Leestijd: 6 mins

Duikers en biologen zijn bezorgd over de stort van staalslakken in de Oosterschelde. De stort moet de dijken verstevigen, maar kreeften zullen de ‘aanval’ niet overleven. Zeegrind is ook geen goed alternatief, maar wat dan wel?

Er moet een gezamenlijke visie op de onderwaternatuur in de Oosterschelde komen. Daarnaast moet er een meerjarig onderzoek komen naar het effect van de storting van staalslakken. Dat waren de belangrijke conclusies bij het congres over de vooroeverversterking, georganiseerd door Stichting de Oosterschelde (SDO) en de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB).

 

Bij deze visie zoeken de partijen naar het gezamenlijke belang van recreatie, visserij, natuur en veiligheid. Het gaat om een voorstel van Siebe Kramer, voorzitter van het Nationaal Park Oosterschelde. Hij legt uit: ‘Er is wel een visie voor het bovenwatergebruik, maar niet voor het onderwatergebruik van de Oosterschelde. Tijdens het congres bleek dat diverse partijen iets anders willen, zelfs onder duikers zijn de meningen verdeeld. Sommige mensen willen terug naar de situatie van voor de Oosterscheldekering, anderen willen het accepteren zoals het nu is, waarbij het onderwaterleven wijzigt. We moeten de discussie over zout en zoet voeren, maar ook over vooroeverversterking en het gebruik van zeegrind. De ene duiker vindt dit bijvoorbeeld niets, de ander is wel tevreden.’

 

Afgeblazen

Tijdens het congres was Rijkswaterstaat de grote afwezige. Er zouden twee vertegenwoordigers komen, maar volgens Desmond van Santen, beleidsmedewerker bij de NOB, werd dit op het laatste moment verboden door hun baas. ‘Rijkswaterstaat was bang om veel kritiek te krijgen. Jammer, want het was een evenwichtige bijeenkomst.’ Rijkswaterstaat bevestigt dat deelname aan het congres op het laatste moment is afgeblazen ‘omdat ons standpunt bij de NOB bekend is en we daar niet zo veel aan hebben toe te voegen.’

 

Bij een gezamenlijke visie is echter ook inbreng van Rijkswaterstaat nodig. Of RWS voor de versterking van de vooroevers nu kiest voor staalslakken, zeegrind, breuksteun of een andere oplossing, zonder hun deelname is er geen sprake van een gezamenlijke visie. De partijen lijken lijnrecht tegenover te staan. Volgens Siebe Kramer valt dit wel mee. ‘Rijkswaterstaat kijkt bij de vooroeverversterking primair naar aspecten van veiligheid. Wij kijken naar andere zaken. Waar wil je het onder water milieu allemaal voor gebruiken? De mening van Rijkswaterstaat is niet bepalend, je kunt ook tot een compromis komen door bijvoorbeeld het gebruik van breuksteen.’

 

Te hard en te strak

In dat licht pleit Mindert de Vries (specialist Eco-Engineering en adviseur bij Deltares) voor bredere toepassing van het concept Rijke Dijken. Daarmee is de stabiliteit van de dijken te waarborgen en tegelijkertijd de natuurwaarde te verhogen. ‘Er wordt in de traditionele “natte” kustwaterbouw nauwelijks gekeken naar ecologische functies,’ aldus De Vries. ‘Het is vaak te hard, te strak, te steil en met verkeerde materiaalkeuzes.’ De specialist pleit voor meer variatie van de stortingen onder water, bijvoorbeeld in langsprofiel en dwarsprofiel, maar ook voor stalen frames als basis voor sepia-tentjes en voor vlakvulling met grofschelpen om een meer diverse habitat te krijgen. Bij de Zeelandbrug is dit concept voor het eerst toegepast.

