Sponzen (Porifera) zijn een stam van meercellige dieren die in het water leven en, na hun eencellige, juveniele levensfase zich vastzetten op de bodem. De meeste soorten komen voor in de zeeën, tot op negen kilometer diepte, maar er zijn ook soorten die in zoetwater leven. Ze komen voor in verschillende kleuren.
Er is zeer weinig bekend over de gedragspatronen van de spons, behalve over de voedselpatronen. Net als de andere sponzen zijn het ‘filtervoeders’: ze filteren het plankton en andere eetbare dingen uit het water. De sponzen doen er honderden jaren over om te groeien en stoppen hier nooit mee, tot het moment dat ze doodgaan. De natuurlijke vijand van de spons is de slak, die de spons graag eet. Het aantal sponzen gaat wereldwijd achteruit vanwege olie en andere vervuiling.
Nuttig
Sponzen zijn heel nuttig: de belangrijkste taak is het filteren van water. Ze zuigen het water op door een buis die aan de onderkant vast zit aan de bodem van de zee. Het water gaat door de wand van de buis naar binnen. In het lichaam worden er kleine voedseldeeltjes uit het water gehaald. In de zee leven duizenden soorten sponsdieren. Van tropische gebieden tot de noordpool, sponzen zijn overal te vinden. Het zijn wel gekke dieren. Ze zitten vast aan de grond als planten. Bewegen doen ze nauwelijks, maar ze hebben dezelfde soort cellen als dieren en ze zijn niet groen zoals planten. 
Gif ter bescherming
Sponzen doen niet aan wegrennen of zwemmen. Hun machtigste wapen om zich te verdedigen tegen vijanden is gif. Sponzen horen bij de meest giftige zeedieren. Ondanks hun extreme giftigheid zijn er zeenaaktslakken die sponzen eten. Zij slaan het gif op in hun lichaam en gebruiken het gif voor hun eigen verdediging. Andere zeedieren denken wel twee keer na voordat ze zo’n giftige spons opeten.
Sponzen als medicijn
Bij Naturalis doen ze onderzoek bij sponzen. Ze malen ze fijn en hopen dan iets te vinden. Zo helpt een stofje van een Caribische spons heel goed tegen een koortslip. Er zijn waarschijnlijk nog veel meer sponzenstofjes die als medicijn gebruikt kunnen worden, maar hiervoor is meer onderzoek nodig!
Saai?
Als beginnende duiker kijk je naar vissen en koralen, maar sponzen, dat is toch echt saai? Ja en nee: er zijn in Nederland twee soorten sponzen in het zoete water en met onopvallende kleur. In de Oosterschelde zijn er meer, zoals de boorspons, gewone broodspons, geweispons, massaspons, paarse buisjesspons, en nog veel meer. Alleen al op de website van Stichting Anemoon staan 21 soorten. Maar in het buitenland zijn er veel meer soorten sponzen en vaak in prachtige kleuren en vormen. Het is een van de oudste bekende dieren, er zijn wel 8400 soorten bekend en er komen nog steeds nieuwe bij. Demospongiae of gewone sponzen vormen de grootste klasse van de stam van Sponsdieren.
Mijn eerste tropische duiken waren op Bonaire, ja, ik weet het, het is al lang geleden. En de laatste was in de Rode Zee en ik geef het eerlijk toe, ik maak pas foto’s van sponzen als ik niets ander te doen heb… En toch heb ik ondertussen een aardig aantal soorten verzameld op beeld.
Curaçao

In 2005 en 2008 was ik in Curaçao met een model, dat was inspirerend. Samen foto’s maken met die grote en kleurrijke sponzen gaf een nieuwe dimensie aan die ‘saaie’ dingen!
Azuur vaasspons, Callyspongia plicifera
Deze spons is wel een van mijn favorieten. Het heeft maar een bescheiden formaat, twintig bij dertig centimeter, hoewel ze ook wel groter kunnen worden. De prachtige kleuren maken veel goed. Ze zijn meestal roze of lichtblauw, maar kunnen andere kleuren hebben, waaronder bruin, perzik of geel, en vertonen soms een lichtblauwe irisatie. Omdat de azuur vaasspons geen chemische afschrikmiddelen produceert voor grazende vissen, genezen en groeien ze sneller als ze door vissen worden aangevreten dan andere sponssoorten in het Caribisch gebied. De blauwe vaasspons heeft een gemiddeld genezingspercentage van acht procent: elke dag groeit dat deel terug, nadat ze door vissen zijn aangevreten.

