Leestijd: 14 minuten

West is Best. Dat is de uitspraak van de staf van Porthkerris Divers als je hier een kantduik maakt. De kust hier ligt op het oosten en met een doorgaans westenwind zit je altijd in de luwte. Nauwelijks golven, helder oceaanwater en een rijk onderwaterleven. Wat wil je nog meer? Rust, mooie natuur, gezellige vissersdorpen, lekker eten, een pint in een pub en een wandeling over het kustpad? De zuidwestkust van Engeland heeft het allemaal.

Dream on

Het is weer zover. We hebben de auto en boot weer ingeladen voor weer een nieuw avontuur op en langs de Engelse kust. We zijn zover dat we, nu de boot uitgerust is met een zwaardere buitenboordmotor, onze droom waar kunnen maken. We gaan alles op alles zetten om naar Isle of Scilly te varen. Een tocht van goed twee uur varen met een redelijk hoge snelheid. De oceaan op en zonder enig zicht op land en met waarschijnlijk een behoorlijke oceaandeining. We steken de shipping lane over en misschien zien we nog eens een tanker. Laat maar komen. We zijn er klaar voor!

Engeland, wat blijft dat land ons trekken. Vooral dat je je goed verstaanbaar kan maken en dat de Engelsen in deze streek zeer open zijn maakt het nog aangenamer. Dit jaar kiezen we wéér voor kamperen in de tent. Voordeel is dat je met een stap buiten bent en geniet je van de bloemenpracht rondom de camping, uitzicht over zee en we zitten op loopafstand van de duikstek. Een must op de camping is elektra. Camera’s, duiklampen, elektrisch luchtbed en niet te vergeten voor het koffie apparaat en de kachel mag elektriciteit niet ontbreken.

Het terrein van de Porthkerris Divers is enorm groot. Voordeel daarvan is dat er altijd wel plaats is. Zo is er plenty ruimte op zeeniveau, op enkele terrassen nabij de duikstek, boven op de klif of als je wilt kun je ook nog eens een appartement huren. Wij kiezen voor de rust en vooral de zon laat in de middag en avond. Deze staat uiteraard boven op de klif het langst. Neem daarbij het mooie uitzicht en je plekje is compleet.

Het kustpad geef je met grote regelmaat prachtige uitzichten cadeau

Frontaal: de beste verdediging

Wij starten de duikvakantie hier altijd met een kantduik op Dawna Rock. Een rotsformatie slechts tientallen meters uit de kant en je bereikt er een diepte van rond de twintig meter. We waren getipt dat er vele octopussen te spotten zijn. Een plaag zelfs als we de vissers in de Britse kranten mogen geloven. Dit omdat de octopussen ook kreeft en spider crab op hún menu hebben staan. Later zal blijken dat we per duik niet hoeven te denken óf we een octopus zouden tegen komen maar hoe véél! Beschut tegen de wind en in ondiep water vinden we hier tussen het kelp en draadwieren genoeg leven. Kleurrijk vooral. Naaktslakken, schelpen en ook de mooie rode poon wordt op een metertje of zeven diep gespot.

Al dit leven laat zich makkelijk fotograferen. Dat is met de John Dori bovenop de pinacle en tussen het kelp van Dawna rock wel anders! Deze mooie vis, met een vingerafdruk op zijn romp en die matig hard zwemt, heeft als verdediging je recht aan te kijken. Aangezien deze vis zeer dun is kijk je hem of haar zo over het hoofd. Maar eenmaal gespot dan is het geen stil zitter. Ik heb er vreselijk mijn best voor moeten doen om de John Dori vanaf de zijkant te kunnen fotograferen. Geduld loont. Het is gelukt! Kostte wel een litertje lucht. Dat dan weer wel.

