Nudi’s zijn samen met de karetschildpadden, keizervissen en sommige zeestersoorten een van de weinige dieren die op sponzen jagen. Hoewel sponzen niet kunnen bewegen en er redelijk weerloos uitzien zijn ze toch geen makkelijke prooi. Sponzen zitten namelijk bomvol giftige en afwerende stoffen die simpelweg gevaarlijk of onsmakelijk zijn voor andere dieren. Vele jaren evolutie heeft er tot geleid dat zeenaaktslakken deze sponzen toch kunnen eten. Ze zijn zelfs in staat om de giftige stoffen op te slaan en te gebruiken voor hun eigen verdediging. Hoe vet is dat!
Niet alle sponzen zijn gelijk geschapen. Zo maakt elke soort of familie weer een andere giftige cocktail om zich te beschermen. Niet alle soorten zeenaaktslakken kunnen tegen dezelfde gifstoffen. Dit leidt dus uiteindelijk tot een dieetvoorkeur, aangezien een groot deel van de sponzen giftig zullen zijn, een deel wel te pruimen en een kleiner deel ontzettend lekker. Dit bracht ons tot de vraag: hebben verschillende zeenaaktslaksoorten voorkeur voor bepaalde sponzen?
Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het uiteraard nodig om in het veld op zoek te gaan naar hongerige, sponsetende nudi’s. Samen met mijn studiegenoot en goede vriend Jason Brevé ben ik hiervoor in april afgereisd naar Ambon, Indonesië om voor onze bachelor biologie een maand onderzoek te doen naar de voedselvoorkeur van zeenaaktslakken uit de familie Phyllidiidae.

Na de grondige voorbereidingen in Leiden vertrokken Jason en ik met een gezonde dosis enthousiasme naar Indonesië. We maakten daar meteen kennis met de lokale onderzoekers die ons de aankomende maand zouden gidsen tijdens de duiken en kregen een rondleiding door het laboratorium, dat net iets minder uitgebreid uitgerust was dan we in Leiden gewend waren. Nu waren we dan écht klaar om de volgende dag met het onderzoek en het duiken te beginnen.
Stipt op tijd kwamen we aan bij het lab waar de pick-up truck al stond te wachten. Duikspullen verzamelen, flessen in de auto en gaan! Eerst nog een hele rit achter in de laadbak over allemaal kleine weggetjes naar de andere kant van het eiland, tot we uiteindelijk aankwamen op een idyllisch tropisch strand. In de schaduw van de palmbomen maakten we ons klaar voor de duik. Naast de buddycheck gingen we ook al onze ‘essentials’ nog een keertje langs: camera, schaar, ziplock-zakjes, schrijfleitje, potlood met punt, tankbanger en het grote collectienet. We voelden ons allebei net een goed opgetuigde kerstboom, maar we waren compleet. Ons enthousiasme moest nog eventjes wachten, want eerst bespraken we nog een laatste keer het zorgvuldig geformuleerde duikplan dat wij tijdens elke onderzoeksduik zouden gaan volgen. Voor een goed gestructureerd onderzoek kan je natuurlijk niet willekeurig rond gaan zwemmen in de hoop slakjes te vinden. Dus hoe hebben wij ons onderzoek opgezet om de data op een betrouwbare manier te verzamelen?
Locaties kiezen
Aangezien zeenaaktslakken op sommige locaties meer voorkomen dan op andere, hebben we in samenwerking met het lokale team dertien duiklocaties geselecteerd. Tijdens het selecteren moesten we rekening houden met de aanwezigheid van golven en stroming, het zicht onderwater, reistijd en de aanwezigheid van geschikt habitat voor zeenaaktslakken en sponzen. De aanwezigheid van sponzen rondom Ambon kan namelijk sterk verschillen per locatie. Geen sponzen betekent geen voedsel voor de nudi’s en dus ook geen slakjes, en dus voor ons niks om te onderzoeken. Vervolgens hebben we zorgvuldig een duikplan geformuleerd dat bij elke duik gevolgd zou worden. Dit zorgde niet alleen voor veiligheid onderwater, maar ook voor een vergelijkbare manier van onderzoeken op verschillende locaties, waardoor de verzamelde data consistent waren en dat het hele onderzoek reproduceerbaar bleef. Zo spraken we af om tijdens een duik vijftien tot twintig minuten per diepte te zoeken naar zeenaaktslakken op dieptes van vijftien, tien en vijf meter met een maximale duiktijd van een uur. Op deze manier konden we een groot gebied op verschillende dieptes verkennen. Per locatie maakten we twee duiken. Om ervoor te zorgen dat we dezelfde slak niet twee keer tegenkwamen, doken we altijd zowel met het strand aan onze linker- als onze rechterkant.
