Via de marifoon krijgt de Engelse kapitein van de havenmeester een ligplaats toegewezen aan een van de steigers met het verzoek zich vervolgens op het havenkantoor te melden. Na een klein uurtje verschijnt de kapitein op het havenkantoor en worden de nodige gegevens genoteerd. Het schip is al verschillende jaren in gebruik bij bergingsduikers en momenteel wachten ze op toestemming om op een wrak op de Noordzee te duiken om een partij koper te bergen. Aangezien de kapitein verwacht dat de toestemming nog wel even op zich zal laten wachten, zal het schip langer in de haven blijven. Er wordt alvast twee maanden havengeld vooruitbetaald en de havenmeester wordt verblijd met een fles goede whisky.
Een schip dat in stilte achterblijft
De dagen erna scharrelen de kapitein en bemanningsleden nog wat rond op en bij het schip en daarna wordt het, naar later zal blijken, heel lang stil op het schip. Het ms Loyal Mediator (A161) is een op de werf van Richard Dunston in Thorne, Engeland gebouwde voormalige tender van de Royal Navy. Halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn er diverse van deze tenders gebouwd en werden ze door de Royal Navy gebruikt voor allerlei ondersteuningstaken.
Nadat er acht maanden zijn verstreken en er geen havengeld meer is betaald, wordt er een aanmaning gestuurd naar de Engelse kapitein; er staat inmiddels een bedrag van zes maanden havengeld open. De kapitein komt vrij snel op de lijn met de mededeling dat men nog steeds wacht op toestemming om het koper te bergen. Enfin, de havenmeester maakt zich nog niet direct zorgen; er ligt immers een zeewaardig schip in de haven dat er niet zomaar vandoor is.
Onderzoek volgt na toenemende zorgen
De maanden verstrijken en als ook de jaren verstrijken begint men zich bij het havenbedrijf Lauwersoog toch wel enigszins zorgen te maken. Hoewel de kapitein steeds, zij het met ‘enige’ vertraging, reageert op de e-mails van de havenmeester, zijn het toch iedere keer weer andere redenen waarom men niet omkijkt naar het schip. Steevast worden de e-mails van de kapitein afgesloten met een ‘everything will be oké’.
Begin 2025 is de maat vol voor het havenbedrijf; de achterstallige betalingen zijn serieus in de papieren gelopen en het schip is er in al die jaren ook niet beter op geworden. Zo hebben vandalen enkele ruiten ingeslagen, zijn er diverse sloten opengebroken en is het hele schip overhoop gehaald. Ook bij de zeewaardigheid worden nu vraagtekens gezet; het schip heeft inmiddels een flinke baard (aangroei op het onderwaterschip van mosselen, oesters en wieren) en ligt daardoor al wat dieper in het water. De vrees dat het schip op den duur zal zinken is niet geheel onterecht.
Aangezien men bij het havenbedrijf geen ervaring heeft met dit soort dossiers, wordt er contact gezocht met een gespecialiseerde jurist van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is immers verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater in de haven van Lauwersoog omdat deze in directe verbinding staat met de Waddenzee. En ja, als het schip zinkt dan is er door de vrijkomende diesel en olie sprake van een serieuze waterverontreiniging en dat is wel het laatste wat men wil zo dicht tegen het Unesco Werelderfgoed aan.
In maart 2025 wordt besloten om een marine surveyor een inspectie te laten doen naar de zeewaardigheid van het schip en meteen een taxatie van het schip te laten uitvoeren.
Bij een bezoek aan het schip volgt de ene verrassing na de andere. Al bij binnenkomst wordt men overvallen door een penetrante diesellucht vergezeld van ‘iets rottends’. Die rotte lucht blijkt afkomstig van witte bonen in tomatensaus; alle stores blijken te zijn volgestouwd met blikken witte bonen in tomatensaus die over de houdbaarheidsdatum zijn en dus bol staan dan wel al opengebarsten zijn. Ook in de twee koelkasten en in de oven liggen allerlei stinkende ondefinieerbare etenswaren.
Wat wel bijzonder is, is dat het lijkt alsof het schip plotseling verlaten is; de kleding van de bemanning hangt nog in de kasten, alle stores zijn goed gevuld en ook de brandstof- en watertanks zitten nokvol. Duidelijk is dat men menig uurtje op zee kon doorbrengen ook gezien de meer dan honderd videobanden die in de mess liggen. Echte ouderwetse VHS-banden variërend van Home Alone I en II tot en met de meer pikante rode-oortjes video’s.
Hoewel het schip als duikvaartuig in gebruik is geweest, zijn er aan boord nauwelijks meer duikbenodigdheden te vinden. Hier en daar ligt nog een ademautomaat, een duikpak, een paar zwemvliezen en wat duikbrillen. Wat daarentegen wel opvalt is de aanwezigheid van stapels zeekaarten van wel ieder stukje van de Noordzee en ver daarbuiten. Daarnaast liggen verspreid door het schip verschillende wrakkenkaarten die zo te zien door de bemanning zelf zijn samengesteld en ontelbare boeken over wrakken en wrakduiken. Het lijkt erop dat het duikvaartuig niet alleen gebruikt is voor reguliere bergingsopdrachten maar dat er ook gespeurd werd naar andere vergane schatten.
Einde van de Loyal Mediator
De marine surveyor concludeert dat er nog niet direct sprake is van het op korte termijn zinken van het schip maar dat het toch wel zaak is actie te ondernemen: zinken voorkomen is immers beter dan bergen. Een juridisch traject wordt opgestart en diverse aangetekende brieven gaan richting Engeland. De Engelse kapitein krijgt een begunstigingstermijn van vier weken om het schip zelf te verwijderen onder gelijktijdige betaling van de achterstallige havengelden. Als hij niet zelf actie onderneemt dan zal het havenbedrijf het schip eigenhandig laten verwijderen en aan een scheepssloperij aanbieden aangezien de handelswaarde van het schip wordt getaxeerd op de sloopwaarde. Het schip is weliswaar weer in de vaart te brengen maar de kosten die dat met zich meebrengt gaan eenvoudigweg niet worden terugverdiend.
Het blijft echter erg stil vanuit Engeland en nadat de begunstigingstermijn is verstreken, worden diverse scheepsslopers benaderd om een bod op het schip te doen. Helaas wordt in de machinekamer en bij de diverse ankerlieren asbest aangetroffen zodat de opbrengst van het schip minder was dan gehoopt. Alles bij elkaar resteert er gelukkig wel een positief saldo.
In september 2025 wordt het schip afgevoerd naar een scheepssloperij. Het gehele schip inclusief de inventaris wordt daar zoveel als mogelijk gerecycled. Voor de meer dan honderd VHS-banden werd helaas geen gegadigde gevonden… Tegen het einde van 2025 is de klus geklaard en is het schip geheel gesloopt en inmiddels via de hoogovens aan een nieuw leven begonnen.