Leestijd: 6 mins

Goed trimmen is best moeilijk. Het geheim ligt in een gecontroleerde ademhaling.

Als klein jochie, net met zwemdiploma, ontdekte ik dat ik best lang boven de bodem van het zwembad kon blijven zweven. Een simpele techniek: eerst rustig worden, goed ademen en dan uitblazen tot je bijna zinkt. Vervolgens met een slag van de armen afdalen en rustig naar de bodem glijden. Terwijl al mijn vriendjes boven me met opblaasbanden en drijvende matten in de weer waren, lag ik roerloos op 2 meter diepte in het zwembad. De badmeester vond dat een keer minder leuk en sprak mij – met een nat pak en in plat Haags – dan ook zo vermanend toe dat ik het de daaropvolgende 30 jaar wel uit mijn hoofd liet deze techniek verder te verfijnen.  Die paar seconden van serene rust bleken de eerste voortekenen van mijn huidige passie. En de techniek die ik in mijn jeugd ontdekte heet bij duikers: “de fijne trim”.

 

De nieuwe NOB-opleiding besteedt meer aandacht aan trimmen. Instructeurs en cursisten voeren de oefeningen vanaf het begin getrimd uit. De zwemslag moet horizontaal. Dat is nodig in Nederland om het zicht nog een beetje fatsoenlijk te houden en essentieel voor behoud van koraal en onderwaterleven in het buitenland. Punt is dat goed trimmen best moeilijk is. Als instructeur voordoen hoe het moet, is op zichzelf niet goed genoeg. Je moet ook kunnen begrijpen waarom het niet lukt.

 

Ademhaling

Het menselijk lichaam heeft een negatief drijfvermogen. Uitgeademd zinken we maar ingeademd blijven we drijven. Onderwaterhockeyers maken hier gebruik van. Bij de afdaling ademen zij net voldoende uit om zo in natuurlijke trim alle energie in het spel te stoppen.  Een gecontroleerde ademhaling is de sleutel voor een goede trim. Een gecontroleerde ademhaling is een rustige ademhaling bij weinig tot geen inspanning. Ademhalen zoals wanneer je thuis op de bank tv zit te kijken bijvoorbeeld. En als je dan bewust op je ademhaling let, merk je hoe weinig je eigenlijk ademhaalt en hoe weinig lucht je gemiddeld in je longen hebt. In rust ben je zo goed als geheel uitgeademd.  Je ademt maar een beetje in en een beetje uit en het grootste deel van je longvolume blijft onbenut. Wat je zeker niet doet, is een volle teug lucht nemen, een paar seconden vasthouden, snel half uitademen en dan weer vol inademen en weer vasthouden. Dit is niet alleen vermoeiend, je krijgt er binnen de kortste keren knetterende koppijn van (door CO2-opbouw) – en je huisgenoten zullen zich afvragen of het wel goed met je gaat.

 

Vreemd genoeg is dit wel de techniek die de meeste beginnende duikers zichzelf hebben aangeleerd. Er zijn drie redenen waarom beginnende duikers trimmen op volle longen:

 

  1. Het is een logische en natuurlijke reactie op het feit dat je met je hoofd onder water gaat. Je ademt volledig in en houdt vast. Ademen door een automaat verandert hier in beginsel niets aan.

 

  1. Het lijkt gemakkelijker en comfortabeler. Met een goede trim kan je de ademhaling gebruiken om kleine correcties in diepte te maken. Het feit dat je door “fijne trim” zowel naar boven als beneden kan, is voor een beginnende duiker verwarrend. En het is dan comfortabeler om uitademend naar beneden te gaan dan inademend naar boven. Naar beneden betekent een hap in het stof, naar boven heeft het risico voor een ongecontroleerde opstijging tot aan de oppervlakte.

 

  1. Als je iets moet doen waar je bewust onbekwaam in bent, is het ook een natuurlijke reactie om in te ademen en vast te houden. Dit komt niet alleen bij beginnende duikers voor maar dat zie ik ook bij meer ervaren duikers. Bijvoorbeeld als een cursist in een 3*-opleiding voor het eerst een boei moet oplaten.