Veldwerkwereld
Nu kon het duiken dan eindelijk beginnen. We liepen het water in, zwommen een stukje uit en lieten ons langzaam afdalen in onze veldwerkwereld. Tja, aan schoonheid laat Ambon niks ontbreken. We keken onze ogen uit in het helderblauwe water waarin felgekleurde tropische vissen rondzwommen en bij de wanden die bedekt waren met koralen en sponzen. Tijdens de afdaling tot vijftien meter was het tijd om rustig rond te kijken en te genieten. Dit is toch wel even anders dan de duiken die wij gewend zijn in Zeeland! Voor Jason was het al helemaal speciaal, want hij had alleen nog in Nederland en Spanje gedoken. We keken elkaar aan en beeldden onze verbazing uit met handgebaren. Dit moment duurde niet al te lang aangezien Fajrin, onze gids, de aandacht al snel moest trekken met zijn tankbanger. We konden aan de slag, want hij had het eerste slakje al gevonden.
Het was snel schakelen van genieten-van-de-duikmodus naar data-verzamelmodus. Vol enthousiasme zwommen we naar Fajrin die met zijn tankbanger tussen het koraal wees. Ja hoor, daar zat toch best een grote slak verstopt, eentje van vast zo’n vijf centimeter lang. Ik positioneerde mezelf goed in het water en pakte de camera erbij. Ik maakte zorgvuldig foto’s van de slak in zijn omgeving, oplettend dat ik alle patronen en kleuren van de slak en de achtergrond goed in beeld had. Voordat ik de slak optilde om foto’s van de buikzijde te maken keek ik goed naar de ondergrond waar de slak zich op bevond. In dit geval was dat inderdaad een spons! Dit liet ik dan ook gelijk aan Jason weten met een vooraf afgestemd handgebaar. Vervolgens pakte ik de nudi vast en fotografeerde ik de buikzijde. Aangezien deze slak aanwezig was op een spons legde ik ook de spons vast op camera, terwijl ik een genummerd label in de foto hield. Dat was nogal een operatie, aangezien ik eerst zorgvuldig één label moest afscheuren en vervolgens in trim de foto met het label moest maken. Daar word je wel een betere duiker van. Na deze onmogelijke foto te hebben gemaakt, knipte ik met de schaar een stukje spons af en fotografeerde ik de binnenkant van de spons. Het afgeknipte stukje spons stopte ik samen met het bijbehorende label in een ziplock-zakje dat Jason handig voor mij openhield. Hij stopte het in de grote collectiezak die tussen zijn benen hing en toen kon de zoektocht naar het volgende slakje weer door. 
In de tijd dat ik foto’s maakte, was Jason druk bezig met het noteren van data op het leitje. Hij gaf elke gevonden nudi een identificatienummer en noteerde de diepte, de ondergrond waarop we de slak aangetroffen hadden en de af-of aanwezigheid van een bijtafdruk als de slak op een spons was gevonden. Met behulp van de foto’s en het identificatienummer konden de foto’s van de slakken namelijk gekoppeld worden aan de notities op het leitje.
We doken door en al zoekend genoten we van al het prachtige onderwaterleven. Na zestig voorbijgevlogen minuten hadden we welgeteld zestien slakjes gevonden, waarvan tien knabbelend op een spons. Als beloning voor onszelf sloten we de duik af met een paar minuutjes in het ondiepe, voordat we het strand weer opliepen. Inmiddels hadden we allemaal wel trek. Gelukkig stopten we op de heenweg bij een ‘warung’ en konden we dus op het strand genieten van heerlijke nasi met versgebakken vis, groente en rendangsaus. Dit werd uiteindelijk een momentje waar wij iedere dag weer naar uitkeken. Na de lunch lieten we onszelf even uitbuiken waarna we de verzamelde spons-samples nog eens op het droge fotografeerden, voordat we ze bewaarden in buisjes gevuld met alcohol. Daarna was het alweer tijd voor de tweede duik, waarin we alles weer hetzelfde deden zoals ik net verteld heb, maar dan de andere kant op. Die details zal ik jullie dus besparen.
Duikdagen eindigden meestal om vier uur ‘s middags, best lange dagen dus. De hobbelige terugrit in de laadbak was dan ook altijd een goed moment voor een poging tot slaap. Bij terugkomst kropen we nog snel het lab met airconditioning in en schakelden we van natte duikpakken en palmbomen, naar de spreadsheets. Het duiken is namelijk pas het begin van het werk. We vulden alle gegevens van het leitje in op de computer, hernoemden alle foto’s zodat we de specifieke foto’s konden koppelen aan het identificatienummer van de slak en legden alles weer klaar voor de volgende dag. Dan werd het tijd om met het lokale team of onze lokale vrienden wat te eten scoren.
