Leestijd: 6 mins

De Luitenant Zatsarenny is een van de pareltjes in de Zwarte Zee. De zoektocht naar het verdwenen voorschip van de Russische torpedoboot duurde 5 jaar.

Onze eerste duik naar de torpedobootjager Luitenant Zatsarenny is in augustus 2002, als we coördinaten krijgen van een object bij het Slangeneiland (Zwarte Zee). Het staat niet op een kaart. Een verkenningsduik maakt al snel duidelijk dat het gaat om een oorlogsschip uit de Eerste Wereldoorlog. Het vaartuig ligt op zijn kiel op een diepte van 28 meter, met de opbouw 4 meter boven de bodem. Een indrukwekkend kanon en twee torpedobuizen, waarvan er een naast de achtersteven is gevallen, vormen het arsenaal van het schip. De boeg is weg. Door een grote spleet in de scheepsromp kunnen we de interne compartimenten zien. Afgaande op de verhoudingen van de scheepsromp, ontbreekt er een vrij groot deel van het schip. Maar een cirkelvormige scan van de bodem toont aan dat er binnen een straal van 300 meter geen grote wrakstukken liggen.

 

Overval

Op het eiland kunnen we het schip meteen identificeren. Van de gedenkplaten die aan de vuurtoren zijn bevestigd, komt er maar één overeen met het type schip. Het is de torpedojager “Luitenant Zatsarenny” die op 17 juni 1917 bij Slangeneiland werd verwoest. De Eerste Wereldoorlog raast door Europa en de Zwarte Zee bij het strategisch gelegen Odessa is het toneel van talloze militaire operaties. Vooral de Duitse lichte kruiser “Breslau” maakt de Russische marine het leven zuur. Met haar turbinemotoren verschijnt de ongrijpbare kruiser plotseling in verschillende delen van de zee, deelt een klap uit en verdwijnt weer achter de horizon. Een van die onstuimige overvallen wordt de ondergang van de Luitenant Zatsarenny. Op 12 juni 1917 valt de Breslau het Slangeneiland aan. De Duitsers schieten de vuurtoren in puin en nemen een deel van het kleine Russisch-Roemeense garnizoen van 30 mensen gevangen. Als de Breslau van het eiland wegvaart, legt ze nog 10 extra zeemijnen bij het eiland.

 

114 kilo springstof

De Russische marine beveelt onmiddellijk een tegenaanval. Op deze order verlaat de Luitenant Zatsarenny de haven van Odessa in de ochtend van 17 juni. Mijnenvegers zijn dan al bezig de mijnen te ruimen. Luitenant Shtilberg, de commandant van de torpedojager, neemt het zekere voor het onzekere en omcirkelt het eiland vanuit het zuidoosten. Daarmee wil hij op minstens 100 meter afstand van het mijnenveld blijven. Niettemin loopt de torpedojager om 13.30 uur op een afstand van 2,5 mijl van het eiland op een mijn. 114 kilo springstof is genoeg om de scheepsromp ter hoogte van de eerste schoorsteen te breken. De boeg verdwijnt meteen in de golven. De explosie kost het leven aan 37 bemanningsleden, onder wie de commandant. De achtersteven blijft nog ongeveer een uur drijven en wordt door de mijnenvegers naar het eiland gesleept.

 

De boeg ligt op een diepte van 36 meter op een schelpenbodem, met de stuurboordzijde omhoog.

 

Klein Duimpje

Het startpunt van onze zoektocht naar het ontbrekende deel van de torpedojager is dus nogal vaag: naar het zuidoosten of zo, en een afstand van ongeveer 2,5 mijl. Enkele vierkante kilometers zeebodem afzoeken met een fishfinder is onbegonnen werk. Daarom beginnen we met het bevragen van de lokale vissers. Als dat niks oplevert proberen we de “Klein Duimpje”- methode. Het schip was gebroken ter hoogte van een kolenbunker. Dus we veronderstellen dat tijdens het slepen een spoor van brokken steenkool moet zijn achtergebleven. Die zouden de route naar de boeg moeten markeren met een dunne stippellijn. Verschillende van deze steenkolen zijn al eens gevonden en vormen het begin van een denkbeeldige lijn. Als we die lijn op de kaart kunnen doortrekken, moet deze ons naar de boeg van het schip leiden. Maar ook dit spoor loopt dood. Een doorbraak komt pas met de inzet van een side-scan sonar. In eerste instantie brengt dit slimme apparaat geen vreugde maar teleurstelling. Het ene na het andere kwadrant van het zoekgebied blijft leeg. De boeg van Luitenant Zatsarenny is een mysterie.

