Bij het op naam brengen van soorten gebruiken we vaak iNaturalist, een grote database van waarnemingen van over de hele wereld. Niet alleen van bovenwater, maar ook van onderwater. Die database kun je ook bevragen per gebied en daarmee start ik mijn zoektocht naar een nieuwe vakantiebestemming.
We zijn liefhebbers van klein spul, dus zoek ik eerst op zeenaaktslakken. Ik trek een kader op de wereldkaart en iNaturalist laat zien welke slakken in dat gebied voorkomen. Ik kijk steeds naar de top 20 van meest waargenomen soorten. Het kader van Azië geeft inderdaad de ons bekende soorten. Dus ga ik met het kader schuiven. En al schuivend kom ik uit in Afrika. Dan alleen nog het kader verkleinen en de nieuwe vakantiebestemming is gevonden: Kenia gaat het worden.
Daarna begint de zoektocht naar duikcentra en overnachtingmogelijkheden. Het noordelijke deel van Kenia, omgeving Watamu, valt af vanwege de geringe mogelijkheden tot nachtduiken, voor ons een must.

In het zuiden heb ik meer geluk. Bij Wasini vind ik een resort met een link naar een duikorganisatie. Na veel over en weer mailen is deel 1 van de vakantie gevonden. Bij Diani Beach wordt ook gedoken en na lang zoeken kom ik in contact met Abdul van Endless diving. Een beginnend duikcentrum en op internet kan ik nauwelijks informatie vinden. Maar de communicatie met hem gaat uiterst soepel, zeker in verhouding met alle anderen die ik in Diani aanschrijf. Ik heb er wel een goed gevoel bij. Bovendien bieden zij als enige nachtduiken aan en regelen ook vervoer van en naar de accommodatie. We hoeven alleen zelf een appartementje te boeken.
Wat lastiger te regelen is het vervoer van en naar de luchthaven en tussen de resorts. Of eigenlijk is het supersimpel: de dag en tevoren even een appje sturen. En dus niet weken van tevoren het via de mail proberen te regelen.
Wasini
In 8,5 uur vliegen we van Amsterdam naar Nairobi. Na een overstap van twee uur en een vlucht van een uurtje zijn we in Mombasa. Met een tijdsverschil van maar twee uur zijn we allebei nog zo fris als een hoentje.
De taxi staat klaar en in ongeveer 2,5 uur zijn we al bij Fire Fly Eco resort. Van oorsprong een tentenkamp, maar wij hebben een van de twee huisjes geboekt. De Green cottage is heel ruim en mooi ingericht, met eigen douche en wc. Bij aankomst worden we gewaarschuwd voor de apen. Dat blijkt niet overbodig. Meteen de volgende ochtend zitten er een paar voor ons terras en later in de week jat er eentje zelfs de toast van tafel, waar we bij zitten.
Dhowsafari

Onze eerste duik dag gaan we mee met de dhowsafari. We moeten ons eerst melden bij het kantoor van Kisite national park en daarna worden we met een sloep naar de dhow gebracht. Met deze traditionele boten worden snorkeltochten georganiseerd.
Het duiken is op de snorkeltocht van Pilli Pipa duidelijk ondergeschikt. Er zijn ongeveer 25 snorkelaars aan boord en het programma van de dag wordt daardoor bepaald. Vlak na vertrek worden er dolfijnen gespot en varen we uitgebreid rondjes. Dat lijkt een beetje van onze duiktijd af te gaan, aangekomen op de duikstek stelt gids Ben een duik van 45 minuten voor. Aangezien we bij boeking een duiktijd van minimaal 60 minuten hebben afgesproken houden we dat aan. Omdat we ‘te laat’ boven komen is de sloep weg en liggen we bijna een kwartier te dobberen voordat we opgepikt worden.
Het zijn twee leuke duiken. Helaas heeft het koraal ook hier erg te leiden gehad van koraalbleking. Maar er zit veel vis, een paar octopussen, twee soorten Spiny lobsters en enorme scholen glasvisjes. Van een jonge White tip shark zien we alleen de staart in een hol. De watertemperatuur is 29 graden en het zicht is goed.
De lunch is in het restaurant van Pilli Pipa op Wasini Island. Eigenlijk een visrestaurant, maar ook voor de vegetariër wordt goed gezorgd. De vrouwen die het eten serveren zijn traditioneel gekleed en zingen erbij. Wat ons betreft iets te veel een toneelstukje, maar het eten is echt erg goed.

