
In de Europahaven in Rotterdam legt de schipper behendig zijn schip aan de kade. Vlak achter een net gearriveerd schip uit Latijns-Amerika zorgt hij ervoor dat iedereen veilig van boord kan om aan boord van het containerschip te klimmen dat daar ligt en is aangewezen voor controle. Vandaag zal een duiker van de Douane hier onder het schip gaan om te controleren op smokkelwaar op specifieke plekken en zal een operator van een ROV (remote operated vehicle, meer bekend als een onderwaterdrone) het hele schip nog verder afzoeken onder de waterspiegel.
De werkdag van dit duikteam begon om 15 uur en zal duren tot ongeveer 23 uur. Zo’n uur geleden stapten we aan boord van dit douanevaartuig. Het is een ijskoude dag en het sneeuwt dan toevallig niet, maar daar is alles mee gezegd. We zijn eerst vertrokken uit de Botlek met de bus. Eenmaal aangekomen bij de steiger waar de schepen van de Douane afgemeerd liggen, zijn we, nadat alle apparatuur gereed en gecheckt is, op weg gegaan naar het aangewezen schip. Welk schip we vandaag aan een onderzoek onderwerpen, is natuurlijk niet met de natte vinger bepaald. Het Douane Landelijk Tactisch Centrum maakt risicoanalyses van de binnenkomende schepen in havens. Alle schepen uit risicolanden krijgen controle, maar niet allemaal krijgen ze duikers aan boord. Het duikteam werkt zeker niet alleen in Rotterdam: soms controleren ze onder de waterspiegel in andere havens, van buurlanden of in zee.
In de werkruimte in het douanekantoor in de Botlek heeft de duikploegleider mij rondgeleid. Hij heeft me onder andere de verschillende vormen laten zien die de Douane de afgelopen jaren zoal is tegengekomen onder schepen om smokkelwaar te vervoeren. Dit gaat van torpedohulzen tot kistjes. Groot en klein, gestroomlijnd of niet, van de ene koker of box kan je je wat makkelijker voorstellen dat het daadwerkelijk de hele overtocht over de oceaan blijft ‘plakken’ aan je schip dan van de andere.

Aan boord
We stappen van het douaneschip en in mijn (geleende) douanejasje loop ik op een lekker tempootje achter het team aan, de trap op naar het schip. Ik moet zeggen, ik voel wat spanning. Ik doe iets wat ik echt al vaak heb gedaan op heel grote schepen, maar dit is anders: je gaat aan boord bij een schip dat je komt controleren op criminele activiteiten. En ik denk vooral: ik ben ongetraind en we zijn waarschijnlijk niet zo welkom.
Dat laatste valt mee. Bij de ingang worden we vriendelijk verwelkomd door de daar wacht houdende bemanning. Direct gaat het team over op duidelijkheid: de duikploegleider vertelt wie we zijn en wat we komen doen: controleren met een duiker onder de waterspiegel. We willen graag naar de stuurhut, de tekeningen van het schip ontvangen, het liefst digitaal en we zien graag de kapitein. Dat wordt geregeld en al snel zitten we in een ruimte waar de temperatuur niet past bij onze kleding. Het kan gek lopen in januari: van zo’n 0 graden buiten naar 35 graden binnen. De kapitein van het schip lijkt totaal niet verbaasd over onze komst, hij is wel wat gewend en ook de benodigde papieren, tekeningen en het doornemen van de duikveiligheid en de eisen die daarvoor zijn opgesteld zijn snel doorgenomen. Het is routine. Een van de teamleden van de douane haalt met een bemanningslid uit het digitale dossier alle plattegronden en print ze ook uit. Die kunnen mee naar beneden en mee als duikbrief voor de te watergaande duiker. Na de controle gaan de geprinte plattegronden in het archief van het ‘duikkantoor’ in Rotterdam.
Het is ook wel eens anders, vertelt de duikploegleider als we weer afdalen naar de kade. ‘Deze kapitein was duidelijk ervaren en hij sprak zeer goed Engels. We hebben ook wel eens kapiteins, stuurmannen en bemanning die het niet goed of helemaal niet begrijpen. Dan heb je de hele lijst met ze doorgenomen, alle veiligheidseisen uitgelegd en dan zeggen ze als samenvatting van je hele verhaal ‘Aaaaah, diving, right?’. Dan kan je beter nog meer tijd nemen en opnieuw beginnen, want waarschijnlijk heeft deze man de belangrijke informatie dan niet begrepen en is de veiligheid dus niet gewaarborgd.’
Duiken en zoeken
Twee mannen uit het team blijven aan boord van het te controleren schip. Zij zullen er voor zorgen dat de duiker simpelweg zijn werk veilig kan doen door op de brug en in de machinekamer van het vrachtschip te blijven tot deze operatie klaar is. Zo kunnen er niet per ongeluk motoren gestart worden of zaken in beweging worden gebracht die de duiker in gevaar kunnen brengen. Ook de ROV blijft zo buiten roterende onderdelen. Deze twee teamleden zijn dus van groot belang en het duikteam blijft met ze in contact via de portofoons.