 

Foutje

Intussen twijfelen we aan de berekeningen van de marineofficieren die het achterschip van de gebroken torpedoboot naar het eiland wilden slepen. Zij berekenden de afstand op basis van de hoogte van het eiland met de vuurtoren. Maar de vuurtoren was kapotgeschoten vlak voor de Zatsarenny zonk. Als we rekenen met de hoogte van het eiland zonder vuurtoren, verschuift de locatie van het wrak naar een punt veel dichter bij het Slangeneiland. Op basis van deze informatie berekenen we nieuwe coördinaten voor het zinken van de boeg. Als we die met de sonar verifiëren, zien we al snel een gebroken curve op het scherm kruipen. Dit is de langverwachte boeg van de Luitenant Zatsarenny!

 

 

Omgerold

Vijf jaar nadat onze zoektocht begon, duiken we voor het eerst op het voorschip van de Luitenant Zatsarenny. De boeg ligt op een diepte van 36 meter op een schelpenbodem, met de stuurboordzijde omhoog. De bak is voor een deel in de bodem gezakt. We zien een deel van de romp van het schip. Doordat het zo lang in het water ligt, zijn de planken grotendeels in het zeewater opgelost. Daardoor hebben we een goed zicht op het inwendige van de scheepscompartimenten. De boeg mist een van de twee torpedobuizen. Die is door een sleepnet van z’n plek gerukt en later ten zuiden van het eiland teruggevonden – gedumpt door de visser die geen gedoe wilde omdat hij eigenlijk te dicht bij het eiland viste. De controlekamer is het enige deel van het wrak waar we niet in kunnen. Een luik ernaar toe is ingebed in de bodem. Te oordelen naar de spaken van een gebroken stuurwiel en de staat van de scheepstelegraaf op de brug, zonk het voorschip met de kiel omhoog. Misschien is het 120 millimeter geschut op het voorschip de reden voor het omkiepen; het moet zo’n 10 ton wegen. Nadat het voorschip ondersteboven de bodem raakte, rolde het om en nam het de positie in die het nog steeds heeft.

 

Schroot

De Luitenant Zatsarenny is een van een serie torpedojagers die zijn vernoemd naar helden van de Krimoorlog (1853 – 1856). Deze schepen van de klasse “Dobrovolets” (Vrijwilligers) liepen kort voor de Eerste Wereldoorlog in Rusland van stapel. Ze dienden geen van allen lang. Voor 1920 waren ze allemaal tot zinken gebracht of tot schroot verwerkt. Er zijn slechts een paar zwart-witfoto’s en een stapeltje stoffige documenten ter nagedachtenis aan deze vloot van oorlogsschepen. De enige torpedoboot van die tijd die wij kunnen zien en aanraken, is de ongelukkige Luitenant Zatsarenny. De geschiedenis houdt van dergelijke paradoxen. De torpedoboot was voorbestemd om te sterven, zodat hij zijn meer gelukkige broers en zijn historische tijdperk kon overleven.

 

Lees ook: Odessa’s mooiste

 

_________________________________________

Lezersreis wrakduiken Odessa

Speciaal voor leden van de NOB organiseren wij met Eigen Wijze Duikreizen een exclusieve lezersreis naar Odessa (Oekraïne). Tijdens deze reis heb je de mogelijkheid om de NOB-specialisatie Wrakduiken te doen. De specialisatie wordt gegeven door NOB-instructeur Roel van der Mast.

 

Je verblijft acht dagen aan boord van het voormalige expeditieschip Auguste Piccard, een ruime catamaran waarmee zo’n honderd wrakken in de Zwarte Zee zijn ontdekt. De eerste nacht vaart de Auguste Piccard 55 zeemijlen naar de zuidwestelijke Zwarte Zee. Van daar uit kom je terug naar Odessa met tussenstops bij de mooiste wrakken waaronder de Grodellia, Dürnstein, Bryansk, Sulina en U52. Je maakt tenminste vijftien wrakduiken. In het najaar varieert het zicht in de Zwarte Zee tussen de tien en twintig meter. De watertemperatuur onder de thermocline is 12 graden, een droogpak is geen overbodige luxe. Aan boord zijn 12-literflessen (DIN). Dubbel-12 is tegen meerprijs beschikbaar als je het vooraf aankondigt.

 

Reisdata: 28 september tot en met 5 oktober 2019. Er kunnen maximaal tien deelnemers mee. Een vierdaagse verlenging om de havenstad Odessa te verkennen, is een aanrader. Meer informatie: www.ewdr.com

 

Update: deze reis is geannuleerd. Er wordt gezocht naar een nieuwe datum.

Foto: Eelco Nijdam.