Jantje huilt, Jantje lacht

We pakken onze boot die we gisteren aan een mooring van Porthkerris hebben gelegd. We varen eerst naar de kant en daar laden we de flessen en niet te vergeten de koelbox in. Het wordt een dagje op het water en een duikje op een rif of een wrak. We hebben de tijd om het te beslissen, omdat er veel duikstekken zijn waar niet of nauwelijks stroming staat. Onze keuze is afhankelijk van wat het weer doet. Het weer is nu wat grauw. Met wat zonlicht erbij maakt het duiken een stuk prettiger. Klinkt misschien wat vreemd maar we kennen het Engelse weer. Jantje huilt, Jantje lacht. Een uur later is het weer volledig omgeslagen naar een prettig zonnetje en dat brengt weer kleur op de foto’s.

Zuid-West Engeland

Het gemiddelde weer in het zuidwesten van Engeland is een gematigd zeeklimaat. Hierdoor heeft het milde zomers en zachte winters. In feite vergelijkbaar met Nederland. De temperaturen in de zomer (juni-augustus) liggen gemiddeld rond de 21°C. Het is het hele jaar door vochtig, met de meeste regen in het najaar. Het zeewater schommelt tussen de 6 en hoogstens 17 graden in de zomer.

Vergeet de app maar

Wij varen dicht langs de kust via Coverack naar Cadgwith. Prachtige kust waarbij op sommige plekken de bomen tot aan de waterlijn groeien. Dat nodigt uit om deze kust ook eens te bewandelen. Niet veel dagen later hebben we dan ook de auto geparkeerd in St. Keverne en via de app Komoot een wandelroute van zes kilometer uitgekozen. Dit pad loopt langs rotsen en groene glooiende grasvelden. De bossen en struiken zijn zo dicht begroeid dat het meer lijkt alsof je in een tunnel loopt. Bij Lowland zien we, in de luwte, een groep van zeven zeehonden. Ze geven geen kik en blijven lekker drijvend hun rustmomentje pakken. Vergeet de app maar. Na elke bocht bedenk je wat er achter de volgende bocht te zien is. Is daar een nóg mooier uitzicht?! Wat gaan we dáár zien? Die wandeltocht is uitgelopen op dertien kilometer. Je begrijpt vast wel hoe lekker dan het biertje bij de tent gesmaakt heeft!

De rode poon. De aparte vormen, harde kleuren en het hebben van poten maakt deze bewoner van het rif een echte fotogenieke vis.

Ricco’s dolfijnen

De vaartocht naar Cadgwith gaat verder. We zien een groot aantal Jan-van-genten vliegen en daar vlakbij ook een typisch scheepje. Het blijkt de catamaran van www.akwildlifecruises.co.uk te zijn. Deze organisatie vaart vanuit Falmouth en zien we met hun boot vol natuurvrienden regelmatig langs de kust schuifelen. Dit om een glimp van het leven op zee en op de rotsen van dichtbij te kunnen beleven.

Het is wel apart dat Jan-van-genten in de buurt van mensen komen. Snel wordt ons duidelijk waarom. Links en recht van ons doemen Ricco’s dolfijnen op. Dit zijn vrij grote grijze dolfijnen met witte krassen op hun lijf. Ze hebben een vriendelijke uitstraling. Ze lijken te spelen met onze golven, schieten van links naar rechts onder onze boot door en komen met grote regelmaat langszij. Ze lijken ons wel te observeren. Of zijn ze toch aan het jagen en proberen de Jan-van-genten een visje mee te pakken? Het is niet gebruikelijk dat dit soort dolfijnen hier regelmatig voorkomen. In ieder geval liggen wij zij aan zij met het Engels scheepje en samen genieten we van het schouwspel.

Devil’s Frying Pan

De kust rondom Cadgwith is gekend door zijn zwarte rotsen. Prachtige contrasten als je vanaf het water de zee tegen deze rotsen ziet beuken. Als we toch dichtbij Cadgwith zijn dan is het vaste prik om Devil’s Frying Pan binnen te varen (positie: 49.59.071N, 5.10.787W). Gewoon omdat het moet kunnen als de zeegang het toelaat. Want zo erg breed is de tunnel ook weer niet. Devil’s Frying Pan heeft weg van een grot die, vanuit zee gezien, uitkomt op een binnenplaats. Voorzichtigheid is geboden want ook qua diepte worden we begrensd. Een uitdaging waarbij alle ogen aan boord voor een veilige passage moeten meewerken.

