Leestijd: 6 mins

Heb je bij je vorige duik ook zo genoten van de groene wierslak met eiersnoer? En daarna de zeepokken gezien, op de mossel vlakbij de mosdiertjes? Malini Witlox wel en bijna iedere duik in Zeeland hiervoor zag ze ze ook, al wist ze het toen nog niet. Malini duikt al vijftien jaar, maar haar kennis van de Zeeuwse onderwaterwereld bleef toch een beetje beperkt tot kreeft, krab, oester, mossel en platvis. Het was tijd om daar verandering in te brengen en dus ging ze op pad met de Biologische Werkgroep. ‘Met meer kennis van de onderwaterbiologie kijk je anders naar de dieren die voorbij zwemmen.’

Bij binnenkomst in de lesruimte in Renesse zie ik twee aquaria. Ze zijn nog leeg. Aan de zijkant een tafel met daarop twee microscopen en aan de andere kant een tafel afgeladen met biologieboeken. Aan de biologiecursus doen ongeveer dertig mensen mee, een select gezelschap. Ik verwacht vooral aspirant-biologen die al met de neus in diverse biologieboeken hebben gezeten, maar dat valt mee. Het zijn vooral nieuwsgierigen zoals ik. Ieder jaar is er een wachtlijst voor deelname aan deze leerzame cursus. Fotograaf Ron Offermans trapt de cursus af en blijkt stiekem ook biologenbloed in zich te hebben. Aan de hand van foto’s vertelt hij gedetailleerd en enthousiast over de soortenrijkdom van zout water en zoet water en de ontwikkeling van planten en dieren. Zo is de zeeanjelier in de Grevelingen kleiner dan die in de Oosterschelde omdat er minder voedsel langs stroomt. Voor andere anemonen is dit weer niet het geval.

 

Zeedruif is geen neteldier

Determineren (het op naam brengen van soorten) is een vak apart. Maar gelukkig is er een heldere systematiek door biologen wereldwijd gemaakt. Eerst de stam (bijvoorbeeld weekdieren), dan de klasse (bijvoorbeeld tweekleppigen), dan de orde en familie en pas daarna weet je de soort (zie ook het artikel van Silvia Waajen, ‘Orde in chaos’). Althans, in theorie dan. Want een mossel herkennen alle deelnemers eenvoudig, maar het onderscheid tussen een geknikte aasgarnaal, een roodbuikaasgarnaal en een steeloog-aasgarnaal is minder makkelijk. Net als we denken dat we het onder de knie hebben, krijgen we een foto-opdracht met bijna 25 foto’s. Deel ze in naar stam, luidt de opdracht. Dat lijkt makkelijker dan het is. De vissen gaan prima, maar dan wordt het lastig. Bij het nakijken blijkt uiteindelijk dat de veel voorkomende zeedruif (die zo op een kwal lijkt) geen neteldier is. Het diertje bezit namelijk geen netelcellen en heeft gewoon een mond en anus. En een slijmkokerworm zie ik per ongeluk aan voor een anemoon met ingetrokken tentakels. Geduldig lopen de biologen rond en geven ze de zwoegende deelnemers één op één hulp en feedback.

De volgende dag hopen we na alle theorie eindelijk te gaan duiken. Dat valt tegen. De zuidwester moet aan vanwege de harde wind en regen en we verplaatsen naar het werkeiland van Neeltje Jans. Op de parkeerplaats krijgt iedereen een paar stevige handschoenen. Het Deltapark laten we links liggen en we gaan stenen keren. Het blijkt leuker dan het klinkt, helemaal als ik aansluit bij een groepje van bioloog Henk den Ouden. Het is eb en verschillende diertjes en planten zijn op, onder en tussen de stenen achtergebleven. Henk staat met zijn kaplaarzen diep in het water en rent van hot naar her, met regelmaat grote en kleine stenen omdraaiend en wijst van alles aan: van een alikruik, tot een twee centimeter grote porseleinkrab, een zeester met twee armen en een spookkreeftje.

 

Teringlijer!

Bij een ander groepje heeft bioloog Brendan Oonk een grote lange draad vast. De draad lijkt op een bruine dun uitgerekte elastiek. Het blijkt een worm te zien. Hij keert nog wat stenen om. ‘Teringlijer!’ roept hij opeens. Even denken we dat hij iemand loopt uit te schelden vanwege diens onwetendheid. Maar nee, de teringlijer is een diertje van ongeveer anderhalve centimeter groot dat zich vasthoudt aan een klein stukje wier.

