Leestijd: 4 minuten

Elke duiker of onderwatersporter heeft een eigen verhaal. Een bijzondere reden om het water in te duiken, een beroep dat vraagt om verdieping of een persoonlijke drijfveer om onder water te gaan kijken. Dit keer Jelle van Steen: fanatiek duiker, instructeur bij de Leidse Studenten Duikvereniging én penningmeester van de NOB.

“Ik probeer zo veel mogelijk onder water te liggen. Voor mijn lol ga ik meestal direct naar Zeeland, omdat ik dat in Nederland het mooiste duiken vind. Ik ben een echte macro-liefhebber en je kunt mij erg blij maken met kleine beestjes zoals jonge sepia’s en sepiola’s en slakjes. Ik duik als actief instructeur in Leiden ook in de zoetwaterplassen daar. Ik ben nog steeds lid bij de studenten-duikvereniging waar ik leerde duiken, omdat ik de onderwaterwereld wilde ontdekken, waarschijnlijk tot ze me eruit gooien omdat ik te oud word, denk ik zo…

 

De allermooiste

Als mensen mij vragen naar mijn mooiste duikervaring, geef ik twee antwoorden. In tropisch water was het met stip de live-aboard naar de Surin en Similan eilanden aan de westkust van Thailand. Eigenlijk alles wat we volgens de divemaster misschien konden zien, hebben we weten te vinden. Zeepaardjes, luipaardhaaien, een manta, veel slakjes en onwijs veel speciale soorten vissen. Daarnaast waren we in totaal met acht gasten op een boot voor twintig man – dat was heel relaxed en ruim.

In koud water maakte ik mijn mooiste duiken in Gülen, een fjord een paar uurtjes boven Bergen in Noorwegen. Het is me altijd bijgebleven: diepzee-anemonen, wolfvissen, een stuk of dertig soorten slakjes, enorme scholen met kabeljauw-achtigen. En absurd goed zicht, makkelijk 30 meter. Over het algemeen denk ik bij elk water dat ik tegenkom: ‘Goh, zou je hier een beetje kunnen duiken?’,  maar op de lijst met droombestemmingen staan nog Indonesië, Filipijnen, Malediven en ik wil graag eens snorkelen met Manatees in Florida. Ook in Europa staan er nog veel plaatsen op de verlanglijst, zoals Bretagne, Denemarken, Oostenrijk, Italië ofIerland. En als de juistee kans zich voordoet, wil ik nog wel eens een technische- of grotduikopleidingen volgen.

 

Klein maar fijn

Ik ben gestopt met het meenemen van grotere onderwatercamera’s met externe flitsers en dergelijke, omdat ik het teveel ‘kerstbomen’ vond. Nu gebruik ik een W300, die wel geschikt is voor macro, maar niet voor landschappen of grotere beesten. Dat is in Nederland geen probleem, want vaak ben je toch dichtbij je object. In het buitenland is het soms besluiten om naar beesten te kijken, in plaats van ze op de foto te krijgen. Ik wil vooral aan mijn vrouw kunnen laten zien wat ik allemaal tegen ben gekomen. Zij duikt zelf niet duikt, maar is wel enthousiast over wat ik heb gezien.

 

Lol in bewust duiken

Ik vind het vooral belangrijk dat ik lol heb in het duiken. Meestal dobber ik rond en kijk ik naar beestjes, maar ik kan ook genieten van gave onderwaterlandschappen of wrakken. Ik ben niet snel onder de indruk van omstandigheden, dus kneiterharde stroming, diepte, slecht zicht en zelfs het idee van grotten ingaan schrikt me niet af. Wel heb ik de laatste jaren wat moeite met de impact van (mijn eigen) duiken op de planeet: ik ben deze zomer voor het eerst sinds 2018 weer met een vliegtuig op reis geweest naar Gozo en dat was echt wel even een moreel beslismomentje. Ook de steeds vaker voorkomende gevolgen van massatoerisme voor het onderwaterleven zie ik, dus waar ik kan, probeer ik bij te dragen aan bewustwording bij zowel duikers als niet duikers. Bijvoorbeeld door in gesprek te gaan over wat soms beter of anders kan. Denk aan afval opruimen, ocean-proof zonnebrand, het opruimen van sigarettenpeuken en meer.

Mijn rol als instructeur bij de Leidse Studenten Duikvereniging is iets anders, maar niet minder leuk. Naast de vele leuke opleidingsduiken moet je helaas soms duiken maken die minder ‘leuk’ zijn. Opstijgingen vanaf 20+ meter, vierkantjes zwemmen in het bruin op kompas, oneindig veel maskers klaren in veels te koud water; het hoort er nu eenmaal bij. Als alles een beetje meezit, heb je aan het eind van de rit wél een enthousiaste (nieuwe) duiker geholpen om een brevet te behalen, en dan begint meestal het feest pas. Ik denk dat ik zo’n 20 procent van mijn duiken als ‘beetje instructeur, beetje buddy’ zou betitelen: buddy’s die wel al gebrevetteerd zijn om in de Oosterschelde te duiken, maar nog nooit eerder naar Burghsluis zijn geweest of duikers die nog nooit eerder op de Serpent zijn geweest en dit stiekem toch wel een beetje spannend vinden. Ik vind het altijd een genot om mensen te helpen meer ervaring op te doen onder mijn begeleiding. Zo heb ik afgelopen half jaar met lichte trots kunnen zien hoe vier van ‘mijn’ 3*-duikers, die ik allemaal vanaf guppy heb opgeleid, nu hun Duikbegeleideropleiding afgerond hebben, waarbij zij degenen zijn die de rol van opleider op zich nemen en nieuwe cursisten dat extra beetje ondersteuning geven.

Naast duiken ben ik ook veel bezig met freediven. Ik ben als één van acht NOB-instructeurs zo’n anderhalf jaar geleden gestart. Binnen mijn eigen vereniging hebben we er al een aantal gebreveteerde freedivers erbij, maar ik ben ook in contact met andere verenigingen om uitleg over het freedive-programma of intro-workshops te geven. Ik hoop echt dat we over vijf jaar een zeer gezonde extra tak aan sporters bij de NOB kunnen toevoegen met deze sport.

 

Zichtbaar en aanspreekbaar 

Als penningmeester heb ik een redelijk saaie rol. Ik zorg ervoor dat we een realistische begroting opstellen waarmee we als bestuur/NOB alle (lange termijn)doelstellingen kunnen bereiken, qua resultaten redelijk in lijn met de afgesproken begroting blijven en dat de verslaglegging achteraf klopt. Ik denk dat je als bestuurslid zichtbaar en aanspreekbaar moet zijn voor onze leden. Ik ben in relatief korte tijd al naar veel NOB- en (ander dan mijn eigen) verenigingsactiviteiten geweest. Zo was ik op de SWOD kennisdag, het Calamari Symposium in Groningen, Stichting Anemoon weekenden, de NOB-Snorkeldag in Zeeland etc. Ik weet dat ik als lid van een studentenduikvereniging een heel andere ervaring heb gehad dan leden van veel andere duikverenigingen, dus ik wil graag van zoveel mogelijk mensen uit een zo breed mogelijk aantal verenigingen horen wat hen bezig houdt, om te zien of ik denk dat of ikzelf, of de NOB als geheel hier iets in kan betekenen.”

 

Jelle in actie bij de Snorkeldag van de NOB