Leestijd: 6 mins

De grens tussen recreatie en arbeid onder water is vaag. Hou je aan de NOB-normen en de aanvullende regelgeving vanuit de duikclub.

De boete van de Arbeidsinspectie aan Stichting SIGNI Zoekhonden maakt een vraag weer actueel: in hoeverre moeten sportduikers en sportduikinstructeurs zich houden aan de Arbowetgeving? Waar stopt recreatief duiken en waar begint het beroepsduiken? De wet doet daar wel uitspraken over, maar laat ook ruimte voor interpretatie. In opdracht van de NOB zijn Leo Blokland (advocaat), Thijs Wingelaar (bestuurslid NOB en duikerarts) en Sander Kool (expert op het gebied van duikveiligheid) hierin gedoken. Hun volledige rapport is onlangs verschenen, maar hier alvast de belangrijkste bevindingen. Een disclaimer vooraf: dit artikel is niet volledig. Omwille van de leesbaarheid is ervoor gekozen om niet alle overwegingen en wetteksten te noemen. De details zijn terug te vinden in het hele rapport op www.onderwatersport.org.

 

1. Geen regels voor sportduikers

Er zijn geen wettelijke bepalingen voor sportduikers. Juridisch gezien is sportduiken op eigen risico en het hebben van een duikbrevet voordat je het water ingaat, is in Nederland niet wettelijk verplicht. Wel zijn er regels en richtlijnen van duikorganisaties, zoals de NOB, die eisen stellen aan de kwaliteit van de opleiding of bepaalde duikprocedures beschrijven. Als NOB-lid verplicht je jezelf om je aan die regels en normen te houden, maar het kan zijn dat een lokale duikvereniging aanvullende regels heeft. Als lid van die duikvereniging kom je overeen om je daaraan te houden.

 

2. Regels voor beroepsduikers

De Arbowet stelt dat werkgevers verplicht zijn om te zorgen voor veilige werkomstandigheden. Dat kan bijvoorbeeld door een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) te maken of een bedrijfsarts te betrekken. De wet geldt voor elke werkgever, groot of klein – zelfs voor ZZP’ers. Dus beroepsduikers en hun werkgevers moeten voldoen aan de Arbowet. Voor duikarbeid zijn er aanvullende verplichtingen, zoals een jaarlijkse duikmedische keuring door een duikerarts A of B (een bedrijfsarts), aanvullende duikopleidingen (het zogenaamde categorie A, B of C certificaat) en een recompressietank ter plaatse van de duikarbeid als er dieper wordt gedoken dan vijftien meter.

 

3. Is een duikvereniging een werkgever?

In de wet is ook geregeld dat vrijwilligers, uitzendkrachten en stagiaires onder veilige omstandigheden moeten werken. Werkzaamheden voor een duikvereniging of een duikschool, zelfs al zijn de medewerkers allemaal vrijwilligers, vallen toch onder de Arbowet omdat er een gezagsverhouding is. En daarmee zijn bijna alle eisen in de Arbowet van kracht. Met de hulpmiddelen van de NOB is het voor de meeste duikverenigingen vrij eenvoudig om hieraan te voldoen. De NOB biedt een online handleiding voor het maken van een RI&E en standaardprocedures zoals een buddycheck, verlenen van eerste hulp en noodprocedures. Los van de wettelijke verplichting is het voor een duikvereniging sowieso een goed idee om regelmatig na te denken over veiligheid van het clubhuis of evenementen.

 

Werkzaamheden voor een duikvereniging of een duikschool, zelfs al zijn de medewerkers allemaal vrijwilligers, vallen toch onder de Arbowet omdat er een gezagsverhouding is.

 

Maar niet alle arboregels gelden voor de specifieke werkzaamheden van duikinstructeurs. Moet een duikinstructeur die in opdracht van een duikvereniging opleidingen verzorgt een beroepsduikcertificaat hebben? Het antwoord daarop is nee. Voor scuba instructie worden uitzonderingen gemaakt. Er wordt wel verwacht dat:

  • De duikinstructeur medisch geschikt is (een keuring is niet verplicht volgens de wet, wel volgens het huishoudelijk reglement van de NOB).
  • Er kwaliteitscontrole is op de ademlucht.
  • Er wordt gewerkt met geschreven werkinstructies en noodplannen.
  • Er een deugdelijke eerste hulpuitrusting is.