De John Dori, Zeus Faber of Zonnevis. Kies maar een naam. Een mooie vis met een ietwat chagrijnige uitstraling.

 

 

Wees gewaarschuwd

Cadgwith is zo’n klein knus en gezellig vissersplaatsje waarbij de vissersschepen bij gebrek aan een haven de kant op worden getrokken. Zware lieren, kettingen, houten balken en viskisten sieren hier het kiezelstrand. Wat dit strand er gratis bij krijgt is de aanwezigheid van vele zeemeeuwen. Geweldig als deze meeuwen gezamenlijk aanslaan en luidkeels hun aanwezigheid laten merken. Typisch een vissersdorp. Tip, deze rovers zijn sneller dan je je fish & chips kunt beschermen. Wees gewaarschuwd.

Wij blijven dit keer voor het strandje op zee dobberen. Het anker gaat overboord en de koelbox gaat open. Eerst een lunch voor we de duik gaan maken. Uiteraard zijn we vergezeld van vele zee kippen die zich rondom de boot verzamelen in de hoop dat ze voedsel gedoneerd krijgen. Hoe doordringend en met een scheve kop ze ook kijken… mijn lunch gaan de meeuwen niet krijgen!

Getorpodeerd wrak

We hebben besloten om te gaan duiken op het wrak van de Carmarthen. Een cargoschip van 4200 ton dat in 1917 is getorpodeerd en dicht tegen de kust in twintig meter diep water ligt. Dat dicht tegen de kust liggen is een dingetje. Staat er enige deining, dan merk je dat zeer goed op de bodem. Deze grondzee maakt je kotsmisselijk en het enige wat je dan kunt doen is de duik afbreken. We hebben dit geleerd uit ervaring. Alleen met hoog water duiken en er mag geen deining zijn. En dat is nu vandaag het geval. Op positie 50.00.142N, 005.07.612WE gooien we het anker overboord en trekken het vast in het wrak. Kraakhelder water zien we aan de oppervlakte. Dat belooft wat. We zakken beide langs de ankerlijn af en nabij het anker maken we onze reel vast. Gaaf. Enige meters van het anker vinden we een oude begroeide lobsterpot. Die staat thuis leuk in de tuin en gaat mee naar huis gebaren we naar elkaar. Op de terugweg hangen we er wel een hefballon aan en schieten deze dan naar de oppervlakte, is de bedoeling. Maar het script loopt anders.

Na de fotoduik tussen de spanten, boilers en over de zandvlakte komen we weer terug bij de lobsterpot. We hebben normaliter nog lucht genoeg. Normaal gesproken dus, maar de lobsterpot blijkt met nog een lijn verstrikt te zitten aan de boiler. Dat is een tegenvaller want werken onder water vraagt, en zeker op deze diepte, behoorlijk wat lucht. Ik hang er een hefballon aan, blaas er zoveel lucht in als ik nog missen kan en snij het touw zover mogelijk door. Er zijn grenzen en ik heb er één bereikt. Ook het anker moet nog los gemaakt worden en ik heb lucht nodig voor mijn safety stop, gaat er door mijn hoofd. Snel sla ik nog één van de twee karabijnhaken die ik altijd bij heb me vast aan de lobsterpot en de ankerlijn. Fingers crossed dat we het anker én de lobsterpot vanuit de boot van de bodem kunnen hijsen. Soms moet je gewoon een beetje geluk hebben.

Het lukt ons en met de stinkende lobsterpot op de neus van de boot varen toch nog even verder naar Lizard Point. Gewoon, omdat het daar indrukwekkend is en we eigenlijk wel een triomfronde verdiend hebben. Inmiddels prijkt de lobsterpot gevuld met vetplanten in de achtertuin. Bij het zien moeten we toch altijd wel gniffelend terugdenken aan dit project.

Wie niet over een boot beschikt kan voor een bootduik op één van de catamarans van Porthkerris stappen. In een radius van 20 kilometer doen ze verschillende duiksites aan.

