Leestijd: 6 mins

Marion Haarsma verdiept zich in het verschijnsel dat jonge vissen er soms heel anders uit zien dan hun ouders. Daarbij neemt ze de beroemde keizervissen van het Caraïbisch gebied als voorbeeld. ‘Jonge keizersvissen hebben een ander kleurenpatroon. De reden moet liggen in het feit dat volwassen dieren als een paartje samenleven en zeer territoriaal zijn: soortgenoten zijn niet alleen voedselconcurrenten, maar kunnen ook de partner afpakken! Omdat de jonge visjes andere kleuren en tekeningen hebben, kunnen ze ongestoord passeren.’

De eilanden Bonaire en Curaçao zijn geliefd bij de Nederlandse duikers vanwege de goede verbindingen en de prachtige onderwaterwereld. Hier heb ik voor het eerst duidelijk kunnen zien dat van sommige vissoorten de jonkies (‘juvenielen’) er heel anders uitzien dan de volwassen exemplaren. In dit geval bij de beroemde keizervissen van het Caraïbisch gebied. De reden dat de jonge keizersvissen (ook wel ‘Angelfish’ genoemd) een ander kleurenpatroon hebben moet liggen in het feit dat de volwassen dieren als een paartje samenleven. Ze zijn zeer territoriaal en verdedigen hun gebied fel tegen soortgenoten. Want die worden niet alleen als voedselconcurrenten beschouwd, maar zouden ook de partner kunnen afpakken! Omdat de jonge visjes andere kleuren en tekeningen hebben, kunnen ze ongestoord passeren.

 

Een goed voorbeeld is de jonge Franse keizersvis (Pomacanthus paru). Deze heeft wel dezelfde vorm als de volwassen exemplaren, maar een ander kleurenpatroon. Ze zijn zwart met gele verticale strepen (foto 1). Bij de halfwas (een soort teenager) zijn de strepen al aan het vervagen (foto2). De kleine gele accenten komen al door en de kop krijgt de specifieke blauwgrijze kleur. Als je goed kijkt zie je soms bij de volwassen dieren (foto3) nog een restant van een verticale streep. Vaak vind je de jonge dieren in ondieper water, ze lijken toch een andere biotoop op te zoeken.

  • Foto 1
  • Foto 2
  • Foto 3

Blauw met witte cirkels

Een keizersvis die niet in het Caraïbisch gebied voorkomt maar wel in de rest van de tropische wateren, is de Pomacanthus imperator. Die heeft als juveniel ook een prachtig kleurenpatroon. Het jonge dier is blauw met witte cirkels (foto 4). Bij de halfwas vervagen de witte accenten en komen de gele, horizontale strepen al door (foto 5). De juvenielen van deze soort zijn erg schuw, daar heb ik maar enkele opnamen van. Ze leven meer verborgen dan de grote vissen die vaak samen trots en fier rond zwemmen (foto 6). Dat maakt de uitdaging des te groter om de kleintjes toch goed op de foto te krijgen!

 

Nog gekker wordt het als de kleine visjes ook nog een heel andere vorm krijgen. Ook in het Caraïbisch gebied kom ik een visje tegen dat als jong dier een totaal ander uiterlijk heeft: de jonge gevlekte riddervis (Equetus punctatus). Het is een klein visje in de vorm van een halve cirkel dat druk heen en weer fladdert in een holletje of onder een rots. Het volwassen dier is een schuw beest en verbergt zich ook vaak in het donker. De riddervis heeft wel dezelfde zwart-witte kleuren, maar een heel ander uiterlijk. Tijdens het opgroeien krijgt het visje een vorm die meer op een volwassen vis lijkt, hij vult zich op, lijkt het wel. De strepen verdwijnen en de normale vissenvorm vult zich op met stippen. De riddervis heb ik in de vier verschillende stadia kunnen fotograferen (foto’s 7, 8, 9 en 10). Op iedere trip kom je ze wel een keer tegen.

