Leestijd: 7 mins

Inktvissen zijn niet alleen prachtige dieren, hun gedrag verveelt nooit. Marion Haarsma bekeek en fotografeerde de sepia en nautilus, ver weg en dicht bij huis.

Lees ook het vervolg op dit artikel: ‘Meer dan inkt’.

 

Wat wij inktvissen noemen, zijn eigenlijk schelpdieren. Door de evolutie zijn er aparte ondersoorten ontstaan die de biologen “koppotigen” (Cephalopoda) noemen. Dit zijn onder meer de sepia, nautilus, octopus, sepiola en pijlinktvis. De lange armen aan de kop zijn ontstaan uit de sterke loopvoet van de oorspronkelijke slak. Vaak hebben inktvissen nog wel een rudimentaire schelp. Bij de sepia noemen we die “zeeschuim”. De nautilus leeft nog in zijn schelp, maar de sepiola daarentegen, heeft helemaal geen schelpje! De pijlinktvissen hebben ook nog een (lange) interne schelp.

 

Inktvissen

Sepia’s: graag geziene gasten in het voorjaar.

 

De Sepia officinalis of zeekat verveelt nooit. Ieder jaar zoek ik ze weer op en ik kan ze altijd vinden. Het lijkt wel of ik een ingebouwde radar heb, hoewel Facebook tegenwoordig ook helpt. Ik vind het niet alleen prachtige dieren, maar ook hun gedrag is zo interessant. De sepia’s komen in het voorjaar naar de Oosterschelde om te paren en de eieren af te zetten. Daarna gaan ze bijna allemaal dood; een triest gegeven, maar het is de natuur. Zodra een paartje elkaar heeft gevonden, begint het liefdesspel. De mannen gebruiken hun lange armen om over het vrouwtje te strijken. Ze kunnen ook enorm vechten met andere mannetjes. Ze verkleuren dan dramatisch en met hun acht lange armen grijpen en trekken en bijten ze naar elkaar. De vrouwtjes zoeken de plek uit waar ze de eieren afzetten. Alle vrouwtjes, hoe kan het ook anders, willen op precies diezelfde plek ook hun eieren afzetten. Zo worden de mannetjes wel gedwongen om dicht bij elkaar te zijn – dichter dan ze lief is. Meestal blijft het bij dreigen, maar op ieder moment kan een gevecht uitbarsten. De mannen verkleuren snel en worden donker, en vaak krijgen ze een rode plek rond hun ogen. Van nijd?

 

Inktvissen

Kleine “flambo” op Lembeh.

 

Kop

Lang heb ik gedacht dat de paring min of meer werd afgedwongen door de mannetjes. Maar bij de Zeelandbrug heb ik een keer gezien dat het vrouwtje haar armen open spreidde en het mannetje uitnodigde. Die was, net als ik, even verbaasd en sloeg daarna razendsnel toe. Hij pakte het vrouwtje bij de kop! Opmerkelijk is dat bij de paring het mannetje het vrouwtje beetpakt bij de kop, maar met al zijn acht armen altijd haar ogen vrijlaat. Ook dacht ik dat er tijdens de paartijd niet werd gegeten, tot ik dit voorjaar met een paartje bezig was. Het vrouwtje kwam ineens heel dichtbij, schoot met haar twee extra lange armen langs mij heen en pakte een prooi! In mijn verbazing kon ik nog net een foto maken en heb niet de prooi, maar wel het moment dat de armen voorbijkwamen. Weer wat geleerd.

 

Niet alleen wonen ze in die prachtige schelp, ze hebben bijna 100 tentakeltjes en ook nog eens hele rare ogen.

 

De ogen van de sepia zijn goed ontwikkeld en kunnen ook goed zien. Overdag, bij veel licht, kijken ze door een spleet in de vorm van een W. In de nacht hebben ze grote ogen en overdag ook als ze boos of opgewonden zijn! De sepia’s in de Oosterschelde zorgen eigenlijk de hele zomer door voor afleiding en plezier. Na de paartijd is het wachten tot de eieren uitkomen. Normaal worden de eieren donker gekleurd door de inkt van de moeder, maar soms is de inkt even op en komen er eitjes zonder kleur. Die zijn dan doorzichtig en daarin kun je het diertje zien zitten. Dan moeten de jonkies wel wat groter zijn. Tegen die tijd zijn ze ook klaar om uit het ei te komen. Een enkele keer kan je het zien gebeuren. Ze doen meteen als hun ouders: ze zwemmen weg, verkleuren en verschuilen zich al. Later in het seizoen zie je ze vaker en zie je ze met de dag groter worden. Soms zie je ze ook jagen. Dat gaat razendsnel. De jonge sepia’s jagen onder meer op garnalen. De prooi wordt stevig beetgehouden. Op de foto [plek] steekt nog een garnalenoogje uit de tentakels maar de prooi is volkomen kansloos.

 

Inktvissen

Babysepia werkt een garnaal naar binnen.