’s Avonds maken we een duik in Wasini Channel, de zeestraat tussen het vaste land en Wasini Island. Het is een wat ruige duik met veel deining. Het zicht is wat minder en er zit minder koraal dan in het nationaal park. Wel allerlei andere begroeiing waarop veel leven zit. Die eerste nachtduik zien we drie zeepaardjes (Hippocampus histrix), twee soorten frogfish (Antennarius pictus en A. maculatus) en onder andere veel platwormen in verschillende kleuren. Yatin is een prima gids, relaxed en hij zoekt driftig mee. Al gauw weet hij wat we leuk vinden en bijna elke duik is het aan ons om de duik af te breken.
We duiken met een sloep, zonder trappetje. Aan boord klimmen is op z’n zachts gezegd een uitdaging. Gelukkig is Yatin niet alleen een prima gids, hij is ook sterk en hijst me na elke duik de boot in. Ondanks dat neemt met het verstrijken van de dagen het aantal blauwen plekken flink toe. Soms worden we met de ene sloep afgezet en met de andere opgehaald. Niet erg natuurlijk, maar soms is onze tas met water, bril, petjes etc. aan boord van de andere boot gebleven. Er wordt heel wat heen en weer gevaren, alles komt altijd goed.
Onder water is het gedoe met bootjes snel vergeten. Waar we op hoopten komt uit: we zien heel veel voor ons nieuwe dingen. Mooie slakjes zoals Sakuraeolis kirembosa, Hypselodoris maridadilus, diverse Goniobranchus soorten, en een goudkleurig neefje van het blauwtipje (Janolus sp.). Fijn dat hier de slakjes van redelijk formaat zijn, ik heb m’n loepje niet nodig.
Pilli Pipa heeft de duikbasis naast het resort. Da’s erg handig, dus geen gesleep met spullen. We maken dagelijks twee ochtendduiken en een nachtduik, steeds in Wasini Channel. De benaming

van de duikstekken is simpel. De overkant, de Wasini zijde, heet Pilli Pipa. De vaste landzijde heet Fire Fly. Op Wasini Island staan veel Baobabs. Alleen dat al maakt de duikstek bijzonder.
Neefjes en nichtjes
Niet alleen zien we nieuwe soorten naaktslakken. Ook qua de vissen zien we neefjes en nichtjes van de Aziatische soorten. Indrukwekkend zijn de Snake morays (Uropterygius sp.) die hier Ghost morays worden genoemd. Grote monsters zijn het. Ook de Tiger snakemoray (Scuticaria tigrina), de Geometric moray (Gymnothorax griseus) en Mustache conger (Conger cinereus) zagen we nooit eerder.
Maar we zien ook oude bekenden. Harlekijngarnalen, hengelaarsvissen en Day octopus (Octopus cyanea) blijven altijd leuk om te zien. En we hebben ook alle tijd om van al het moois te genieten. De meeste duiken zijn niet dieper dan 15 meter en over duiktijden wordt niet moeilijk gedaan.

Vanwege de stroming duiken we meestal bij Pilli Pipa. Later in de week maken we een paar duiken bij Fire fly. We duiken op de kentering, dus geen twee ochtendduiken maar een ochtend en een middag duik. Deze kant van de Channel is veel zanderiger en het zicht is veel slechter. Wel zien we andere soorten waaronder de Halgerda wasini, vernoemd naar het eiland. Grappig dat aan deze kant een ander soort zeepaardje zit, namelijk de Hippocampus kuda.
We maken ook twee duiken aan het begin van Wasini Channel, bij een jetty. Het zijn erg ondiepe duiken en het zicht is er vrij beroerd, een meter of drie. Maar er zit enorm veel vis in alle soorten en maten. Veel begroeiing is er niet, dus een grote frogfish (Antennarius commerson) heeft wat moeite met zijn camouflage, in tegenstelling tot een enorme Reef stonefish (Synanceia verrucosa).
Het toeristenseizoen loopt een beetje op zijn eind en het is rustig in het resort. De enige die de rust verstoren zijn de apen. Een zwart-witte franjeaap ziet zijn spiegelbeeld in het raam en gaat compleet uit z’n stekker. Boven water genieten we van de rust en ons fijne huisje. Het eten is goed, maar de menukaart is wel wat beperkt. Zeker voor een vegetariër. De vriendelijkheid van het personeel maakt een hoop goed.

