Leestijd: 7 mins

Een enthousiaste ontmoeting met een dolfijn tijdens een expeditie van Duik De Noordzee Schoon.

Met een grote sprong springen mijn buddy Harold en ik overboord van de MS Tender. We zijn op zee voor de zeventiende expeditie van Stichting Duik de Noordzee Schoon, dit keer in het zuidelijkste deel van de Noordzee, het Franse Kanaal. We weten uit betrouwbare bronnen dat hier het mooie, grote wrak van de Trifels ligt. Op ongeveer 15 kilometer uit de kust boven Calais.

 

De Trifels is een Duits schip, gebouwd in 1922, en heeft een lengte van 137 meter en een breedte van 17 meter. De romp is 8 meter hoog. Het schip werd in 1941 getorpedeerd door de RAF. De bodemdiepte is hier 36 meter, maar een groot deel van de duik zitten we op 26 meter.

 

Grijze contouren

Als we afdalen langs de shot line, zie ik dat we ongeveer 10 meter zicht hebben. Het valt me niet tegen in het Kanaal, waar het vaak heel hard stroomt. Het water is groenblauw en op 15 meter diepte zie ik langzaam de grijze contouren van het wrak verschijnen. Naarmate ik dichterbij kom, verandert de grijze massa in kleurrijke zeeanjelieren. Een grote school steenbolken komt nieuwsgierig kijken wie de bellenblazende herriemakers zijn. Als eerste buddypaar is het onze taak om het dregankertje, dat we als markering overboord hebben gegooid, op het wrak te leggen. Zo maken we het makkelijk en veiliger voor de andere teamleden omdat ze zich dan niet meer hoeven te oriënteren en zo meer duiktijd – lees: schoonmaakminuten – krijgen op het wrak. We zien dat het ankertje dit keer midden op het wrak is gevallen. Fijn! Dat scheelt ons een flinke inspanning. Harold maakt de snelsluiting van het anker los en we bevestigen de ketting van de shot line aan een stevig wrakdeel. Het losse anker blazen we met een hefballon naar het oppervlak, waar deze wordt opgepikt door onze RHIB-bestuurder Michel. De duikers aan boord weten nu ook dat alles beneden is geprepareerd en dat zij hun duik kunnen gaan maken.

 

Fotografen en filmers gaan traditioneel als eerste naar beneden om een deel van hun duikbeelden te kunnen maken zonder stof. Als de twaalf schoonmaakduikers daarna aan de slag gaan, loopt het zicht al snel terug.

 

De vrijwillige duikers van de stichting hebben in acht dagen ongeveer 5.700 kilo visnetten en vislood verwijderd van Nederlandse, Belgische en Franse wrakken.

 

Vervuiling

De Trifels is een enorm wrak waarvan een deel nog overeind staat. We leggen er een gidslijn doorheen. De ruimtes zijn prachtig begroeid met anemonen en worden dichtbevolkt door grote spinkrabben. Hun naam danken ze aan de dunne, lange poten in verhouding tot een groot lijf, vaak lelijk begroeid met grote zeepokken. Deze soort zien we in Nederland (nog) niet zo veel, maar in dit deel van de Noordzee wonen er tientallen, soms honderden op een wrak. En we zien hier congeralen, kreeften en enorm grote polakken. Bijzonder aan de Trifels is dat het stuurhuis nog intact is. Op het wrak liggen grote patrijspoorten, lampen en andere herkenbare scheepsonderdelen. Die laten we links liggen. We zijn hier niet voor een archeologische missie, maar voor een schoonmaakactie. En dat kan dit wrak zeker gebruiken. Het is duidelijk te zien dat hier nog geen serieuze schoonmaakacties zijn uitgevoerd. Het wrak hangt bomvol met afgescheurde warrelnetten en vislijnen. Ook lijkt het hier alsof het loodblokken heeft geregend. Te veel en te zwaar voor de duikers om het allemaal te bergen. Al deze vervuiling vormt een bedreiging voor het onderwaterleven. Dieren raken erin verstrikt en de netten en lijnen zullen in de toekomst ontbinden in microplastics. Kortom: het hoort niet thuis in de prachtige onderwaterwereld waar wij als duikers te gast zijn.