 

Dreigen

In het buitenland vind ik ook vaak sepia’s. Op Madeira, heel ondiep op het huisrif, kwam ik een paartje tegen. De ene heeft een grote vis gevangen, je ziet tussen de tentakels een lange staart uitsteken. We hebben de staart op de foto bestudeerd om te kijken wat voor een vis het was, en de eigenaar van de duikschool dacht aan een remora (zuignapvis). De meest voorkomende soort sepia in Zuidoost Azië is de Sepia latimanus. Ze zijn prachtig van kleur, maar ze kunnen ook witte puntjes en een zwart-wit patroon op hun lijf tekenen. Op Palau vond ik een prachtig gekleurd exemplaar dat niet bang was en zich door alle duikers liet bewonderen. De soort is herkenbaar aan de gele rand om de ogen. En ineens zie ik op mijn verzameling foto’s meer sepia’s met gele randen. Ik vind ze vaak tijdens nachtduiken en ze dreigen naar me door twee tentakels omhoog te steken. Net olifantenslurfjes, zo leuk!

 

Een kleine sepia die je ook alleen in de tropen vindt, is de Flamboyant cuttlefish. (Ik noem hem “flambo”). Een echte Hollandse naam weet ik niet. In de Filipijnen, bij Sabang Beach, hebben we ze vaak gezien tijdens een nachtduik. De naam “Flamboyant” is zeer toepasselijk op deze uitbundig gekleurde diertjes. Meestal lopen ze op het zand. Het zijn niet van die zwemmers. En helaas heb ik nooit een paring gezien. De flambo’s zijn niet bang en hun mooie kleuren zijn waarschijnlijk een waarschuwing dat ze giftig zijn. In Lembeh zijn ze donker van kleur, daar vind ik ze minder mooi. De eieren verstoppen ze vaak in een holle kokosnoot. Er is ook een hele kleine, kleurrijke flambo, ik dacht dat het een jonkie was. Maar later bleek het om een pas ontdekte soort te gaan die ook nog eens bijzonder giftig is. In het klein zit het venijn…

 

Inktvissen

Nautilus, oeroud dier.

 

Nautilus

Jaren geleden zijn we naar Palau gereisd. Ik ging eigenlijk alleen voor de nautilus. Ik had het management al van tevoren gemaild en gezegd dat ik me enorm verheugde op deze reis, omdat alleen de nautilus aan mijn fotocollectie ontbrak. Ik was ontzettend teleurgesteld toen ik hoorde dat ze geen nautilus “deden”. Ze vonden het dieronvriendelijk en ze wilden er geen speciale duiken voor doen. De camera had ook nog kuren dus het werd een moeilijke week. Zo lag mijn mapje “inktvissen” al klaar sinds 2009. Tot we in 2017 naar Sea Life zeeaquarium in Scheveningen gingen, want daar hebben ze 5 nautilussen in gevangenschap. Ze zitten in een prachtig hoog aquarium waar ze op en neer kunnen zwemmen, net als in de natuur. Echt makkelijk is het niet om te fotograferen want het is erg donker. Maar soms zwemmen ze een beetje in het licht en dan kun je foto’s maken. Het is niet in een keer gelukt, ik ben wel een paar keer terug gegaan!

 

De nautilus is een fantastisch dier. Niet alleen wonen ze in die prachtige schelp, ze hebben bijna 100 tentakeltjes en ook nog eens hele rare ogen. Het oog is heel eenvoudig, zonder lens en open voor het zeewater. Ze hebben geen zuignappen op de tentakels zoals de andere koppotigen, en ook geen inkt. De enige bescherming is een vlezige kap waarmee ze hun schelp kunnen afsluiten. Ze jagen ‘s nachts met behulp van geur en aanraking. Het is een oeroude diersoort, bijna een fossiel te noemen. En de nautilus is zeer bedreigd door onder andere overbevissing. Tot mijn grote verdriet vertelden ze me in de Filipijnen dat ze erg lekker smaken… Maar hun voortbestaan wordt ook bedreigd doordat er veel meer mannetjes dan vrouwtjes zijn. En de mannen worden ook groter. De nautilus groeit maar langzaam en de vrouwtjes zijn pas op hun vijftiende jaar geslachtsrijp. Ze worden niet ouder dan 20 jaar en zo kunnen ze maar een paar jaar meedoen aan de voortplanting. Ze leggen eenmaal per jaar eieren in ondiep water en die doen er bijna een jaar over om uit te komen. Ter geruststelling: het is een stokoude diersoort en het is al miljoenen jaren goed gegaan?

 

__________________________________________

 

InktvissenMooi boek

“Cephalopods, a world guide” is een prachtig boek dat alleen maar over inktvissen gaat. Het staat vol met fotoverhalen over deze bijzondere dieren. Auteur: Mark Norman. Engelstalig, 320 pagina’s. ISBN-10: 3925919325.

 

Lees ook het vervolg op dit artikel: ‘Meer dan inkt’.