Diani
Op ruim een uur rijden van Wasini ligt Diani Beach. Het appartementje dat ik online heb geboekt blijkt veel groter en chiquer dan verwacht. Hier houden we het wel een poosje uit. Zeker ook omdat winkels en restaurantjes op loopafstand liggen.
De volgende dag komt Abdul ons stipt op tijd ophalen. Met een tuktuk. Het is een kwartiertje rijden, met de spullen achterin en de camera op schoot. Het duikcentrum is een kleine kamer aan het strand. Door bouwwerkzaamheden in de buurt is er al een jaar geen stromend water. Spoelen wordt daarom gedaan met jerrycans.

Het duikcentrum oogt misschien niet zo professioneel, de boot is dat zeker wel. Een heel verschil met de sloepen van Wasini: een ruime boot, met overkapping, touwen aan de zijkant en een superfijne trap. En ondanks dat het een beginnend duikcentrum is, is de bemanning zeer ervaren.
Het duiken is even wennen. Er is geen kant of ondiepte, dus lekker ondiep scharrelen aan het einde van een duik is er niet bij. Ook de boottocht naar de duikstek is niet altijd relaxt. Bij Diani ligt een dubbel rif en dat passeren is niet altijd eenvoudig, zeker niet ’s nachts, bij laag water. De eerste dag staan er redelijk hoge golven en na de tweede duik is echt het zoeken naar een mogelijkheid om het rif te passeren. Ook een boot van de concurrent is zoekende.
We duiken de eerste dag bij Shark alley en Iglo. Ondanks de geringe afstand tussen Wasini en Diani is het onderwaterleven heel anders. Het zicht is hier beter en er is ook wat meer groot spul. De eerste duiken zien we een schildpad, octopussen, een Electric ray (Torpedo fuscomaculata) en White mouth moray (Gymnothorax meleagris). Opvallend zijn de vele Fire dart gobies (Nemateleotris magnifica) en dat op bij elk Acropora koraal ten minste 1 Arc-eye hawkfish (Paracirrhites arcatus), zit. En ook bij Diani zitten Halgerda wasini.

De eerste nachtduik bij Galu is een beetje onrustig door de stroming. Maar wel veel leuk nachtleven. Twee soorten spiny lobster (Longlegged, Panulirus longipes en Ornate, Panulirus ornatus) en een Sculptured slipper lobster (Parribacus antarcticus). Ook veel krabbetjes en garnalen en ook hier veel mooi gekleurde platwormen.
De tweede dag hebben we mazzel. Mijn oog valt op een Cyerce nigricans, wat een beauty! Vlak daarna vinden we een Halgerda indotesselata. Die vondsten veranderen mijn mindset: er zit hier dus echt wel leuk klein spul, maar je moet er wat meer naar zoeken dan in Wasini.
De eerste dagen duiken we een paar keer bij Iglo en Galu. Het zijn grote duikstekken waarbij we elke duik een ander stukje van het rif pakken. Er is veel te vinden: niet alleen leuke slakjes zoals Goniobranchus geminus, Pineapple nudibranch en veel soorten wratslakken. Maar ook verschillende soorten murenes en met name bij Galu veel schildpadden.
Overdag duiken we met Almasi overdag en ‘s nachts met Abdul. De mannen delen een duikcomputer. Die duikcomputer klopt van geen kanten, de duikdiepte is steeds veel minder dan onze computers en dieptemeters aangeven. Abdul zegt dat het een instelling is, zodat hij nooit eerder dan een gast een duik hoeft af te breken. We zijn blij dat we onze eigen duikspullen bij ons hebben.