De uitzonderingen voor sportduikinstructie staan in artikel 6.13, lid 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Aan alle overige eisen van de arbowetgeving hoeft de instructeur bij het lesgeven niet te voldoen. Met als kanttekening dat je niet dieper dan vijftig meter gaat, maar dat zal in een sportduikopleiding bijna nooit het geval zijn. De NOB-normen zijn in dit geval zelfs strenger dan de Arbowet voorschrijft omdat de daarin genoemde criteria volgens de NOB onvoldoende zijn om een veilige lesomgeving voor een cursist te garanderen.

 

4. Zijn clubactiviteiten een opdracht van de vereniging?

Er zijn veel duikverenigingen die activiteiten organiseren, zoals een schoonmaakduik of fotowedstrijd. Iemand – het organiserende clublid – heeft over die activiteit de leiding. Maar valt dat werk onder de strekking van de Arbowet? Moet er dan een recompressietank ter plaatse zijn als de duiken dieper dan vijftien meter gaan? En hoe zit dat met een 3*-duiker die andere duikers voorgaat in een duik; geeft die dan een opdracht aan de andere duikers? Dat wordt niet duidelijk uit de wet.

 

Recent heeft de inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een boete opgelegd aan een sportduikvereniging (Stichting SIGNI Zoekhonden) tijdens een clubactiviteit. Hieruit, en uit de folder “sportduikinstructie en de regels” uit 2013, blijkt dat SZW vrijwel alle bezigheden onder water als arbeid ziet. Dan zouden dus alle eisen van de Arbowet, zoals de verplichte medische keuring en de recompressietank ter plaatse, gelden voor alle georganiseerde clubactiviteiten als het observeren van onderwaterleven, het onderzoeken van een scheepswrak, Duik Nederland Schoon of het plaatsen van wilgentakken voor sepia’s in de Oosterschelde. SIGNI is in beroep gegaan tegen de boete en in deze zaak is nog geen uitspraak gedaan, dus weten we nog niet of de boete van SZW terecht is opgelegd. Het is in ieder geval de verwachting dat de uitspraak nog lang op zich zal laten wachten, omdat het zo’n complexe zaak is met verstrekkende juridische gevolgen. In de tussentijd is de kans dat je een boete krijgt als duikvereniging of duikbegeleider erg klein. Maar het is ook weer niet helemaal uit te sluiten omdat de wet niet duidelijk is.

 

5. Advies NOB

Voor sportduikinstructeurs, duikbegeleiders en sportduikers die vrijwilligerswerk doen bij een duikvereniging is het advies om te voldoen aan de NOB-normen en de aanvullende regelgeving vanuit de duikclub. Zo lang je binnen de in dit artikel genoemde grenzen duikt van het sportduiken, zit je juridisch aan de veilige kant. Maar er is dus onduidelijkheid over de grenzen van het beroepsduiken. Mocht je ondanks dit advies een bekeuring krijgen van de inspectie, neem dan contact op met de NOB. Waar mogelijk kan de NOB ondersteunen in de juridische afhandeling daarvan.

 

Hoe verder?

De NOB is in gesprek met diverse partijen die bij de wet- en regelgeving betrokken zijn. Ons advies aan deze partijen is om de huidige (onduidelijke) regelgeving te vervangen door regelgeving die lijkt op het Britse systeem. Daarbij wordt veel meer gekeken naar hoe zwaar de duikarbeid is en de risico’s die eruit voortkomen, en niet naar de gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer. In het Verenigd Koninkrijk kan het onder water verplaatsen van een zwaar object door sportduikers worden gezien als beroepsduiken met de bijbehorende eisen, en kan een professionele onderwaterfotograaf onder gunstige omstandigheden worden vrijsteld van de eisen die aan de beroepsduiker worden gesteld. Dat reflecteert volgens de NOB ook veel beter het risico dat voortkomt uit de activiteit.

 

In het rapport zijn analyses opgenomen voor duikschoolhouders, duikwinkels, technisch duiken en duiken op de grens van arbeid. Mocht je meer over dit onderwerp willen lezen, sla dan het volledige rapport er op na.

 

In de Arbowet worden uitzonderingen gemaakt voor scuba instructie.