  • Foto 4
  • Foto 5
  • Foto 6
  • Foto 7
  • Foto 8
  • Foto 9
  • Foto 10

Verlengde vinnen

De vleermuisvis (Platax) is ook een vis die als jong dier een heel andere vorm heeft. Er zijn maar een paar soorten vleermuisvissen – vooral de jonge dieren zijn moeilijk te determineren. De volwassen exemplaren houden zich op in het open water boven het rif. Vaak zwemmen ze in groepen zoals de langvinvleermuisvis (Platax teira, foto 11). De jonge dieren vallen juist op door hun sterk verlengde vinnen (foto 12). Die geven ze een heel sierlijk uiterlijk. De bedoeling is dat de juvenielen hiermee een blad (bijvoorbeeld van een mangrove) nabootsen. Bij gevaar gaan ze ook vaak plat liggen en zo wiegen ze heen en weer om hun vijanden te misleiden. Ze zijn langzame zwemmers, maar bij gevaar kunnen ze roofdieren behendig uit de weg gaan! Bij de andere soorten vleermuisvissen leven de jongen juist solitair. Op Lembeh heb ik ook een zebravleermuisvis (Platax batavianus) gevonden. Het jonge exemplaar is een echte beauty (foto 13). Ik zou dolgraag het volwassen dier tegenkomen, maar die is misschien helemaal niet zo mooi..

 

De grote diklipvissen komen veel voor op het rif. Met hun prachtige kleuren en tekening van strepen en stippen vallen ze flink op. Ze worden ook wel ‘Sweetlips’ genoemd. De juvenielen zijn moeilijker te vinden. Het zijn meesters in verstoppen en dat is heel verstandig. Een enkele keer kom je er eentje tegen in een rustige, ondiepe baai (foto 14). Ze leven solitair. Vanwege de grote stippen zag ik ze vroeger aan voor het clownsvisje, maar volgens de boeken is het een harlekijn diklipvis (Plectorhinchus chaetodonoides). Het volwassen exemplaar is geel met zwarte stippels over zijn hele lichaam (foto 15). Vaak zie ik de juveniele visjes in de buurt van zee-egels. Die worden gebruikt als schuilplaats. Bovendien zit het jonge dier geen moment stil. Het zwemt onophoudelijk heen en weer met veel gefladder en gedraai van de staart. Het zwemt vaak vlak over de bodem, waar het heel druk heen en weer dwarrelt. Met dit gedrag zou de jonge lipvis de zwembewegingen van een giftige platworm nabootsen.

 

Bij de harlekijnlipvis heb ik nog een derde tussenstadium gezien. Daar worden de witte vlekken al bedekt met stippen en zo gaat het diertje als het groter wordt steeds meer op de volwassen exemplaren lijken (foto 16). Bij een tweede soort diklipvissen, de Oosterse diklipvis (Plectorhinchusvittatus) die in de Indische Oceaan voorkomt, heeft het juveniele visje nog niet die herkenbare dikke lippen. De grote diklipvissen bewegen nauwelijks. Ze rusten overdag; het liefste verschuilen ze zich onder een stuk koraal. Ze gaan ‘s nacht foerageren in de zandbodem en gaan op zoek naar kleine diertjes, zoals wormen en schaaldieren. Ook een klein visje zullen ze niet versmaden, dus het is heel verstandig dat het jonge dier uit de buurt blijft!

  • Foto 11
  • Foto 12
  • Foto 13
  • Foto 14
  • Foto 15
  • Foto 16

Knalgeel dobbelsteentje

In Eilat zag ik voor het eerst een knalgeel dobbelsteentje ronddraaien. In eerste instantie wist ik niet wat het was – het kon zich goed voor mij verstoppen – maar tenslotte zag ik het model van een koffervis. De gele koffervis (Ostracion cubicus) is als jong dier knalgeel met donkere stippen (foto 18). Het volwassen exemplaar is beige met blauwe stippen (foto 19). Qua model wordt de koffervis minder vierkant en langer van vorm. Maar waarom zo’n ander uiterlijk en kleur? De koffervis leeft niet in groepen en verdedigt ook niet een territorium. Deze keer blijf ik zitten met mijn vragen. Soms moet ik leren genieten zonder steeds het ‘waarom’ te vragen… Slechts een paar keer heb ik een heel raar klein visje gezien met een enorme vooruitstekende rugvin (foto 20). Het leefde op de zandbodem, net als de grote exemplaren. Pas nu ik alles opzoek kom ik erachter dat het een doodgewone en veel voorkomende pitvis is.

 

Waarom bij sommige vissoorten de jonge dieren er volkomen anders uit zien is voor veel duikers nog een onbekend fenomeen. Er is ook veel dat we nog niet weten. Ga erop uit en onderzoek zelf de onderwaterwereld, ze blijft boeien!

 

  • Foto 17
  • Foto 18
  • Foto 19
  • Foto 20