Overal wordt gevist met grote netten staand wand. Daar moeten we met onze boot dus tussendoor laveren, het is een hindernisbaan. Af en toe wordt de buitenboordmotor even omhooggetrokken om er overheen te schieten. Tijdens het varen vist onze kapitein met een vislijn die hij aan zijn teen heeft gebonden. Gelukkig blijft die nergens achter haken, dat zou hem volgens ons wel eens zijn teen kunnen kosten. Iets vangen doet hij niet, daarom wordt er na de tweede duik bij elke vissersboot gestopt en regelmatig wisselt er wat makreel of geep van eigenaar. Betalen gaat met een code per mobiele telefoon.
Tussen de duiken door worden we verwend met fruit dat ‘s morgens nog aan de boom hing: mango, bananen, avocado en kokosnoot. Het is gezellig aan boord en we ‘leren’ veel bij. Zo is de wind volgens Abdul afhankelijk van het getij. Bij opkomend water komt de wind van zee, bij afgaand water draait die naar aflandig. Dat we hem niet geloven wil er bij hem niet in.
Kinondo reef is ook een mooi gevarieerd rif met scholen vis en grote groupers. We zien knalroze Leaf scorpionfish (Taenianotus triacanthus) en veel jonge Clownwrasses (Macropharyngodon bipartitus). En ook nog kleiner grut, zoals Halgerda wasinensis and Trapania naeva.
De tweede duik is bij Dzinani. Het idee is om van het ene rif naar het volgende te zwemmen. Dat tweede rif vinden we wel, maar het ligt veel te diep. We stijgen op en bovengekomen worden we

door de boot naar een ondieper gelegen plek gesleept. Wel prima service.
Endless diving heeft zelf nog geen vulstation. Sommige dagen varen we dus eerst langs Yellow fins om flessen op te halen of te brengen. Ik krijg meestal een 10 liter en Rokus een 12. Maar het type fles verschilt steeds. Staal of aluminium, dunwandig of dikwandig, kort of lang model. Het is dus steeds een beetje puzzelen over hoeveel lood mee te nemen.
Later in de week bezoeken we de wat verder weggelegen duikstekken. Mwanamochi is een mooi rif met een enorme hoeveelheid vis, onder andere grote scholen Five-lined snappers (Lutjanus quinquelineatus). ‘s Avonds duiken we weer bij Galu. Dit keer veel minder stroming, dus veel relaxter. Noemenswaardig zijn de megagrote Geography cone (Conus geographus), een Oriental flying gurnard (Dactyloptena orientalis), Tritoniopsis elegans en een knalrode Splendid pebble crab (Etisus splendidus).
We duiken één dag bij Chale Island, een flink eind varen. Het is de moeite waard, al zit ook hier veel algen op het koraal. Met wat zoeken is er veel leuks te vinden en zelfs de wratslakjes zijn er mooi. Ik schrik als er ineens een jagende snake muray voorbij schiet. Dat verwachtte ik niet overdag. In het grapeweed zitten twee Leaf scorpionfish (Taenianotus triacanthus).
Op de terugweg gaat de buitenboordmotor steeds meer sputteren. De diesel is op en we vallen stil. We dobberen even en worden door de wind richting het strand geduwd. Al snel verschijnt er op het strand een brommertje met een jerrycan. Gered!

Elke ochtend en avond worden we opgehaald door de tuktuk. Langs de kant van de weg zitten vaak Gele bavianen en Syke’s monkeys. Die laatste zitten ook in de tuin van ons appartement; ramen dicht! In de tuin ook prachtig gekleurde hagedissen (Agama lionotus).
We hebben negen duikdagen en alle dagen is het heerlijk weer. Behalve op mijn verjaardag, een dag met enorme hoosbuien. Met één stap naar buiten ben je doorweekt. Maar zowel boven als onder water wordt er happy birthday voor me gezongen, dus dat maakt een hoop goed. Wel jammer dat de regen vliegende mieren met zich mee brengt en dat die echt overal opduiken. Maar de volgende dag zijn zowel de regen als de mieren weg.
Een van de bekendste duikstekken bij Diani is het Alpha Funguo wreck. De 48 meter lange vissersboot is in 2002 afgezonken als duikobject. Dat moet je gezien hebben volgens de mannen, ook als je zoals wij niet zo van de wrakken bent. Het wrak ligt tussen de 22 en de 30 meter en is dus vanaf de oppervlakte niet te zien. Maar aan de hand van de bellen van andere duikers hebben we het snel gevonden. Wij vinden het geen mooi wrak, het is weinig begroeid en er zit niet zoveel leven op. Er zitten wel wat grote scholen vis, waaronder een school barracuda’s. Na een kwartiertje hebben we het wel gezien en is onze bodemtijd ook flink teruggelopen. Als we na de safety stop boven komen, sleept de boot ons 300 meter naar een ondiep rif om de nog behoorlijke volle flessen leeg te maken. Prima plan. Op de terugweg staat het water zo laag dat we vastlopen in de lagune. Met een beetje duwen en trekken komen we weer los.

