Leestijd: 3 mins

Deze dame liet even op zich wachten. Een mooie foto is ook vaak een kwestie van geduld.

Locatie:

Het is de tweede helft van april. Berichten over pijlinktvissen en sepia’s gaan weer rond en de eerste foto’s verschijnen in de social media. Tijd om zelf op onderzoek uit te gaan. Helaas is ook de algenbloei in volle gang, vooral in de westelijke helft van de Oosterschelde. Voor mij genoeg reden om het bij de Bergse Diepsluis te proberen. Daar worden traditiegetrouw elk jaar weer sepiatentjes gebouwd door duikers.

 

Camera:

De foto is gemaakt met een Olympus OM-D E-M5mkII systeemcamera (Micro Four Thirds sensor). De lens is een Olympus M.Zuiko 12-40mm PRO. Het geheel is verpakt in een Nauticam NA-EM5II onderwaterhuis met 6 inch domepoort. De flitsers zijn de nieuwe generatie INON Z-330’s.

 

Aanpak:

Op een vrije dinsdag maak ik een eerste duik bij de Bergse Diepsluis. Het zicht is nog best redelijk. Toch laat de algenbloei zich hier ook al zien. Zigzaggend speur ik de duikstek af naar de sepiatentjes, want daar maak je uiteraard de meeste kans op een ontmoeting met een pijlinktvis of sepia. Het duurt even, maar uiteindelijk vind ik de sepiatentjes én ik heb het geluk om een pijlinktvis te zien en te fotograferen. Het worden alleen niet de beste foto’s. Ik laat mezelf teveel leiden door mijn enthousiasme over de ontmoeting – het was immers alweer enkele jaren geleden. Maar dat maakt de duik niet minder mooi en ik weet de tentjes nu te vinden voor de tweede duik. Na zo’n vijfenveertig minuten lig ik weer in het water. Het is hier maar zes of zeven meter diep dus ik heb alle tijd. De tentjes vind ik snel weer terug, maar geen sepia of pijlinktvis te bekennen… Na een half uur begin ik de moed te verliezen, maar dan zie ik toch ineens een mooi sepiavrouwtje tussen het wier liggen. Heel rustig benader ik haar en geniet van het moment. Ondertussen maak ik wat foto’s en merk ik dat het zicht nog net goed genoeg is om niet al te veel stof te belichten. Met een wat langere sluitertijd en het diafragma redelijk ver open krijg ik de belichting die ik wil. Een goed belichte sepia tegen een mooie, lichte achtergrond is uiteindelijk het resultaat waarmee ik de duik tevreden beëindig.

 

Flitsers:

De INON Z-330 flitsers hebben een bolvormig frontglas en bijbehorende diffuser. Een diffuser maakt het licht zachter en de lichthoek groter. Door de flitsers achter mijn poort te plaatsen, maar wel zo dicht mogelijk naast mijn onderwaterhuis en iets erboven, krijg ik de belichting die ik wil zonder al te veel stof en algen te belichten.

 

Nabewerking:

Het RAW bestand bewerk ik in CameraRAW 9.1.1 tot het gewenste eindresultaat. In dit geval kies ik ervoor de hoge lichten helemaal dicht te zetten en daarna de belichting weer een klein beetje te verhogen. Dat geeft een egalere belichting. Voor het contrast selecteer ik “normaal contrast”. Tot slot pas ik de kleurtemperatuur en verzadiging nog iets aan. De meest opvallende stofdeeltjes verwijder ik met het “snel retoucheerpenseel” van Photoshop CS6.

 

EXIF data

Bestandstype: ORF (RAW)

Belichting: 1/80s bij f9.

Belichtingsprogramma: M (manueel)

Lichtgevoeligheid: ISO 640

Brandpuntsafstand: 12mm (vergelijkbaar met 24mm op full frame)

Witbalans: 5000K in de nabewerking