 

Horizontaal

De meeste opleiders besteden wel aandacht aan de theorie van het ademen, maar handelen er tijdens de lessen niet naar.  Correct leren ademen onder water wordt tijdens de opleiding en het trimmen vervangen door wat extra lood. Extra lood heeft juist weer effect op het drijfvermogen en de natuurlijke horizontale positie van de duiker in het water. Het natuurlijk zwaartepunt van het menselijk lichaam ligt bij de navel. Ingeademd trekt de lucht in de longen het bovenlichaam naar boven. Met extra lood op de heupen wordt het onderlichaam juist naar onderen getrokken. Dat levert allerlei gedoe op. Je houdt te veel lucht vast en krijgt problemen met opbouw van CO2. Je bent continu aan het zwemmen en compenseren op je trimvest. Je verbruikt veel lucht en ligt niet horizontaal maar diagonaal in het water. Daardoor moet je harder zwemmen om vooruit te komen en je vinnen raken sneller de bodem waardoor je stof maakt.

 

Eenmaal aangeleerd kost het een veelvoud aan energie om het weer af te leren. Meteen een goede trim aanleren begint bij goed leren ademen onder water. En dat is niet moeilijk. Voor de ervaren duiker is er een zware oefening waarbij het doel is om expres een uiterste op te zoeken, en de knop om te krijgen. Als je daarna weer langzaam teruggaat naar een comfortabele positie, zal je zien dat je minder lucht vasthoudt, beter in het water ligt en ook minder lood nodig hebt. Let op: deze oefening is confronterend voor duikers met een teveel aan “biopreen” (natuurlijke isolatie ofwel vet).

 

_________________________________________________

Zwembadoefening voor de ervaren duiker

Met zwemkleding of een dunne shorty heb je zonder duikuitrusting helemaal uitgeademd een iets negatief drijfvermogen. Trek op de bodem je set uit en leg deze voor je, zodat je makkelijk uit je automaat kan ademen. Probeer, uiteraard zonder lood, zwevend voor je set je natuurlijke trim te vinden. Probeer helemaal horizontaal voor je set te hangen (de bodem is lava) en je ademhaling en hartslag tot rust te brengen. Je zal mogelijk voor je gevoel bij elke ademhaling extreem moeten uitademen (foto 1).

 

Als dit lukt, doe dan je vinnen uit en probeer het nog een keer.  Het kan zijn dat het even duurt voordat je helemaal je gemak vindt en zonder corrigeren roerloos voor je set kan hangen. Mogelijk heb je hier meerdere pogingen voor nodig.  Geef nu je set een neutraal drijfvermogen en doe wat oefeningen met je set los voor je.

 

Trek je set aan en probeer opnieuw je natuurlijke trim te vinden.  Met zwemkleding en een duikuitrusting met stalen fles, heb je een negatiever drijfvermogen. Dit compenseer je met de BCD.  Blaas zoveel lucht in je BCD tot je weer, net als zonder set, extreem moet uitademen. Zwem zo een tijdje rond. Eerst met en dan zonder vinnen (foto 2).

 

_________________________________________________

Oefening voor de eerste zwembadduik

Meteen goed aanleren kan net zo goed en is misschien wel sneller. Bijvoorbeeld: een cursist eerst onder water leren ademen zonder duikbril en als dit goed gaat pas de duikbril laten opzetten, zorgt ervoor dat bij hem of haar nooit meer een probleem ontstaat bij het klaren van de bril. Dit principe werkt ook bij het gebruik van vinnen: leer eerst trimmen zonder vinnen en pas met vinnen als dit goed gaat. Hiermee krijgt de leerling de tijd om eerst de fijne trim te begrijpen, in plaats van de trim aan te leren met continu gebruik van vinnen, BCD en (te veel) lood.

 

Als instructeur let je op de ademhaling, help je de cursist met de BCD en leg je goed uit wat er gebeurt als je merkt dat een leerling lucht vasthoudt. Iemand met een BMI onder de 35 in zwemkleding heeft met een duikuitrusting in het zwembad theoretisch geen lood nodig.

 

 

  • Foto 1
  • Foto 2