 

Groot enthousiasme

Behendig proppen Harold en ik twee postzakken tot aan de rand toe vol en slepen deze naar de shot line. We bevestigen ze aan de hoogste ring en stijgen langzaam op. Op 15 meter voelen we harde rukken aan de lijn. Verbaasd kijkt Harold mij aan. Ik zie plotseling achter Harold een grote – in mijn beleving – lachende tuimelaar. Hij blijft stil hangen. Ik pak met twee handen Harold’s hoofd vast en draai hem resoluut om. Harold hangt op 20 centimeter afstand oog in oog met de dolfijn. We geven elkaar een high five en stijgen verder op. Je zou denken dat het een gelukstreffer is, once in a lifetime. Maar de tuimelaar is nog niet uitgespeeld. Hij draait zich met zijn rug in de lijn en gaat er als een renpaard vandoor, de fles achter zich aan slepend. Na 20 seconden is hij weer terug, alsof hij om applaus vraagt. Dit kunstje herhaalt hij steeds weer. Ook de andere duikers krijgen een show waar ze in het dolfinarium jaloers op zouden zijn. We besluiten dan ook om hier nog een tweede duik te maken.

 

Na de oppervlakte-interval van zes uur begroet de dolfijn ons opnieuw met groot enthousiasme. Zelfs op het wrak komt hij even kijken wat we aan het doen zijn. Zoiets spectaculairs heb ik in de Noordzee nog nooit meegemaakt. Hij gebruikt onze shot line om zijn rug en buik te scrubben en zwemt constant langs alle buddyparen op een afstand van minder dan een meter. Alle duikers komen pas na anderhalf uur weer het water uit met een glimlach van oor tot oor. Wat een prachtige interactie met dit zeldzame zoogdier!

 

De MS Tender brengt de duikers naar de wrakken in de Noordzee, dit keer in Het Kanaal bij Calais.

 

Twee nieuwe soorten

De expeditie was zeer succesvol. De vrijwilligers van de stichting hebben in acht dagen ongeveer 5.700 kilo visnetten en vislood verwijderd van Nederlandse, Belgische en Franse wrakken. Een tweede doelstelling is het monitoren van de biodiversiteit. Hoewel slechts één duik in Nederland werd gemaakt, werden op wrak 1802 meteen twee nieuwe soorten voor ons land aangetroffen. Het betreft de hydroïdpoliep ‘vertakte zeespriet’ (Nemertesia ramosa) en de zakpijp Didemnum coriaceum, welke nog geen Nederlandse naam heeft. Ook troffen de duikers de voor Nederland zeldzame dubbele waaierkokerworm aan (Bispira volutacornis).

 

_____________________________________________________________

 

Dolfijnen in de Noordzee

Gestroomlijnd, intelligent en sociaal

Met hun gestroomlijnde lichamen kunnen dolfijnen hoge snelheden bereiken. Hun lichamen hebben een grote variatie in kleuren en lijnenspel, wat een sleutelrol speelt in het identificeren van dolfijnensoorten. Het zijn sociale dieren, die vaak in grote groepen voorkomen.

 

Tuimelaars

In de Nederlandse wateren van de Noordzee zijn tuimelaars zeldzaam, maar in de Schotse Noordzee worden ze regelmatig gezien. Voor de Schotse kust ter hoogte van Inverness leeft de meest noordelijke groep tuimelaars ter wereld die bestaat uit zo’n honderd dieren. Het is een kleine geïsoleerde groep.

 

Tuimelaars zijn tussen de één meter negentig en een kleine vier meter groot. Het zijn erg actieve en nieuwsgierige dieren. Ze kunnen hoge snelheden bereiken en zijn verbazingwekkend acrobatisch. Ze rijden regelmatig in de boeggolf van schepen. Meestal worden ze gezien in groepen van vijf tot vijftig dieren. Soms sluiten ze zich aan bij een groep andere dolfijnen, ook wel eens van een andere soort, om een grotere pod te vormen. De aantallen kunnen oplopen tot enkele honderd dolfijnen.

 

Ook in het noorden van het Kanaal leven enkele Tuimelaars en wij hadden het geluk dit prachtexemplaar te ontmoeten.

 

In de Schotse Morray Firth (bij Inverness) jagen de tuimelaars op zalm. Vooral in de periode april tot en met september is het mogelijk om hier tuimelaars te zien. Voor de dolfijnen is hier genoeg voedsel te vinden als de zalmen in het voorjaar en de zomer naar de hoger gelegen paaigronden trekken. Een ontmoeting met een dolfijn is een fantastische ervaring. Zeker als ze los gaan en hun acrobatische trucjes laten zien.

 

Bekijk de expeditiefilm: klik hier.

 

_____________________________________________________________

Mee helpen?

Wil je als vrijwilliger mee op expeditie? Dat kan als je een goede, ervaren Noordzeeduiker bent, over de juiste duikuitrusting beschikt, bereid bent de verplichte trainingen te volgen en als je een teamplayer bent. Voor meer informatie: www.duikdenoordzeeschoon.nl.