Branching Vase Sponge, Callyspongia vaginalis
Voor deze spons is nog niet echt een Nederlandse naam. Hun leefomgeving zijn de koraalriffen, rotsachtige bodems en mangrovegebieden in de Caribische Zee en de Florida Keys. Het komt voor op een diepte van twee tot zeventig meter. Deze spons heeft een buisvormig uiterlijk, maar de vorm kan variëren afhankelijk van de stroming in het water. Het heeft een goede relatie met anemoonachtige organismen en sponssterren, die erop leven en waar de spons een gastvrij habitat voor biedt. Dus in en op de spons kan je allerlei diertjes vinden, zoals brokkelsterren, garnaaltjes en kreeftachtigen. Het is buisvormig, met een grotere opening (osculum) aan de bovenkant waar water uitstroomt.
Paarse bekerspons, Aplysina archeri

De spons wordt ook wel ‘kokerspons’ genoemd, een naam die hij dankt aan zijn buis-achtige cilindervorm. Een bekerspons kan alleen groeien, maar meestal groeien ze met veel lange bekers tot soms wel meer dan twintig stuks. De bekerspons kan tot wel anderhalve meter hoog groeien en is dan zeven tot acht centimeter breed. Deze spons groeit voornamelijk in de Atlantische Oceaan, het westelijke gedeelte van de Caribische zee, zoals de Bahama’s, Florida, Statia en Curaçao. Het is een heel kleurrijke spons, en kan naast paars ook wel blauw, roze, grijs of bruin zijn.
Touch-Me-Not Sponge, Neofibularia nolitangere

Dit is een spons die ik niet kan overslaan. Dit is de enige spons die je niet kan aanraken. Het is dertig centimeter breed en hoog, maar kan heel lang worden, wel een meter. Het is donkerbruin van kleur en doet ‘stevig’ aan. Bij aanraking kan het een tintelend gevoel geven of gevoelloosheid. Bij herhalend aanraken kan er allergische reactie ontstaan. In de spons wonen parasitische wormen, soms heel erg veel, de Haplosyllis spongicola. Gelukkig zijn er dan weer visjes, onder andere de Elacatinus horsti, de geelgestreepte goby, die weer van de wormen eten.
Vuurspons, Agelas clathrodes

De vuurspons is een sponssoort in de taxonomische indeling van de gewone sponzen (Demospongiae). Het lichaam van de spons bestaat uit kiezelnaalden en sponginevezels en is in staat om veel water op te nemen. De spons is massief, oranjerood en doet rubberachtig aan. Het is hermafrodiet, ze kunnen mannelijke en vrouwelijke voortplanting doen. Ook kunnen ze met een bepaalde groep synchroniseren wie wat doet. Ook kiezen ze met elkaar een voortplantingstijd, in Curaçao is dat meestal in de namiddag in de tweede helft van juli tijdens een volle maan. De vuurspons kan zich ook zelf voortplanten (aseksueel). Als er stukjes spons loslaten of afbreken, kunnen ze zichzelf vasthechten aan een gunstige plek.
Sint Eustatius, Statia
In 2015 werd ik uitgenodigd op Sint Eustatius met een expeditie van Naturalis als fotograaf. Dus toen moest ik wel echt alles vastleggen, want we zouden een gezamenlijk boek maken met foto’s van de expeditieleden, een soort overzicht van alle soorten. En Statia is geweldig duiken, zeker met al die ‘biologen’ om me heen, die vaak als gidsen dienden.

Groene vingerspons, Lotrochota birotulata
In de naslagwerken zeggen ze dat deze spons ondiep voorkomt, tussen de twee en de vijftien meter. Toevallig weet ik nog zeker dat het veel dieper, op 25 meter was, dat ik deze zag – er zaten nog meer mooie sponzen. Het was een soort zandhelling en de zachte stroming bracht voedsel, toch best wel diep. Ook op deze spons zit de Parazoanthus swiftii. Het is een koloniale korstanemoon die groeit in kleine onregelmatige groepen en lineaire rijen die over het oppervlak van zijn gastheerspons kronkelen. Het heeft geen kalkskelet, maar de poliepen zijn verbonden door een vliezige basale verbinding. De poliepen zien eruit als kleine zeeanemoontjes, zijn oranjerood of felgeel en hebben een diameter van ongeveer zes millimeter. Maar liefst de helft van het oppervlak van de spons kan worden bedekt door het koraal, dat uit maximaal tweehonderd poliepen kan bestaan. De poliepen hebben een gif waarmee ze hun gastheer kunnen beschermen.
Bruine kokerspons, Agelas conifera