Tentakels van maximale lengte

Onze favoriete riffen op de Manacles zijn toch wel Vase (50.02.955N, 005.02.365W) en Raglanreef (50.02.666N, 005.02.508W). Deze twee pinacles liggen aan de buitenzijde van de Manacles en hebben, volgens mij, de meeste voeding. De wanden van deze pinacles zijn rijk begroeid met de kleurrijke juweelanemonen en we zien hier grote zeebaarzen en polak zwemmen. In 2024 hadden we het geluk dat we een mooi schouwspel mochten meemaken. Duizenden paarse kwallen passeerden de Manacles. Doordat ze nauwelijks aanraking hebben met riffen of branding zijn hun tentakels de maximale lengte. En dat merk je. Er waren er zoveel dat een afdaling of opstijging zonder contact te maken met deze kwallen onmogelijk was. Hun favoriete plek om mee te liften is je automaat. Niet aanzitten is ons advies maar wapperen met water.

  • Kreeften, zee egels en vergezichten zijn geen uitzonderingen op de pinacles van de Manacles
  • Kreeften, zee egels en vergezichten zijn geen uitzonderingen op de pinacles van de Manacles
  • De uitrusting zoals deze er bijna bij elke duik uit ziet. Vol gehangen met reel, camera, lamp en netje voor in dit geval skeletten van zee-egels.

Bezoek uit Nederland

De gsm gaat af. Duikvrienden uit Nederland informeren of het leuk is als ze enkele dagen langskomen. Ze hebben net hun 2-sters CMAS opleiding afgerond en veel zin in om Engeland en het duiken daar te beleven. Wees welkom! We gaan hier verder met opleiden op het grote water en op het droge gaan we het land verkennen.

Zij en wij hebben er zin in. Slechts twaalf uur later staan ze op de stoep. Bepakt en bezakt en ook met een tent. Dat wordt gezellig op het veldje. Ze blijven maar vijf dagen dus dat wordt plannen maken. We gooien ze letterlijk in het diepe. In die vier dagen doen we diepduiken, stromingsduiken, wrakduiken, reelen, driftduiken, boothandling en wrakken scannen. Wij leunen achterover, laten ze veel zelf uitvoeren en geven zo laat mogelijk advies.

Omdat ze in nat pak duiken besluiten we maar een duik per dag te maken. Het andere dagdeel gebruiken we voor hiken, sightseeing en eten. Hier om de hoek in St. Keverne zit de ijsmakerij Roskilly’s. In coronatijd hebben ze de farm uitgebreid met een grote pizzaoven op houtskool. En dat legt ze geen windeieren! Het ijs is al vreselijk lekker en de pizza’s niet minder. Grote pizza pulled pork en een sorbet van ijs hebben we hier regelmatig afgetikt. Dit opgevolgd door heerlijk uitbuiken tijdens de live muziek van de lokale muzikanten.

D-day

Land’s End vanuit de skybus gezien.

In 2016 hebben we de Scilly’s voor het eerst verkend. Heen met de Scillonian, de veerboot van Penzance naar St. Mary’s. De terugweg hebben we geboekt met de skybus van St. Mary’s naar Lands End. Een vliegtocht van slechts twintig minuten, maar op zich al een hele belevenis om de streek vanuit de lucht te zien. Om de trip naar onze auto in Penzance compleet te maken stappen we in een dubbeldekker bus. Geweldig hoe zo’n groot bakbeest zich een weg baant over de smalle wegen van deze uithoek van Engeland. Krijg je de kans dan is vooraan boven zitten de place to be.

De weercondities zijn zo dat enkele dagen een maximale wind staat van kracht 3 bft. Dat moet wel lukken om de trip te maken, maar we weten wel dat de deining van de afgelopen dagen nog in de oceaan zal zijn. We mogen best verklappen dat de trip, de omstandigheden en het tijdschema best een druk op ons legt. Wij beiden zijn redelijk stil en gaan gelaten het avontuur aan.