Labdagen

De duikdagen waren uiteraard altijd leuk, maar met al die verzamelde foto’s en samples moest natuurlijk ook wat gedaan worden. Afhankelijk van het aantal verzamelde samples roosterden Jason en ik een of twee labdagen per week in. Deze dagen hielden we ons bezig met het determineren van de slak- en sponssoorten. De foto’s van de 217 geobserveerde slakken vergeleken we met wetenschappelijke literatuur om zo hopelijk tot een soort uit te komen. Jammer genoeg lukte dit niet altijd, aangezien slakken van dezelfde soort er onwijs verschillend uit kunnen zien. Toch was het ons gelukt om zeventien slaksoorten te onderscheiden. Sponzen determineren is een vak apart, waarbij de expertise van onze supervisor Prof. Dr. Nicole de Voogd maar al te goed van pas kwam. Zij kon op basis van de onderwaterfoto’s al vaak bepalen welke soort spons we gevonden hadden. Wanneer dit haar niet lukte, losten wij de sponzen op in bleek om zo onder de microscoop te kunnen kijken naar de anders verborgen glazen structuren, ook wel ‘spicula’ genoemd, die verschillende soorten van elkaar onderscheiden. Op deze manier hebben we bijna alle nudi’s en sponzen kunnen determineren. Na zo’n ‘labdag’ trakteerden we onszelf altijd op een avontuurtje of ontspanning. Zo crosten we rond op de gehuurde scooter en bezochten we watervallen, afgelegen stranden, historische VOC-forten, het oerwoud en culturele festivals. In een maand tijd wisten we dan ook de hele kustlijn van het eiland te hebben gereden.
Tijd voor computerwerk
Na een geweldige tijd in Indonesië gevuld met onvergetelijke herinneringen, prachtige duiken en heerlijk eten werd het tijd om weer naar huis te gaan. Onze lokale vrienden brachten ons om 5 uur ‘s ochtends naar de luchthaven met de voorwaarde dat we een keer zouden terugkeren. Eenmaal terug in Nederland was het tijd voor het computerwerk: statistiek en het verslag schrijven. Het statistisch verwerken van onze verzamelde data onthulde dan ook de conclusie van ons onderzoek.
Zo konden we concluderen dat er voor sommige soorten een duidelijke voedselvoorkeur bestond voor specifieke sponssoorten (specifiek Axynissa), terwijl andere slakkensoorten juist een breder dieet hadden. Wij suggereren dat dieetvoorkeur sterk kan verschillen per slakkensoort en dat dit waarschijnlijk afhangt van de beschikbaarheid van specifieke sponssoorten. In een geval dat de lekkerste spons op een bepaalde plek afwezig is, moet een slak uiteraard minder lekkere sponzen gaan eten. Daarbovenop ontdekten we ook dat naaktslakken niet overal evenveel voorkomen en dat de diversiteit ook sterk kan verschillen per locatie. Hier was eerder nog niks over bekend voor deze familie naaktslakken.
Dit onderzoek en het wonen op Ambon was een van mijn mooiste en meeste leerzame ervaringen. Als beginnend bioloog en duikfanaat was het natuurlijk geweldig om voor onderzoek te mogen duiken in de tropen. Wat het voor mij nog specialer maakte was feit dat ik met behulp van het duiken en het onderzoek mocht bijdragen aan de wetenschappelijke kennis van deze prachtige en kwetsbare ecosystemen. Zoals eerder gezegd was er over dit onderwerp nog vrijwel niks bekend, dus alle kleine beetjes nieuwe kennis zijn relevant voor de natuurbescherming. Het lokale onderzoeksteam hield zich hier dan ook elke dag mee bezig en deelden enthousiast al hun kennis met ons.
Ten slotte was het onwijs interessant om het duiken voor wetenschap in te mogen zetten. Recreatief duiken was natuurlijk al geweldig, maar duiken met een onderzoeksvraag in het achterhoofd gaf het een extra dieptelaag die het duiken nog stimulerender maakte. In plaats van het rondwemmen in bewondering merkte ik dat ik tijdens onderzoeksduiken de relaties tussen al deze mooie dieren meer probeerde te snappen. Het onderwater speuren naar nudi’s en hun sponsslachtoffers voelde bijna als paaseieren zoeken tijdens Pasen, maar bovenal was het een voorproefje van hoe ik mijn toekomst als bioloog voor me zie: zoekend, nieuwsgierig en altijd net iets verder kijkend onder het oppervlak.
Het onderzoek is gepubliceerd in het blad Vita Malacologica, Molluscs of Ambon Island (2025). Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Kai.