Zoals de naam zegt: deze spons is bruin van kleur, maar kan ook grijs zijn en de binnenkant is licht. Het komt voor in het Caribisch gebied en de Bahama’s en soms bij Florida. Deze spons kan allerlei vormen aannemen, net als het over iets heen wil groeien. Maar het interessante is dat het zich kan verdedigen met ‘oroidin’, dit is een chemisch middel en dat is helemaal nog niet zo bekend. Wat ik erg leuk vond aan deze spons dat het vol zit met kleine anemoontjes. Ik dacht eerst dat die in gaatjes zitten, maar die groeien gewoon boven op de spons en ze zijn donkerrood van kleur. Erg leuk als dieren samenwonen. De Parazoanthus swiftii, de koloniale korstanemoon zit ook op op deze bruine kokerspons, net als op de groene vingerspons.
Dragmacidon reticulatum
Deze vrij onbekende spons komt voor in het hele Caribische gebied en bij Brazilië en in het noorden bij de kust van Florida. Verder kan ik er niet veel over vinden. Ik heb alleen een foto van Sint Eustatius en ik vind het een hele mooie spons: het is knalrood. Ik kon nergens informatie vinden en heb meerdere sponzenwebsites aangeschreven. Had de hoop al opgegeven totdat ik maanden later een excuusmail ontving van ‘Spongeguide’, vanwege het late antwoord en met de wetenschappelijke naam. En, het is een prachtige website met zeer veel informatie.
Azië
In 2018 was ik in Cebu op het schiereiland Moalboal, ook daar waren de gidsen echte biologen en konden ze de mooiste dingen aanwijzen.
Tonspons, Xestospongia testudinaria

De soort komt voor op grotere dieptes langs rifwanden van de Stille en Indische Oceaan. Het tonvormige lichaam van de spons bestaat uit kiezelnaalden en sponginevezels, en is in staat om veel water op te nemen. Deze sponzen kunnen zeer grote afmetingen van wel een tot twee meter bereiken, en vormen een onderkomen voor allerlei kleine ongewervelde dieren. Het is een sponssoort in de taxonomische indeling van de gewone sponzen (Demospongiae). Het is de grootste spons in het tropische gebied en het komt voor beneden de tien meter tot wel honderdtwintig meter diepte en het kan wel groeien tot 1.80 meter. Ze hebben een hard substraat nodig, zoals rifwanden om op te groeien, daarna kunnen ze heel oud worden, wel 2000 jaar. De spons is waarschijnlijk tweeslachtig en kan zowel mannelijke als vrouwelijke cellen voortplanten. Op Cebu waren de sponzen bijna helemaal bedekt met kleine witte zeekomkommertjes, zo te zien had de spons er geen last van. De gids vond ook de kleine krabjes (de ‘hairy squat’ kreeft, Lauriea siagiani) en de grote ‘Barrel’sponzen. Ik wist het wel, maar ik kon ze maar niet op de foto krijgen, gelukkig had hij een oeverloos geduld en is het uiteindelijk gelukt.
Waaierspons, Lanthella basta

De waaierspons heet in het Engels de ‘Elephant Ear Spunge’. Deze spons kan heel groot worden, zodra je de vorm van de spons ziet, begrijp je de naam. De spons kan in veel verschillende kleuren voorkomen, zoals groen, bruin, paars, roze, geel en lila. Vaak is het op plekken te vinden met veel stroming, want het is een ‘filter feeder’, het is afhankelijk van de stroming, die voedsel brengt. Meestal zijn er ook witte zeekomkommertjes (Synaptula lamperti, ook wel Lampert’s sea cucumber) op de spons. Het schijnt dat de komkommers voordeel hebben van een stof die de spons uitscheidt.
Row Pore Rope Sponge, Aplysina cauliformis

Deze spons heeft verschillende kleuren en komt naast in Aziatische wateren ook voor in het Caribische gebied. Het kan in vijf secondes dezelfde hoeveelheid water verbruiken als de spons groot is. Ik weet niet hoe ze dat meten, ik vind het wel knap! Een manier om zich voort te planten is als er een stuk spons afbreekt, dat het het zich ergens anders weer kan vasthechten en als spons verder kan gaan. Het heeft wel vijanden zoals schildpadden, die hapjes nemen.
Hersenspons, Agelas cerebrum
De ‘Hersenspons’ is moeilijk te vinden. Het zit meestal verborgen onder de rotsen. De gids op Cebu wist alles te vinden bij Pescador eiland, we gingen er graag naar toe. De spons is stevig en robuust, met dikke wanden. Het kan meerdere vormen aannemen, maar is altijd toch wel met een uitstroomopening. Op de website van ‘Sponge Guide’ vond ik veel foto’s met allerlei kleuren, zoals bruin, beige, groen en grijs, maar verder is nog weinig bekend over deze spons.
Zakpijpspons, Pericharax sp. 1

Op Cebu had ik al eerder een gek ‘ding’ gevonden, het leek op een oranje zakpijp, het wordt niet groter dan acht cm. In een eerder artikel over ’tunicata’ had ik het bijna als hoogtepunt gelanceerd. Maar op het laatste moment toch navraag gedaan aan de experts van website Diverosa. Helaas bleek het ‘gekke ding’ een spons te zijn. En niet eens een gewone spons, maar een kalkspons. En voilà, de spons die op een zakpijp lijkt.