 

Er moet bovendien een meerjarig onderzoek komen naar de lange termijn effecten van de ingrepen op de onderwaternatuur, zo vonden alle partijen. Bij de storting van staalslakken spelen twee zaken een rol: de sterfte van de kreeften en de milieuverontreiniging. Ook bij de storting van zeegrind overleeft de kreeft echter niet, het materiaal is te fijnmazig. Kramer: ‘We willen een goed onderzoek doen en volgend jaar met een evenwichtig verhaal komen. Wil je de zaken meer door de natuur laten regelen of ingrijpen?’ Desmond van Santen pleit voor een toets op maat, waarbij per locatie bekeken wordt wat nodig is. ‘We moeten eerst het effect van staalslakken op alle soorten leven onderzoeken.’

  • Hard substraat is binnen vier tot zes maanden begroeid.
  • Kreeft overleeft de stort van grind niet. Het materiaal is te fijn, ze kunnen er ook geen hol in maken.
  • Kreeft overleeft de stort van grind niet. Het materiaal is te fijn, ze kunnen er ook geen hol in maken.
  • De Zeelandbrug voor staalslakkenstort.
  • Partijen die een belang hebben bij de Oosterschelde spreken af een gezamenlijke visie te ontwikkelen.

Begroeid

Tijdens het congres hield marien bioloog Rob Leeuwis een presentatie over de begroeiing van stortmaterialen onder water. ‘Als je een voorwerp in het water gooit, raakt het in principe begroeid en trekt het dieren aan,’ stelde hij. Dertig procent van de biomassa en een groot deel van de diversiteit in de Oosterschelde wordt op de harde substraten, op en tussen de stenen gevonden. Leeuwis heeft de kolonisatie van kale natuurlijke stenen onder water in de Oosterschelde gevolgd. Dit proces is op verschillende diepten na vier tot zes maanden voltooid. Ook volgde hij een half jaar lang, van juni tot november, in de Oosterschelde en in een aquarium het effect van de begroeiing op diverse materialen zoals staalslakken, asfaltbeton, kalksteen, asfalt, mijnsteen, basalt en koperslakken. ‘Op het asfalt bleek bijna niets te groeien. Vilvoordse kalksteen, beton en mangaanslak waren rijk begroeid en basaltblokken, mijnsteen, Finse stenen en fosforslakken zitten daar ergens tussenin.’

 

De mate van begroeiing wordt dus sterk bepaald door de chemische samenstelling, fysieke eigenschappen en de locatie. Zo is er in zoet water meer uitloging van stoffen dan in zout water, aldus de bioloog. De storting van staalslakken of andere gesteentes kan wel effect hebben op het onderwaterleven. Organismen hechten zich op steen, daarbij verweren ze het gevormde oxidatielaagje op het oppervlakte van het gesteente. ‘Er kunnen dan stoffen vrijkomen in het organisme. Sommige dieren hebben daar geen last van, andere dieren zoals rovers eventueel wel.’

 

Nationaal Park

De mate van begroeiing wordt onder meer bepaald door de kleur van het gesteente, de poreusheid en afmeting, vorm en ruwheid van de stenen. Zo rollen kleine stenen makkelijk om in de Oosterschelde, waarna het organisme er weer wordt afgeschuurd. De holtes tussen de stenen mogen ook niet te klein zijn, zodat kreeften, krabben er vissen er een onderkomen kunnen zoeken. Met de vorm van de stenen kun je volgens Leeuwis dus enigszins sturen wat voor organismen er komen. ‘Wat we ook doen, de Oosterschelde is een nationaal park dus moeten we extra voorzichtig zijn,’ aldus de marien bioloog.

 

De NOB en de Stichting de Oosterschelde hebben bij de Raad van State beroep aangetekend tegen het gebruik van staalslakken bij de vooroeverversterking. De zaak is in december behandeld en de uitspraak wordt dit voorjaar verwacht. Mocht de Raad van State oordelen dat de vergunning onterecht is verleend, dan zal Rijkswaterstaat het veroorzaakte verlies aan natuur moeten compenseren. Nationaal Park Oosterschelde organiseert in september 2015 voor de zevende keer de Oosterscheldeweek. Tijdens een themamiddag in die week wil Kramer proberen om tot de gezamenlijke visie te komen. Intussen gaat Rijkswaterstaat gewoon door met de vooroeverversterking. Kramer hierover: ‘September is niet (te) laat, je moet het goed organiseren en goed onderzoek doen.’