Vroeg op want we hebben eerst nog 50 kilometer te rijden. In deze omgeving én met aanhanger is dat toch echt een uur rijden. We vertrekken uit de getijdehaven midden in het centrum van Penzance. We vermelden getijdehaven expliciet omdat anderhalf uur voor en na laag water de trailerhelling droogvalt. De spanning neemt bij ons toe, omdat een landingsvaartuig de helling heeft geblokkeerd voor het uitladen van een rupskraan. We lezen op de notities naast de helling dat deze helling van 07:00 tot 09:00 hiervoor is gereserveerd. Er zit niets anders op dan te wachten en het proces van het leggen van balken voor de rupsbanden, ter bescherming van het wegdek, te aanschouwen. De tocht gaat van start met het samen opvaren met de veer boot Scillonian die ook zijn toch naar de Scilly’s aanvangt. Zij zijn wel wat verder uit de kust dan wij. Het weer is grauw. We kiezen ervoor om gedurende de eerste twintig kilometer langs de granieten kust te varen. Op dit stuk, en we hopen er weer op, hebben we vele Baskingsharks en Mola Mola’s gespot. Sommige zomaar enkele tientallen meters uit de kust. Helaas kun je niet altijd dit geluk hebben…

  • In ondiepe wateren zijn diverse soorten naaktslakken te vinden. Welke kleur ze hebben kan afhangen welke algen ze eten.
  • In de ondiepe wateren vind je de mooie diep groen paarse wasroos met daarin de Leach's spider crab. Oftewel de gladde sponspootkrab.
  • In de ondiepe wateren vind je de mooie diep groen paarse wasroos met daarin de Leach's spider crab. Oftewel de gladde sponspootkrab.
  • In de ondiepe wateren vind je de mooie diep groen paarse wasroos met daarin de Leach's spider crab. Oftewel de gladde sponspootkrab.

Point of no return

Bij Land’s End kijken we elkaar aan en met een gemaakte grijns maken we een draai naar bakboord en onder een koers van 253 graden gaan we dan toch echt de overtocht maken. De snelheid ligt rond de 33 km/uur. Het is de deining die recht op de kop staat die de snelheid beperkt. We weten nog enigszins op de tube te zitten. De deining maakt het er niet aangenamer op. Na goed een uur varen en geen enkel land in zicht gaat de motor uit. Geen gezoem van de motor meer. Het geluid van kabbelende golven om ons heen neemt het over. Tijd voor koffie uit de thermoskan. Niet de meest verse maar op zo’n moment zou zelfs zeewater smaken.

Wat een rust. Ik ga eens in de boot staan en hoop, als we op de top van een golf zijn, een blik van land te bespeuren is. Niets. We zijn nietig gaat er door mijn hoofd. Maar als goed zeeman zeg ik dat dit te verwachten was en dat alles onder controle is. We hervatten de overtocht.

We zitten inmiddels drie uur op het water en eindelijk zien we land! St. Martin is het eerste eiland dat we zien. Dichterbij komend zien we ze al. In grote getalen zelfs. Grijze zeehonden. Wat een vrolijk onthaal. Een beter welkom op de Scilly’s kunnen we ons niet wensen. Het anker gaat overboord en we plonzen het water in. Het duurt niet lang of er wordt aan de zwemvliezen getrokken. Ja ja, ik kom spelen hoor!

  • Een jonge pub. Cute. Hij of zij vindt onze aanwezigheid interessant en zeker onze rare vinnen!
  • Wel eens gebbq-ed op zee? Vanuit Porthkerris worden snorkel trips naar de blauwe haaien georganiseerd en met een BBQ aan boord als afsluiting.
  • Mola Mola zwemmend met zijn vin boven water voor de kust van Lamorna.
  • Land’s End met Longships lighthouse. Een prachtige duik en snorkelstek met gegarandeerd zeehondenbezoek.

Zo zijn ze dan ook wel weer

De Scilly Islands staan bekend om het subtropisch klimaat en turquoise gekleurde wateren. En zo ervaren wij het ook. De zon gaat schijnen en door de ondieptes kleurt deze omgeving als een waar paradijs voor watersporters. We banen onze weg door de vele geulen. Als we het even niet weten kijken we op de plotter. Wat een belevenis. Vele pinacles steken net boven water, palmbomen schieten voorbij en in de verte zien we onze eerste stopplaats, Hugh Town. Daar gaan we de benen strekken, wat eten en drinken in de pub op de boulevard en brandstof organiseren. Voor dat laatste schiet ik een local aan en hij is zelfs zo vriendelijk om mij met twee jerrycans een lift te geven naar de enige pomp op het eiland. Na wat liters te hebben afgetikt loop ik terug naar de boot op de boulevard.