 

’s Middags staat na een presentatie over ecologie dan eindelijk de eerste duik gepland. Gewapend met schrijfleitje en potlood ga ik het water in. Dat is toch moeilijker dan het lijkt. Want die krab die ik wil bekijken zit half tussen wat oesters en wier verscholen en beweegt ook nog wat, zodat het lastig is te zien of het vierde paar looppoten goed ontwikkeld is. En zonder het diertje op te tillen is het ook niet mogelijk om nu aan de onderkant te bekijken of het een mannetje of vrouwtje is. En van dieren in het water blijven we af, ja toch? Bij terugkomst in het cursuslokaal blijkt het aquarium inmiddels gevuld met verschillende krabben en kreeften. Want de werkgroep heeft een speciale ontheffing en na afloop van de cursus zetten ze de dieren terug. De volgende dag gaan we die na de tweede duik determineren aan de hand van speciale determinatieformulieren. Het principe is eenvoudig: zijn de schaarpoten bijvoorbeeld langer dan het rugschild? Ga dan naar stap 11. Zo nee, dan naar stap 12. Als de hele checklist is afgewerkt, zou je moeten weten welk krabbetje je hebt bekeken.

 

Met de krabben gaat het nog wel, maar als we in groepjes de garnalen bestuderen die in de glazen potjes zitten, is het stukken lastiger. Zelfs onder de microscoop is het nauwelijks te zien. Geleedpotige, jazeker en het is duidelijk geen aasgarnaal of spookkreeftje. Een veranderlijke steurgarnaal, verklapt Brendan dan maar, iets wat geen enkele cursist goed had.

 

Als hij vertelt dat er 65 soorten naaktslakken in Zeeland zijn, krab ik even achter mijn oren. In Nederlands water? Misschien heb ik er tot nu toe zes gezien, waaronder de roze zeerasp-knotsslak. De meeste slakjes blijken echter piepklein, met het blote oog niet te zien. Dat is vaker zo, aldus de bioloog. Hij vertelt dat hij vaak poliepen afzoekt naar bijvoorbeeld eitjes. Als hij die ziet, weet hij dat er een bepaalde slak in de buurt moet zitten. Zo vond hij bijvoorbeeld een slanke knotsslak. Onder meer te herkennen aan de witte puntjes op de tentakels, maar goede ogen of een microscoop zijn noodzaak. Het volwassen exemplaar wordt hooguit acht millimeter groot.

Korea

Biologe Anne Lamers heeft op de tweede dag al uitgebreid verteld over ecologie en over de verschillen tussen zout, zoet en brak water. Door zoet water brak te maken of andersom kan de onderwaterwereld compleet veranderen, leren we. Al kunnen sommige dieren zich aanpassen, zoals de grondel. Maar ook de mens heeft invloed op de ontwikkelingen onder water, vertelt Brendan tijdens zijn presentatie. Trillingen bij dijkverzwaringen kunnen bijvoorbeeld leiden tot geknapte zwemblazen van vissen en als schepen hun ballastwater lozen kunnen exotische dieren die als larve zijn meegekomen het evenwicht in de Nederlandse natuur beïnvloeden. Anne Lamers gaat verder in op die exoten: ‘Voorbeelden van exoten in het zoute water zijn er te over. Denk maar aan alles waar “Japanse” voor staat. Japanse stekelhoorn, Japanse oester, Japanse knotszakpijp… Ook de penseelkrab en de blaasjeskrab zijn voorbeelden van exoten uit het verre oosten. We hebben vorig jaar een Ier op bezoek gehad, die dacht dat hij in Korea aan het duiken was! Veel soorten zijn al min of meer ingeburgerd maar vooral de meest recent binnengekomen exoten kunnen nog wel eens problemen geven, doordat zij het evenwicht onder water kunnen aantasten en andere dieren en planten kunnen verdringen.’

 

Als duiker heb ik het dit weekend prima naar mijn zin. Onder water gaan met een loep zal ik niet doen. Wel kijk ik beter naar de verschillen tussen de soorten krabben, garnalen en vissen, wat de duikbeleving beter maakt.

 

___________________________________________________

 

De Biologische Werkgroep van de Nederlandse Onderwatersport Bond bestaat in 2017 50 jaar. De werkgroep organiseert lezingen en duikweekenden, en verzamelt en bestudeert materiaal om onze kennis van het onderwaterleven te vergroten.