Leestijd: 5 mins

Elk jaar krijgt de NOB verschillende meldingen van zowel sportduikers als beroepsvissers.

Visnetten over de reefballs, kapotgesneden visfuiken en kleine vissersbootjes bij populaire duikplekken. Vooral bij de start van het duikseizoen, begin mei, als de vissers midden in hun seizoen zitten en bijna dagelijks vistuig plaatsen of leeghalen. Soms geeft dat verhitte discussies aan de waterkant, maar ook online ontstaan er discussies tussen – meestal – duikers.

 

‘Het stuksnijden van visfuiken is niet goed te praten’, zegt NOB-bestuurslid Peter van Rodijnen met duikprovincie Zeeland in zijn portefeuille. ‘Dit is erg vervelend en kostbaar voor de vissers en we vragen duikers dan ook om van de fuiken af te blijven. Tegelijkertijd vragen we vissers om alert te zijn en op drukke duikdagen geen vistuig in de buurt van duikplekken te plaatsen of te legen.’ Wat belangrijk is om te weten is dat beroepsvissers vissen voor hun broodwinning en dat ze dit doen op percelen waarvoor ze jaarlijks een flink bedrag aan de overheid betalen. Duikers zijn feitelijk te gast op deze percelen.

 

Zwaaien maakt niet duidelijk dat er duikers zijn, een duikvlag wel.

 

In de Grevelingen en Oosterschelde waren eerder vissers dan duikers. Meer dan twintig jaar geleden werd de duiksport in Zeeland populair en ontstonden de eerste conflicten tussen vissers en duikers. De overheid stelde in overleg met de vissers en de NOB een aantal duikcorridors in bij onder andere de Bergse Diepsluis en de Zeelandbrug. In de corridors was duiken toegestaan en vissen niet. Duikers mochten toen alleen in die corridors duiken. Duiken werd populairder en tegenwoordig mag vrijwel overal gedoken worden met uitzondering van kwetsbare natuurgebieden, de betonde vaarweg en havens. Veel echte conflicten zijn er niet meer. Vaak zijn het stropers die visfuiken bewust kapotsnijden. ‘Met respect voor elkaar komen we al een heel eind’, zegt Peter van Rodijnen. ‘Als je vissers bij een duikplek ziet, zoek dan een andere plek op.’

 

De neven Johan en Wim Schot uit Tholen zijn beroepsvissers op de Oosterschelde. We vroegen hen hoe ze rekening proberen te houden met sportduikers en hoe duikers beter zichtbaar kunnen zijn.

 

Op welke plekken wordt er door jullie gevist waar ook gedoken wordt? ‘Wij vissen hoofdzakelijk in de kom van de Oosterschelde. De vaste visvakken die wij van de overheid huren lopen van de Bergse Diepsluis (81) tot en met duikplek de Vuilnisbelt (80). Ook vissen we ten westen van duikplek Anna-Jacobapolder (72).’

 

In welke periode wordt er gevist op de visvakken? ‘Wij vissen tussen 1 september en 1 februari in principe niet op de percelen, maar we mogen er wel een jaar rond op vissen.’

 

En op welke tijden? ‘Dit wisselt per dag en hangt af van het getij. We vissen het vaakst tussen 6.00 uur in de ochtend tot 18.00 uur in de avond en op zondag niet en op zaterdag heel af en toe.’

 

Op welke manier houden jullie rekening met sportduikers? ‘We markeren onze vistuigen goed en zichtbaar met aan de vloedkant een joon met vlag en aan de ebkant een jerrycan.’ En: ‘Bij het begin van de werkzaamheden kijken we altijd of er duikers aanwezig zijn. Bij goed weer zien we de luchtbellen of je ziet duikers het water in gaan.  In de tijd dat er veel sepias zitten, vissen we zo veel als mogelijk niet op die plekken waar ze gespot worden, omdat de kans dan groter is op schade aan vistuig door eventuele bevrijding van sepias uit fuiken of kubben.’

 

Wat kunnen sportduikers doen om zich beter zichtbaar te maken? ‘Plaats een duidelijk zichtbare duikvlag op de kant, wij weten dan dat er duikers onder water zijn’, zegt Wim. ‘Om als duiker beter voor ons zichtbaar te zijn zou gebruik van een boei tijdens het duiken ideaal zijn.’

 

Als er duikers in het water liggen en jullie aan zien komen varen, willen begeleiders op de kant nog weleens naar jullie zwaaien. Wat denk je dan? ‘Dat ligt eraan. Bij een duikplek in de buurt ben je sneller geneigd te denken dat ze wat duidelijk willen maken. Maar er komen ook veel mensen langs de dijk die naar ons zwaaien, omdat het bekenden zijn of omdat ze ons simpelweg willen groeten. Zwaaien is geen protocol om duidelijk te maken dat er duikers zijn, een duikvlag wel!’

Uiteraard kan het gebeuren dat je in Zeeland per ongeluk in vistuig vast komt te zitten en je jezelf moet (laten) lossnijden. Meld de schade in dat geval altijd bij de Waterpolitie Zeeuwse Stromen op 0900-8844. Overigens wordt degelijke schade over het algemeen vergoed door je eigen aansprakelijkheidsverzekering. Mocht je er daarmee niet uitkomen, dan kunnen NOB-leden in tweede lijn een beroep doen op onze verzekering.

 

Meldpunt visserij

De NOB is een meldpunt gestart waar duikers terecht kunnen voor visfuiken bij duikplekken waar zij last van hebben. Ook kunnen beroepsvissers bij het meldpunt terecht voor schade aan visfuiken bij duikplekken. De NOB verwacht met het meldpunt beter inzicht te krijgen in de omvang van de schade aan visfuiken. “Bij de start van het visserijseizoen krijgen wij van duikers en beroepsvissers regelmatig klachten over geplaatste en vernielde visfuiken bij populaire duikplekken. Door deze meldingen te bundelen krijgen we een beter inzicht in de problemen die er spelen.” zegt NOB bestuurslid Peter van Rodijnen. “Samen met de beroepsvisserij, de overheid en duikorganisaties zoeken we naar oplossingen om deze jaarlijks terugkomende problemen te verminderen. We roepen daarom duikers en vissers op, visfuiken waar zij last van hebben of visfuiken die zijn vernield, altijd aan de NOB door te geven”. Dat kan via duikplekken@onderwatersport.org. Na het vis- en duikseizoen volgt een evaluatie van de binnen gekomen meldingen.

Meer informatie over dit meldpunt vind je hier.

 

  • Als je vissers bij een duikplek ziet, zoek dan een andere plek op.
  • Het stuksnijdan van visfuiken mag niet, het is kostbaar voor de duikers en we vragen duikers ervan af te blijven.