Op de laatste nachtduik is het weer hard gaan waaien en er staan flinke golven. We varen naar het buitenrif en het wordt steeds onstuimiger. Net als ik wil zeggen dat ik het niet zo zie zitten om in deze omstandigheden te duiken komt Abdul tot dezelfde conclusie. Maar hij heeft een alternatief: een duik in de lagune. Dat blijkt verrassend leuk te zijn. Ondanks de geringe diepte (6 meter) en de forse stroming is er erg veel te zien. Een prima afsluiting van een geweldige duikvakantie.
REEFolution
Onder water komen we iedere dag diverse soorten kunstmatige riffen tegen. Niet zo gek, er staat totaal twee kilometer lengte! Bij het omkleden ontmoeten we een van de drijvende krachten hierachter, Ewout Knoester van REEFolution. Deze stichting is opgezet in 2016, in samenwerking met de Universiteit van Wageningen. De universiteit doet hier al 10 jaar onderzoek naar rifherstel na coral bleaching. REEFolution zet zich in voor het kweken en uitzetten van veerkrachtige koralen, om daarmee nieuw leven te blazen in de ecosystemen van het rif. Het einddoel is een rif creëren dat bestand is tegen de opwarming van het water. De ongeveer 25 reef rangers van REEFolution zijn afkomstig uit de omliggende dorpen, waaronder Mkwiro. De restoratie van het rif gebeurt dus door de lokale community. Hiermee krijgen de dorpen op termijn wellicht ook inkomsten vanuit toerisme.
Het kunstrif van REEFolution bestaat uit verschillende structuren. Blokken met flessen (bottle reefs), betonnen schijven (layered cakes), stalen koepels (cages) en de nieuwere betonnen MOSES (Modular Sealife System) van Reefsystems. En uiteraard ook de ‘kerstbomen’ waaraan het koraal gekweekt wordt en die veel duikers waarschijnlijk wel kennen van onder andere Bonaire.

Er zit veel leven op en rond de structuren. Het koraal slaat het beste aan op de cages. Wellicht omdat daar predatoren zoals de Doornenkronen daar minder goed bij de koralen kunnen komen. Onder stroom zetten van de metalen structuren levert geen betere groei van koraal op, al hadden andere onderzoekers dat wel eens beweerd. Op de layered cakes bleken spontaan ook andere koraalsoorten te gaan groeien, op de cages gebeurt dit nauwelijks. Voor vissen maakt het type kunstrif niet veel uit, die voelen zich thuis in elke structuur dat onderdak biedt.
Monitoring is een belangrijk onderdeel van het project. Er is onderzoek gedaan naar de koralen op verschillende diepten om onderzoek te doen naar de invloed van licht en temperatuur. Het bleek maar een klein effect te hebben, de koraalverbleking begon hooguit iets later. Er is ook geëxperimenteerd met koraalsoorten uit de getijdezone. Dit zijn soorten die gewend zijn aan hogere temperaturen bij droogvallen. Maar bij watertemperaturen van 32 graden bleek er geen verschil te zijn. Na verloop van tijd gaat alles dood bij zulke extreme temperaturen.
Ewout vertelt dat al binnen twee jaar gemiddeld 30% koraalbedekking gezien te zien is op de kunstmatige riffen. Daarmee was het, ook gezien de hoeveelheid vis, goed op weg om een functioneel rif te worden. In tien jaar tijd zijn er ca. 50.000 stukjes koraal uitgeplant. In het voorjaar van 2024 kwam de grote klap: drie maanden lang was de temperatuur van het zeewater 3 graden hoger dan normaal. Daarbij is 75% van het kunstrif verloren gegaan, en ook enorme stukken natuurlijk rif. Gelukkig lijken sommige koraalsoorten zich wel wat te herstellen.
Ewouts conclusie is dat je een rif op lokaal niveau kan restaureren, maar koraalverbleking hou je niet tegen. Er is meer onderzoek nodig naar de hittebestendigheid van koralen, en hoe je dat kunt verhogen. Momenteel loopt, in samenwerking met de plaatselijke universiteit, een moleculair onderzoek naar de soorten waarvan het ene exemplaar de warme periode heeft overleefd, maar een ander exemplaar van dezelfde soort niet. Wellicht ligt hier de sleutel naar rifherstel.