Leestijd: 2 minuten

Als je buddy zich niet OK voelt, begeleid jij hem of haar naar de oppervlakte.

Je buddy geeft tijdens een duik aan dat hij niet helemaal in orde is, bijvoorbeeld als hij kramp heeft of als hij er niet goed in slaagt zijn oren te klaren. De oorzaak doet er niet zoveel toe: als je buddy aangeeft dat hij niet helemaal OK is, dan neem jij de leiding over en begeleid jij hem naar boven.

Je kiest voor de begeleide opstijging

  • als je buddy in staat is zijn eigen uitrusting te bedienen en
  • als zijn luchttoevoer in orde is.

Natuurlijk gelden in deze situatie dezelfde regels als bij een gewone opstijging: jullie stijgsnelheid is maximaal tien meter per minuut en op 5 meter diepte maken jullie drie minuten een veiligheidsstop.

Oefenen met je buddy

Online kun je alvast het filmpje van de begeleide opstijging bekijken en nagaan welke onderdelen er allemaal in zitten. In het zwembad en later in het buitenwater ga je dit natuurlijk oefenen. Een belangrijk aandachtspunt is dat jullie continu een neutraal drijfvermogen houden, want daarmee voorkom je dat jullie met z’n tweeën te snel opstijgen.

Jouw rol als leidend duiker zit ‘m erin dat jij ervoor zorgt dat jij en je buddy steeds contact met elkaar hebben, bijvoorbeeld door de onderarm van je buddy vast te houden en dat je vaak oogcontact maakt om te kijken of het goed gaat met je buddy. Je laat je buddy pas los als jullie aan de oppervlakte zijn en allebei een positief drijfvermogen hebben.

Rob Aarsen

 

 

Buddyvaardigheden
Als jij je laat leiden bij de begeleide opstijging volg je je buddy die de leiding heeft. Je ontlucht en controleert zelf je eigen vest. Bij een begeleide opstijging langs de bodem help je mee om een constante afstand tot de bodem te bewaren.