Kapitein Gustav Amberger keek door de periscoop van zijn duikboot en hoopte vurig dat er spoedig het konvooi met code OQ 20 zou langsvaren, zodat hij een mooie prooi kon uitkiezen. De U58 wachte nu al enkele dagen op dit konvooi dat vertrok uit Queenstown in het zuiden van Ierland.
De datum van vertrek was alleen één dag uitgesteld naar 17 november. Kapitein Amberger was hiervan niet op de hoogte en het geduld van de officieren en de crew werd op de proef gesteld. Maar om 15.30 uur in de namiddag hadden ze eindelijk succes en zagen ze het konvooi naderen. Een van de schepen in het Konvooi was een groot vrachtschip met de naam SS Welshmen. En dit zou een mooi doel zijn voor de ambitieuze Amberger. Hij wist echter ook dat het geen gemakkelijke job zou worden, omdat het konvooi begeleid werd door verschillende destroyers die dieptebommen aan boord hadden. Aan boord van de USS Fanning had lookout Daniel Loomis op ongeveer 170 meter de periscoop van de U58 opgemerkt en er werd onmiddellijk alarm geslagen. Officier op het dek Walter Owen Henry van de Fanning gaf bevel om een aantal dieptebommen te droppen op de plaats waar men de periscoop gezien had. Ook de destroyer USS Nicholson werd mee ingeschakeld om de duikboot te vernietigen.
Aan boord van de U58 had men natuurlijk ook opgemerkt dat de destroyers in hun richting begonnen te varen. Amberger gaf het bevel om te duiken maar kon niet ontkomen aan de explosies van een aantal dieptebommen van de Fanning. De duikboot had bijna direct schade aan de duikinstallatie en de kapitein moest de zware beslissing nemen om naar de oppervlakte te gaan. Hierdoor zou de bemanning nog een kans op overleven hebben. De kapitein twijfelde niet en gaf het bevel om een noodstijging te maken.
Op de USS Fanning zag men plots de boeg van de duikboot in een scherpe hoek uit het wateroppervlak duiken. Bijna onmiddellijk ging het luik van de toren open en begonnen de crew en officieren de duikboot te evacueren. Hierbij viel één persoon overboord die niet gered kon worden. Er werden zelfs bemanningsleden van de U58 gered door crew van de USS Fanning die overboord sprongen om hen te helpen. Allen werden aan boord gebracht van de USS Fanning waar ze onder bewaking werden gesteld. De USS Fanning werd zo het eerste Amerikaanse oorlogschip dat een Duitse duikboot tot zinken bracht.

USS Fanning
US Navy destroyer (DD37)
Gebouwd: 11 januari 1912. Newport Shipbuilding Co. Norfolk Navy yard
750 ton
Lengte: 89.56 m
Breedte: 8.20m
Snelheid: 29 knopen
Bewapening: 5x 76mm kanonnen – 6x 450mm torpedotubes – Dieptebommen
Duiken naar een duikboot op 82m diepte
Het was een prachtige morgen in juli en er was nog niet veel activiteit in de haven van Kinsale in Zuid- Ierland. Ons duikschip met de naam Seahunter al geladen met rebreathers en ander technisch materiaal om een duik te maken op de U58. Peter McCamley was onze expeditieleider en hij had de keuze voor dit wrak gemaakt. Kapitein John Griffin had uitgerekend dat de trip naar het wrak voor de kust van Cork ongeveer twee uur zou duren. Er stond een lichte wind en de tocht verliep vlekkeloos. Korte tijd later lag de dreg op het wrak en maakte iedereen zich klaar voor de duik. Mijn duikbuddy was Karl Van der Auwera en we zouden als eerste team te water gaan.
Nadat we onze laatste controles hadden uitgevoerd, sprong ik als eerste van de boot en zwom naar de boei. Karl voegde zich kort daarna bij mij en we begonnen aan onze afdaling. Het wrak lag op een diepte van 82 meter. Op halve diepte bevestigden we onze naamplaatjes aan de lijn van het decompressiestation. Op een diepte van 65 meter bevestigde ik ook mijn stroboscooplamp aan de lijn, zodat we aan het einde van de duik zeker de opstijgingslijn zouden vinden.

U58
Gebouwd: AG Weser Bremen (te water op 31 mei 1916 )
2 MAN dieselmotoren ( 16.5 knopen)
2 SSW-Doppeldyn elektromotoren (8.8 knopen)
Lengte: 67 m
Beam: 6.32m
Hoogte: 8m
Twee schroeven
Testdiepte: 50m
7000 mijl range (diesel)
Second Submarine Flotilla based Wilhelmshaven and Helgoland
Kapt. Gustav Amberger
Bewapening: 4 torpedo tubes – 88mm kanon – 105 mm kanon
Max diepte: 50m
Een mooi bewaard wrak
Toen we de bodem bereikten, was het zicht ongeveer zes meter en realiseerden we ons dat onze dreg niet op het wrak lag. Er was echter een kort sleepspoor in het zand en ik besloot in die richting te zwemmen. Gelukkig had mijn buddy zijn haspel aan de afdaallijn bevestigd, zodat we zeker waren dat we de weg terug zouden vinden. We hadden geluk en na een paar meter zwemmen zagen we de romp van het wrak voor ons liggen. We volgden de romp omhoog en voor ons stond het 88 mm kanon mooi rechtop op het wrak. Het kanon leek volledig intact te zijn.
Iets verderop kwamen we bij de commandotoren van de onderzeeër, waar we meteen de periscopen zagen. Net achter de periscopen was een luik dat halfopen stond, waardoor de bemanning de onderzeeër had kunnen verlaten toen deze zonk. Het dek van de romp was bezaaid met munitie en aluminium buizen met koperen afsluiters voor de granaten. Het was duidelijk dat nog niet veel duikers dit wrak hadden bezocht.
We vervolgden onze verkenning en zagen een van de torpedobuizen, die gemakkelijk te herkennen was. Vlakbij was ook een tweede toegangsluik, waarvan het sluitmechanisme duidelijk zichtbaar was. Er was nog een derde bronzen luik, maar dat stond in een hoek van 45 graden ten opzichte van het dek en werd gebruikt om nieuwe torpedo’s te laden tijdens het bijtanken. Ondertussen bleef ik foto’s maken, want het was duidelijk dat dit een bijzonder wrak was.
We zwommen nu terug naar de boeg en zagen al snel het grote 105 mm kanon, dat nog in een hoek van 45 graden naar boven gericht was. Op het dek lagen allerlei onderdelen die ik niet meteen herkende, maar die van koper of brons waren gemaakt.
We besloten toen terug te zwemmen naar onze stijgingslijn, omdat we al twintig minuten op het wrak waren. Onderweg zagen we ook nog de radiomast plat op de het wrak liggen. Toen we dicht bij onze stijglijn kwamen, besloten we een kijkje te nemen aan de achterkant van de onderzeeër. Hier konden we een van de bronzen schroeven herkennen, maar het was moeilijk om een goede foto te maken omdat er veel visnetten in dat gebied lagen. De tijd is erg kort op deze diepte en we moesten aan onze opstijging beginnen. Dit verliep zonder grote problemen en een paar uur later waren we terug op het dek van ons duikschip. Iedereen in ons team was het erover eens dat het een fantastische duik was op een uniek wrak in de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog.