De verkleedpartijen kunnen beginnen en het schminken is tot een ware kunst verheven. Veel vasteloavesvierders lukt het om tijdens deze periode onherkenbaar door het leven te gaan. Leuk om in het café of op de straat iemand tegen te komen die een gesprek begint maar waarvan je geen idee hebt wie het is. Ja, door het vele meezingen heeft de stem het ook zwaar te verduren, hees, zodat ook de stem niet meer herkenbaar is. De onvermijdelijke vraag: Wêhm bus tich? (Wie ben je?) In allerlei variaties afhankelijk van waar je je in Limburg ergens bevindt.
Onder water vinden ook allerlei transformaties plaats. Soms omdat het winter wordt, soms omdat de paaitijd aanbreekt en soms omdat een dier volwassen wordt en de rest van zijn leven boven water doorbrengt. Vaak is het volwassen leven boven water veel korter dan de stadia die het onvolwassen dier onder water doorbrengt. De kokerjuffer wordt een schietmot, de libelle- en waterjufferlarven zijn boven water prachtige beesten, onder water zijn ze een beetje creepy. Andere dieren brengen hun hele leven door onder water maar ondergaan een complete transformatie als het winter wordt of als hun groeiperiode erop zit. De zoetwaterspons vormt gemmulae, veel mosdiertjes statoblasten. En als het eenmaal lente wordt, zijn er een aantal vissen die van kleur veranderen om het beste mannetje of vrouwtje te veroveren.
De zoetwaterspons
Voor veel zoetwaterduikers is, na een aantal vissoorten, de zoetwaterspons het meest herkenbare in het zoete water maar de eerste vermomming dient zich meteen al aan. Er zijn meerdere soorten zoetwaterspons. Voor duikers is het onder water onmogelijk om te achterhalen om welke sponssoort het gaat. Daarvoor heb je een microscoop en de kalknaaldjes uit de spons nodig en dat gaat de gemiddelde duiker net iets te ver. Sponzen kunnen in verschillende kleuren voorkomen, vaak zijn ze beige, roze of groen. Soms zijn het platte schijven met hier en daar een uitstulping, soms zijn het lange slierten die elegant naar beneden hangen. In de winterperiode ondergaat de spons een transformatie. Het weefsel van de spons verdwijnt en er vormen zich gemmulae. Dit zijn een tot twee millimeter kleine bolletjes die de spons slechte omstandigheden doorhelpt. Voor Nederland houdt dit in: de koude winter doorhelpt. Worden de omstandigheden beter, het in dit geval dus weer warmer wordt, dan groeien de gemmulae weer uit tot een volledige spons. Dit is een vorm van ongeslachtelijke voortplanting. Vaak blijven de gemmulae zitten op de plaats waar in de zomer een volledige spons heeft gestaan. Dat kan een aanwijzing zijn dat deze bolletjes inderdaad spons zijn geweest, alleen in een hele andere verschijningsvorm. Om het nog ingewikkelder te maken, de ene spons vormt gemmulae terwijl de spons die ernaast staat zich bedenkt om gewoon als spons de winter door te komen. Een gril van de natuur? Toch twee verschillende soorten spons? We weten het niet.

Het kruipend geleimosdiertje
Er zijn een heleboel mosdiersoorten in het zoete water, daarvan is het kruipend geleimosdiertje wel het meest bekende. Ze kunnen zo massaal voorkomen en zulke grote dichtheden bereiken dat zich een grijs plakkaat vormt met allemaal hengelende tentakeltjes. Voor duikers moeilijk over het hoofd te zien maar een enkele kolonie is ook prima te ontdekken. Die is ongeveer een centimeter breed en enkele centimeters lang. Ieder tentakeltje is een afzonderlijk diertje. Ze worden bijeengehouden in een gelei-achtige massa waardoor het geheel het uiterlijk van een rups krijgt. We vinden ze van de zomer tot in de herfst, daarna verdwijnen ze weer, maar niet helemaal. Dit mosdiertje maakt statoblasten. Dat zijn ronde afgeplatte bolletjes, bruin met een beige randje. Het mosdiertje zelf verdwijnt helemaal en vaak zie je de statoblasten bijeen in de overgebleven gelei-achtige massa zitten, maar ze kunnen ook als individu de winter overleven. Zitten de statoblasten nog bij elkaar dan zijn ze met het blote oog te ontdekken, individuen zijn zo klein dat dat lastig wordt. De grootste kans om statoblasten te vinden zijn de plaatsen waar in de zomer het mosdiertje heeft geleefd. Dat is meestal niet de bodem maar verhoogde plaatsen zoals waterplanten en takken of iets dergelijks. Je kunt ze wel vinden op de bodem, dat zijn dan statoblasten van de mosdiertjes die ooit in de waterplanten geleefd hebben, maar die zijn in de winter verdwenen. De statoblasten lijken in niets op het kruipend geleimosdiertje met z’n tentakeltjes.

Waterjuffers en libellen
Waterjuffers en libellen horen tot de klasse Insecta. Veel mensen denken bij insecten aan kleine, kriebelige, vervelende beestjes. Toch zijn waterjuffers en libellen boven water prachtige dieren. Onder water is dat een ander verhaal en zien ze er een beetje creepy uit. Met een beetje fantasie kun je onder water wel al aan de vorm van de larve zien dat het een waterjuffer in wording is, voornamelijk aan de kop en het langgerekt lichaam. Bij de laatste vervellingen zie je op de rug ook al de aanzet van de vleugels. Geen vleugels waarmee gevlogen kan worden, nee, ze liggen netjes opgevouwen op de rug totdat ze besluiten het water uit te kruipen. Boven water worden de vleugels opgepompt en kunnen ze vliegen. Onder water heeft de waterjufferlarve aan het uiteinde drie veertjes, lamellen genoemd. Dit zijn de kieuwen, boven water zijn die lamellen verdwenen.


De libellelarven zien er onder water nog afschrikwekkender uit, echte mini-monstertjes. Het lichaam is veel breder dan bij de waterjufferlarve en er zijn géén lamellen. Libellelarven ademen door water in- en uit hun achterlijf te pompen. Bij de libellelarve is het al lastiger om te achterhalen dat dit beest vroeg of laat een mooie libelle wordt. Eenmaal uit het ei ondergaat de larve negen tot wel zestien vervellingen en verblijven ze enkele maanden onder water. Of veel langer: sommige soorten blijven daar tot wel vijf jaar. Voor de laatste vervelling kruipt de larve uit het water, daar barst de huid open en de volwassen libelle kruipt uit de huid. De libelle moet nog een tijdje blijven zitten tot ze opgedroogd is, eerder kan ze niet vliegen. Eenmaal het luchtruim gekozen is het een van de mooiere insecten maar wel met een levensduur van maar enkele weken. Genoeg om bevruchte eieren in het water te droppen waarna de hele cyclus weer opnieuw begint.
Vissen
Is het eenmaal lente, dan zien we een aantal vissen veranderen, sommigen krijgen paaiuitslag en weer andere verkleuren. Een van de visjes die in de lente op zijn mooist is, is het stekelbaarsje. Het mannetje krijgt een mooie rode buik en bewaakt de eieren tot ze uit komen. Zelfs duikers zijn niet veilig. Kom je te dichtbij zal dit acht centimeter grote visje er niet voor terugdeinzen om je aan te vallen. De mannetjes stekelbaars is zó druk bezig met het beschermen en verzorgen van de eieren dat hij na het uitkomen van de eieren vaak zelf het leven laat. Maar de cirkel is rond, de jonge stekelbaarsjes hebben een hele zomer om op te groeien om in het tweede levensjaar zelf voor eitjes te zorgen.