Ondertussen is aan boord van het douaneschip alles in gereedheid gebracht om vanaf daar te kunnen duiken. De duikhelm ligt klaar, de duiker is gebriefd op basis van de beschikbare informatie en plattegronden, de veiligheidsduiker is gereed en de plattegronden zijn bestudeerd. De duikploegleider is verantwoordelijk voor het begeleiden van de duiker onder het schip en staat met hem in contact door middel van de communicatie via de helm. Een lijnhouder geeft voldoende lijn bij het dieper of verder weg zwemmen en neemt deze weer terug als de duiker weer dichterbij komt. We wachten nog even tot het bunkerschip dat naast het schip ligt ook weg is en dan gaat het schip van de Douane langszij liggen. De duiker kan het water in. Met een grote sprong verdwijnt hij in het diepe, doet een lektest en dan zien we hem voorlopig niet meer. Ik vroeg hem eerder op de dag of hij nog spanning voelt. ‘Dat zou niet echt goed zijn na zoveel duiken in deze omstandigheden. Het duiken op zich is niet het ding. Maar je kunt altijd smokkelwaar aantreffen, en dat maakt elke duik weer speciaal.’
Iedereen in het duikteam doet zijn taak. Ik sta erbij te kijken en stel vragen. In dit geval valt de diepte van het schip mee, het zal maximaal 15 meter diep zijn. De route is ook vrij recht toe recht aan: naar het midden van het schip, naar de schroef, daar rondom zoeken en kijken, in alle gaten kijken die je tegenkomt, eventueel nog naar binnen in een gat als het groot genoeg is. En ondertussen praat de duiker – hij vertelt over alles wat hij ziet. Dit is dichtgesmeerd, dat is groot, dat is klein, daar zie ik niets in en ik kan ook niets voelen. Daar voel ik wel een gat, maar het is leeg. Het is vakwerk, en mensenwerk. Je moet geoefend zijn, dat hoor ik aan alles af. Na een half uurtje is het volledige zoekgebied bekeken, betast en in kaart gebracht. De duiker heeft niets gevonden.
Duiken gebeurt tijdens deze controles altijd met SSE uitrusting (Surface Supplied Equipment). Met een umbilical zit de duiker dan vast aan de luchtvoorziening vanaf de oppervlakte en een communicatielijn. De concentratie is hoog, zoals ik inmiddels gewend ben bij beroepsduikers. Ook hier weer geldt duidelijk: je bent afhankelijk van je uitrusting en van elkaar en het vertrouwen is echt het allerbelangrijkste. Een van de mannen zegt daarover: ‘Je ziet soms maar tien centimeter, je hoort van alles aan schepen en kranen, als het stroomt is het helemaal hard werken en komt er nog meer ruis. Ons communicatiesysteem is alles en we hebben dan ook nog best geklust met stekkertjes en zo om dat zo helder mogelijk te krijgen.’

ROV
De duiker komt weer aan boord en de douaneschipper verplaatst op verzoek van de duikploegleider de boot naar de boeg van het schip. Er is nog een teamlid aan boord dat het water in gaat: de onderwaterdrone. Een geoefende dronebestuurder laat hem zakken en zoekt van voor naar achter het hele schip af. Ik kan meekijken. De beelden zijn verrassend helder, dat had ik niet verwacht in de Rotterdamse haven. De drone maakt nog een rondje langs de boegschroef, ‘vaart’ er nog zover als kan in en komt weer boven. Het werk is klaar. We halen de twee mannen weer aan boord die in de warmte van het schip waren achtergebleven en zetten weer koers naar de haven in de Botlek. Een uurtje terug om daar alles weer in de bus te laden, alle duikspullen en gebruikte materialen weer uit te gaan spoelen uit te gaan spoelen en te laten drogen. Morgen is een volgend schip aan de beurt.
Douane Duikteam: Smokkelwaar tegengaan
Goederen controleren die de grens van de Europese Unie over gaan is een belangrijke taak van de Douane. Maar tussen die goederen zit ook vaak smokkelwaar. Soms verstoppen criminelen smokkelwaar onder water tegen een schip aan. Daarom heeft de Douane in 2005 het duikteam opgericht. Reden voor de oprichting van het duikteam was de groei van smokkel onder water. Criminelen bedenken steeds nieuwe manieren om verboden spullen te vervoeren. Naast het duikteam gebruikt de Douane ook speurhonden, drones en kunstmatige intelligentie om ‘slimme’ smokkel te vinden.
Het duikteam staat alle 365 dagen van het jaar klaar. Het team bestaat uit: schippers, duikers, duikploegleiders en lijnhouders. Iedereen heeft zijn eigen taken. De schipper vaart de ploeg met een douaneboot naar de boot die een controle krijgt. De duikploegleider gaat aan boord van de boot om de controle te melden bij de kapitein. Tijdens het duiken heeft hij de leiding en is verantwoordelijk dat het team het werk goed en veilig kan doen. De lijnhouder houdt via een kabel contact met de duiker. Een extra duiker staat klaar om het water in te gaan als zijn collega problemen heeft. De standplaats van het duikteam is Rotterdam. Maar het team werkt overal waar water is en boten varen. Bijvoorbeeld ook in de havens van Amsterdam, Terneuzen, Vlissingen, Delfzijl en in België. Maar het team doet meer. De politie kan een verzoek tot ondersteuning indienen bij Douane om het duikteam in te zetten.
