Minizeepaardjes (Denise)
De kleine zeepaardjes, die je in de tropen kunt vinden, zoals de ‘Denise’, hebben hetzelfde gedrag als de grote zeepaarden in Nederland. De Denise heeft een gladde huid en heeft een beige kleur. Ze woont wel in hetzelfde waaierkoraal als het ‘gewone’ pygmeezeepaardje. Die heeft een huid die op koraalpoliepen lijkt. Deze gladde soort heb ik alleen op Noord-Bali gezien. Met hun 2,4 cm grootte kunnen ze toch zes of zeven baby zeepaardjes baren. Een heel klein zeepaardje met een groot buikje, het is erg leuk om te zien.

Harlekijnfluitvissen
Bij de tropische fluitvissen, ook wel harlekijnfluitvissen genoemd, zijn het weer de vrouwtjesvissen, die voor de eieren zorgen. Je zou denken, gelukkig, alles is weer ‘normaal’, maar niet helemaal. De vrouwtjes bewaren de bevruchte eieren in hun vergrote buikvinnen en daar zwemmen ze dan trots mee rond. Een bijzonder gezicht.

Zadelrug anemoonvissen
Op het huisrif in Sabang hadden de grote zadelrug anemoonvissen eieren. Het was erg leuk om te zien hoe het mannetje en het vrouwtje samen voor de eieren zorgden. Deze anemoonsoort is zeer agressief en valt de duikers aan, ze zijn echt niet bang. Om de dieren niet te verstoren gingen we tijdens de nachtduik even langs. In het donker konden ze ons niet zien en waren ze veel rustiger. En gelukkig trokken ze zich ook niets aan onze lampen en flitsers…

Mandarijnpitvis
De gewone mandarijnpitvis heeft een kleurpatroon van groen met blauwe strepen. Er zijn ook andere kleurvarianten met beige en bruine cirkels en met een lichtblauwe stippen op kopje en vinnen. De mandarijntjes hebben een eigen ritueel. Vanaf vijf uur, jawel: borreluur, komen ze uit het rif om samen naar de oppervlakte te zwemmen om daar, tegelijkertijd, hun zaad en eieren los te laten. En dan gaan ze weer vliegensvlug terug in het koraal. Zodra het echt donker wordt, is het feest over.

Tropische kreeften en garnalen
Bij de bidsprinkhaankreeft loopt het mannetje trots rond met een prachtig legsel, dat houdt hij vast tussen de voorpoten. Nauwe verwanten zijn de mantisgarnalen, ook wel speergarnalen genoemd. Maar die doen het broeden en zorgen weer heel anders. Het mannetje van mantisgarnalen woont in een hol en kan zo naar buiten kijken. Hij hoeft niet uit zijn schuilplaats te komen om te jagen, vanuit zijn hol kan hij met zijn twee lange speerpoten op deze manier zijn prooi vangen. De dieren van deze soort zijn monogaam en wonen samen met hun partner in het hol. Het mannetje vangt voedsel en deelt dat met zijn vrouwtje, zodat zij alleen maar voor de eieren hoeft te zorgen.
Zeeslangen, ringslangplatstaart (Laticauda colubrina)
Ringslangplatstaarten zijn vreemde dieren. Eigenlijk horen ze niet in de zee, maar je vindt ze toch bij ondiepe koraalriffen. Ondanks het kleine bekje kunnen ze bijten en de meeste soorten zijn uiterst giftig. Onze gids Litho in Sabang speelde met ze en liet ze liefdevol over zijn handen glijden. Ik hield mijn adem in, maar ze hebben het beiden overleefd. Ik heb veel van Litho geleerd, zoals: dieren zijn niet dom en weten meteen of jij goede of kwade zin hebt. Ze bijten alleen maar als ze zich bedreigd voelen (en terecht). Zo wist ik dat je heel rustig foto’s kunt maken van de slangetjes. Ze kijken niet eens naar je, maar ze zijn ook niet bang. Vaak zijn ze een meter lang, de mannetjes blijven kleiner en de vrouwtjes groter. Deze platstaartzeeslang vind je altijd ondiep, want ze moet regelmatig naar de oppervlakte om adem te halen, het ligt er weer aan hoe actief ze zijn op dat moment. De paring gebeurt onder water maar de vrouwtjes gaan aan land om de eieren te leggen. Zeeslangen zijn in de regel levendbarend.

Degenkrabben
Degenkrabben hebben een hard pantser, zijn geen echte krabben, het is een hele oude diersoort. Ze kennen wel een uitwendige bevruchting, dit gebeurt bij volle maan. In het voorjaar komen ze massaal bij elkaar op bepaalde stranden aan de oostkust van Amerika en ook in Azië. De vrouwtjes graven een kuiltje in het zand, net onder de hoogwaterlijn, waarin de eitjes worden afgezet. Vervolgens worden deze bevrucht door de mannetjes die er simpelweg hun zaadcellen overheen spuiten. Vaak zijn er veel meer mannetjes, die allemaal willen meedoen. Dan komen er ook veel zeemeeuwen, die eten weer de eieren, zo blijft de natuur in balans.

Nu je weet hoe de verschillende dieren eieren afzetten, broeden en zorgen voor hun ongeboren kroost, kan je veel beter op zoek naar de verschillende soorten. Veel plezier!