Leestijd: 4 mins

Zeedonderpadden op hun nesten zijn een winterse bezienswaardigheid.

Het is druk op de parkeerplaats bij Dreischor Frans Kok rif. Bij vertrek dacht ik nog: het is hartje winter, best wel koud, de eerste zaterdag na de jaarwisseling, het zal wel loslopen. Maar de parkeerplaats staat bijna helemaal vol. Een ook weer gezellige drukte die mede is veroorzaakt door de eerste waarnemingen van zeedonderpadden, die zijn gedeeld in social media. Na de begroeting van oude bekenden maak ik me klaar om samen met René Weterings het water in te stappen.

 

Een van de donderpadden heeft zijn nest op een wel heel gemakkelijke plek gemaakt. Misschien dertig meter links van de steiger op vijf meter diepte tegen de dijk, met een grote open plek zand pal voor de deur. Lang hoeven we niet te zoeken. Als we een stukje naar het westen zwemmen, zien we bijna meteen een buddypaar dat papa donderpad filmt en fotografeert. Het tafereel baadt in het licht van de videolampen en over de schouder van de duikers zie ik de donderpad voor het eerst in actie. Na een paar minuten besluit ik verder te zwemmen en het nest met rust te laten, tot iedereen weg is en het stof is gezakt. Ik sla af richting de reefballs om daar een beetje rond te snuffelen. Vanuit een ooghoek zie ik ineens iets bewegen op de bodem onder een reefball: een kleine donderpad, nog zonder nest zo te zien. Van een afstand volg ik het diertje terwijl het tussen de reefballs en de oesters scharrelt. Dan waagt het donderpadje de oversteek van het kunstmatige rif naar de dijk. Ik zie hem links en rechts kijken alsof hij de straat oversteekt. En daarna langzaam, van steen naar steen zwemmend, de oversteek maken. Even later vind ik hem boven op een steen met wat roodwier. Het is een perfectie positie voor een portret. Heel voorzichtig sluip ik dichterbij en kan ik drie of vier foto’s maken voordat hij er snel vandoor gaat.

 

Vredig tafereel

Intussen is de grootste drukte bij het nest voorbij. René ligt een stukje verderop het prieel te fotograferen en ik heb de hele plek even voor mij alleen. Vader donderpad (het zijn de mannetjes die de broedzorg doen) is er niet. Waarschijnlijk ligt hij vlakbij het nest even bij te komen, goed gecamoufleerd tussen de oesters. De eitjes zijn nog mooi rood met de oogjes al te zien als kleine zwarte puntjes. Ik besluit wat foto’s te maken van dit vredige tafereel en op een rustige dag terug te komen voor een foto met donderpad. Om de duik af te ronden zwem ik nog even terug over de laatste reefball naar de flitsers van René die ik in de verte zie afgaan. Het prieel staat vol dikke bossen witte zakpijpen die mooi afsteken tegen het heldergroene water in de achtergrond.

 

Het grote rode nest is de hoofdattractie.

 

Op een doordeweekse dag twee weken later ben ik terug. Deze keer heb ik afgesproken met Eduard Bello die ook een aantal andere nestjes kan aanwijzen. Maar het grote rode nest is toch wel de hoofdattractie, zeker als papa thuis is. We hebben alle tijd om de donderpad te bekijken terwijl hij het nest verzorgt en bewaakt. Het is een groot, mooi doortekend beest. Met regelmaat zien we hem met zijn kop in het nest duiken en zuurstofrijk water over de eitjes blazen. Dan draait hij zich om en komt even kijken wat ik aan het doen ben, terwijl hij met zijn andere oog een grote krab in de gaten houdt die een omtrekkende beweging maakt richting het nest. Een snelle uitval brengt de krab op andere gedachten. Als we genoeg foto’s hebben laten we de donderpad met rust en zwemmen door naar de reefballs. Hier vindt Eduard een groene donderpad die heel rustig in een van de gaten poseert. Hij laat zich fotograferen zonder een vin te verroeren, waren ze allemaal maar zo! Op dezelfde reefball wijst Eduard nog een klein nestje met witte eitjes aan. En zo komen we deze duik langs nog veel meer donderpadden activiteit.

 

Seizoenen

Dat is het leuke van Zeeland. De seizoenen brengen steeds nieuwe waarnemingen met zich mee. Als we ons omkleden na de duik horen we dat de eerste snotolven zijn gesignaleerd bij St. Annaland. Het volgende natuurverschijnsel dient zich alweer aan. Zo zorgen de natuur en de seizoenen ervoor dat de duikplaatsen weliswaar steeds hetzelfde blijven, maar de duiken toch iedere keer weer anders zijn.