we tijdens een wrakduik op het Bankje van Zoutelande al eens twee dicht bij elkaar zittende zeepaardjes gespot. Ze moeten er in aantallen zijn. Zouden we dan echt onze aandacht van de sepia naar het zeepaardje moeten verleggen?