We zijn er niet gerust op wat er aan de horizon verschijnt.

Ook weer geregeld. We kunnen verder de Scilly’s verkennen. De reis gaat langs alle eilanden met vele mooie baaien. Het zijn er te veel om te beschrijven. Kijk hiervoor maar eens op Google Maps. Aan de horizon verschijnt een grijze massa. Nee toch. Geen zee mist, hè? We maken een besluit. Voor de mist van de Scilly’s af!

We varen rond Round Island Lighthouse en vanaf daar weer richting mainland. Aan deze zijde staat er veel stroom en het is hier ruw. De snelheid is nauwelijks 20 km/uur. Dit is hopelijk niet gedurende de gehele terugreis. Gelukkig niet. Enkele kilometers verder hebben we de wind en swell mee. De snelheid schiet vaak naar 49 km/uur! Heerlijk. Halverwege krijgen we escort. Nee niet van de coastcard maar van Common Dolphins. De snelheid gaat er ietwat uit en zo kunnen we lang van hun aanwezigheid genieten. Ze laten zich makkelijk fotograferen. Astrid ligt op de neus van de boot en kan ze zowat een knuffel geven.

Scary is het wel, maar de drang om hier te duiken wint het

De mist blijkt een aankomend front te zijn. Gelukkig. De koers wordt naar stuurboord verlegd. Dit niet zonder reden. Ongeveer acht mijl uit de kust van Land’s End staat Wolf Rock Lighthouse midden in de oceaan dag en nacht een ondiepte aan te geven. Negen jaar geleden vroeg Engelsman Charles Hood ons om mee te gaan duiken bij deze rots. Het kwam er toen niet van maar het is altijd blijven hangen. Nu we hier toch in de buurt zijn, bedenk ik me …

Scary is het wel. We zijn zielsalleen op deze grote plas. We hebben op één zeilboot, een tanker en vele grijze zeehonden na geen enkel leven gezien. De drang om te duiken wint het. Zij het dat ik alleen duik en Astrid bootwacht houdt. Het anker gaat in de luwte van de swell dicht onder de vuurtoren overboord. De scan geeft aan dat de rots zowat verticaal uit de diepte verrijst en de diepte ver naast de rots al gauw op 70 meter zit. Langs de ankerlijn laat ik me afzakken en kom het anker, liggend op een richel, tegen op 27 meter diepte. Ik borg het anker en pas dan kijk ik op mijn gemak op me heen. Kraanwater!

Wolf Rock Lighthouse

Zicht van ongekende verte siert deze stek! Ik zie schimmen van grijze zeehonden, spider crabs, langoesten en de waanzinnig mooie juweelanemonen. Wat een feest! Ik blijf rondom het anker. Verder zwemmen is niet nodig. Ik zit inmiddels al door de dertig meter. Ik schiet wat foto’s en de rest sla ik op in mij geheugen. Wolf Rock, je ziet me terug!

Terug in de haven van Penzance zijn we gebroken. We merken het allebei. Het is 19.30 uur. Op. We zeggen niets tegen elkaar. Dat is even beter zo. Op routine bouwen we de boot af. Leggen de spullen in de auto en kleden ons om. In één rechte lijn naar de frietzaak aan de rand van de parkeerplaats. Eerst eten. Nadat het beest in ons door eten is weggedrukt komen de verhalen van de dag. Rozig drinken we een glaasje in de tent. Voor foto’s terugkijken maken we geen tijd. It’s done. Klaar met de dag. Ik hoor klik van de lichtschakelaar en dat was het laatste van deze geweldige ondernemende dag.

 

Enthousiast geworden?

We hebben een aantal hotspots voor je op een rijtje gezet om zelf de reis te kunnen gaan maken.