Ben jij wel eens gaan duiken terwijl je je niet fit voelde?

Onder water krijgt je lichaam te maken met heel andere aspecten dan op het land: denk aan perslucht, waterdruk, etcetera. Daardoor wordt iets anders van je lichaam gevraagd. Klachten boven water kunnen onder water dan ook heel andere vormen aannemen! Soms zul je er juist niets van merken, soms veel meer. Op deze pagina lichten we wat medische zaken toe in relatie tot de duiksport.

Heb je deze artikelen al gelezen?

Veel gestelde vragen

Ja, als je bloedsuikers nauwelijks schommelen kun je gewoon duiken. De medicatie op zich geeft geen extra problemen onder water. Houd er wel rekening mee dat je bloedsuikers door inspanning onder water sneller kunnen dalen dan gebruikelijk. Doordat lage bloedsuikers gepaard kunnen gaan met bewustzijnsverlaging, kan dit in een duiksituatie zeer gevaarlijk zijn. Duiken met diabetes wordt pas afgeraden als er lange termijn complicaties van suikerziekte optreden, zoals nierbeschadiging, oogbeschadiging of vaataandoeningen. Duikende diabetici doen er goed aan hun buddy, instructeur en/of duikleider te instrueren hoe ze moeten handelen bij complicaties. Het is daarnaast altijd aan te raden om je te laten adviseren door een deskundige sportduikarts.

Dat ligt eraan wat je onder de leden hebt, maar vraag jezelf bij iedere duik af of je fit genoeg bent. Vermoeidheid, verkoudheid, uitdroging en medicijngebruik zijn factoren die met name je gevoeligheid voor decompressieziekte beïnvloeden. Als je je niet fit voelt, kies er dan voor om niet te gaan duiken, óf om minder diep en/of minder lang te gaan.

Dit wordt sterk afgeraden. Duiken kan een nadelig effect hebben op de groei van het kindje.

Als je diarree hebt verlies je meer vocht dan normaal. Uitdroging vergroot de kans op decompressieziekte, dus pas hier erg mee op!

Alcohol en duiken gaan erg slecht samen. Alcohol onttrekt namelijk vocht in je lichaam, en uitdroging vergroot de kans op decompressieziekte. Bovendien zorgt alcohol voor verwijding van de bloedvaten, waardoor je sneller afkoelt. Onder water merk je dat nog sneller! Het drinken van alcohol voor- of na een duik wordt dus afgeraden.

Dat ligt aan de tijd die er tussen je duik en de vlucht zit. De aanbevolen richtlijnen zijn momenteel 12 uur na een enkele duik binnen de nultijd, 18 uur na herhalingsduiken en/of duiken na gedurende meerdere dagen en > 18 uur na duiken met een vereiste decompressiestop. Lees ook eens dit artikel.

Lucht bestaat voor slechts 21% uit zuurstof (O2) en voor 79% uit stikstof (N2). Met de toenemende druk onder water wordt er meer gas in je lichaamsweefsels opgelost. Van alle zuurstof die je inademt verbruik je eigenlijk maar een klein beetje; het grootste deel adem je zo weer uit. Als je onder druk onder water bent, wordt een deel van de ongebruikte zuurstof door je bloed meegenomen en over je lichaam verdeeld. Datzelfde gebeurt met de stikstof en dat is voor duikers altijd een beperking geweest. Dat beetje extra zuurstof wordt op den duur wel door je lichaam verbruikt, maar met de extra stikstof kan je lichaam niets doen. Die moet er dus weer uit, anders kun je er last van krijgen. Stikstof is op twee manieren problematisch: 1. Een teveel aan stikstof in je lijf heeft een narcotisch effect. Naarmate je verder afdaalt, ga je minder helder denken, reageer je wat trager en begin je beetje bij beetje je oriëntatie- en coördinatievermogen te verliezen. We spreken dan van stikstofnarcose of diepteroes. 2. De stikstof die je onder water opneemt, hoort niet in je lichaam thuis en kan je, nadat je weer bent opgestegen, op uiteenlopende manieren zodanig in de weg gaan zitten dat je er last van ondervindt. Dat is wat we decompressieziekte noemen.

Dat doe je door allereerst rekening te houden met je gezondheid en met omgevingsfactoren. Roken, een slechte conditie, alcoholgebruik, drugsgebruik, een verhoogde bloeddruk, stress en meerdere duiken vlak na elkaar vergroten de kans op decompressieziekte. Ook kou en lichamelijke inspanning (bijvoorbeeld bij het te water gaan) zijn niet bevorderlijk. Probeer dus maximaal twee duiken op een dag te maken, veel water te drinken (geen alcohol) en las rustdagen in tijdens een duikvakantie.

Hoewel de meningen van duikorganisaties hierover uiteenlopen houdt de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) een grens aan van 12 jaar. Met die leeftijd kun je starten de 1*-junioropleiding. Uiteraard wordt in de 1*-junioropleiding medisch gezien rekening gehouden met deze doelgroep: zo wordt de maximale diepte beperkt, evenals het aantal duiken per dag en de minimale watertemperatuur. Snorkelen en duiken in het zwembad kan met het ScubaDoe-programma overigens al vanaf 8 jaar.

De Nederlandse Onderwatersport Bond vraagt duikers onder de 50 jaar om zich eens in de drie jaar te laten keuren. Zijn je medische omstandigheden in de tussentijd – bijvoorbeeld door ziekte – veranderd? Laat je dan herkeuren of overleg met je arts! Als je ouder bent dan 50 jaar, dan adviseert de NOB om je eens per jaar te laten keuren.

Tijdens een duikmedische keuring word je onderzocht door een (sport)arts met deskundigheid op duikmedisch gebied. Samen bespreken jullie de risico’s. Vervolgens wordt bekeken of je specifieke en persoonlijke risico’s hebt, of deze acceptabel zijn en hoe je er zo verstandig mogelijk mee kunt omgaan tijdens het duiken.

Op Duikkeuring.nl, een website van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) en Federatie van Sportmedische Instellingen (FSMI), staat hierover het volgende: “Duiken is een sport met risico’s. Iedereen die gaat duiken loopt deze risico’s, of je nou gezond bent of niet. Persoonlijke risico’s zijn niet alleen voor jou van belang, maar ook voor je buddy. Alleen als je gezond en fit te water gaat kunnen jullie volledig op elkaar vertrouwen! Bij veel duikscholen, vooral in het buitenland, wordt alleen een medische vragenlijst ingevuld. Hoewel elke duikkeuring met een vragenlijst begint, kan een vragenlijst alleen nooit een keuring vervangen. De vragenlijst kan immers geen risico’s inschatten en uitleggen. Een sportduikkeuringsarts kan de risico’s wél verduidelijken, en zal bovendien uitleggen welke noodzakelijk maatregelen de risico’s verkleinen. Soms zijn simpele maatregelen genoeg.”

Een duikmedische keuring mag formeel worden verricht door iedere arts, maar gezien het specifieke karakter ervan is het slim om te kiezen voor een arts die aantoonbare kennis en ervaring heeft met de sportduikgeneeskunde. Op deze website kun je zien waar je terecht kunt. Alle artsen en instellingen die op deze kaart worden getoond zijn gecertificeerd door de Stichting Certificering Actoren in de Sportgezondheidszorg (SCAS). Door deze certificering wordt inzichtelijk gemaakt dat een gecertificeerde sportduikkeuringarts deskundigheid heeft op het gebied van sportduikgeneeskunde.

Contactpersoon Medische zaken

Arjen van Henten

medisch@duikspotter.nl
0318-559347

Komende events