Werkwijze
Duiken onder schepen is gevaarlijk. Daarom begint elke controle met een duidelijke briefing aan de hele duikploeg. Daarin komen bijvoorbeeld de duiktijd, noodsignalen en de taken bij een ongeluk aan bod. De duiker weet dan welke route hij het beste kan nemen om niet klem te raken. Voordat hij het water in gaat, moeten alle systemen van de onderzochte boot uit staan. Hij heeft dan tijdens de controle geen last van de spuigaten en propellers. Zodra alle verplichte stappen zijn genomen, kan het duiken beginnen. In de haven hangt een duikersvlag. Boten zien dan dat er een duiker in het water is. De grootte van de boot bepaalt hoelang een duiker bezig is. Het duikgebied is soms wel vier voetbalvelden groot. Vindt het team drugs of andere smokkelwaar? Dan worden die door een ander team van de Douane vernietigd.

Aan de slag?
Duiken bij de Douane is niet voor iedereen. Het selectieproces voor het Douane Duikteam is streng. Naast een MBO 3 diploma is duikervaring van belang. Ben je goed in samenwerken, ben je stressbestendig, flexibel, besluitvaardig en integer? Ook moet je slagen voor een fitheidstest, een medische test en een duikvaardigheidstest. Alle vacatures bij de Douane kun je vinden op WerkenbijDouane.nl.
Een duikje ‘op verzoek’ in de haven? Doe het niet!
De Zeehavenpolitie is het onderdeel van de Nationale Politie dat actief is in de haven van Rotterdam en op de haventerreinen. Het werk van de Zeehavenpolitie richt zich onder meer op nautisch toezicht, milieuhandhaving, bestrijding van criminaliteit en het afhandelen van incidenten op het water. De Zeehavenpolitie werkt samen met onder meer het Havenbedrijf Rotterdam, de Douane, de Koninklijke Marechaussee en de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Meer dan negentig procent van de in Nederland inbeslaggenomen cocaïne komt via zee en landt aan bij een klein aantal terminals in een beperkt aantal havens. Deze havens zijn daarmee een flessenhals. Met de ‘bottleneckstrategie’ drukt de Zeehavenpolitie die flessenhals verder dicht. Zij anticiperen uiteraard op verplaatsingseffecten. Tegelijkertijd bemoeilijken ze de doorvoer via de grote verkeersassen en logistieke knooppunten. Dat doen ze samen met de ondernemers die actief zijn in de haven en het achterland. Doel is om de weerbaarheid van de bedrijven en hun werknemers ter versterken en een veilig werkklimaat te creëren. Tegelijkertijd dringen ze de ondermijnende effecten van drugssmokkel terug.
Criminelen worden steeds inventiever bij het bedenken van de smokkel van verdovende middelen. Eind 2025 heeft de Zeehavenpolitie een onderzoek gedaan naar de smokkel van verdovende middelen onder de waterlijn van schepen. Daarbij hebben ze onder andere zogenaamde crimescripts ontwikkeld: een stapsgewijze beschrijving van hoe criminelen te werk gaan bij een specifiek misdrijf. Zie het als een script voor een film, om zo patronen te ontdekken en effectiever te kunnen ingrijpen, door zowel de fysieke als de financiële en digitale aspecten te analyseren. De methode brengt de rollen, locaties, benodigdheden, en geldstromen in kaart, waardoor wij aangrijpingspunten vinden voor preventie en opsporing worden gevonden en zo de criminele processen kunnen worden verstoord. In een aantal van die crimescripts hebben criminele organisaties behoefte aan ervaren duikers om pakketten met verdovende middelen onder de waterlijn op te duiken.
De Zeehavenpolitie houdt er rekening mee dat naarmate de professionele duikbedrijven en hun intern en extern personeel weerbaarder worden, criminelen ook ervaren recreatieve duikers zullen benaderen. Zij denken dan als eerste aan een ervaren duiker die meerdere duikbrevetten heeft, circa 50 tot 100 duiken onder zware omstandigheden heeft uitgevoerd, mentaal stabiel is, gevoelig is voor druk en/of geld, een eigen duikuitrusting heeft (bij voorkeur inclusief een professionele onderwaterscooter) en tussen de veertig en vijftig jaar oud is. Aan hen heeft de Zeehavenpolitie maar één duidelijk advies: doe het niet! Uit ervaring weten ze dat het nooit bij één ‘klusje’ blijft en er is een grote kans dat het gepaard gaat met geweld en andere vormen van criminaliteit. Ben je benaderd: bespreek het met een naaste en meld het bij de politie, ook bij twijfel: 0900 8844 of anoniem via 0800 7000.
