
Harige heremietkreeft: nieuw in de Oosterschelde
9 mei 2025
In 2023 werd voor het eerst een Harige heremietkreeft aangetroffen in de Oosterschelde. Een enkele waarneming in 2024 en twee nieuwe, recente waarnemingen dit jaar geven aan dat deze soort zich aan het vestigen is.
De Harige heremietkreeft (Pagurus cuanensis) heeft een grote verspreiding en komt voor van westelijk Noorwegen tot Zuid-Afrika. Hoewel de soort dus zowel ten noorden als ten zuiden van Nederland voorkomt, is het aantal waarnemingen in ons deel van de Noordzee beperkt. Uit dieper water verder van de kust was de soort al bekend. Hij was onder andere gevonden tijdens een expeditie van ‘Duik de Noordzee Schoon’ in 2011 op het Nederlandse deel van de Doggersbank. Uit de kustwateren en de Zeeuwse Delta waren tot 2023 nog geen meldingen bekend.
De eerste waarneming van de Harige heremietkreeft in de Oosterschelde werd gedaan door sportduikers op 16 september 2023 bij de Zeelandbrug. Dit exemplaar zat in een klein schelpje van de Gewone wenteltrap (Epitonium clathrus) van maximaal anderhalve centimeter lang. Kort daarna, op 26 oktober 2023, werd eveneens bij de Zeelandbrug een exemplaar gevonden, ditmaal in een schelpje van de Japanse stekelhoren (Ocinebrellus inornata). Een jaar later, op 6 november 2024, werd bij de Plompe toren een exemplaar aangetroffen in een schelpje van een fuikhoren-soort. De recent gevonden exemplaren, op 12 april 2025 bij Burghsluis en 13 april bij Plompe Toren, leefden in een huisje van de Gewone alikruik (Littorina littorea) en eveneens in een huisje van een fuikhoren dat helemaal bedekt was met Zeekantwerk (Conopeum reticulum, een mosdiertje).
Hoe is deze nieuwe soort onder water te herkennen? De Harige heremietkreeft is, zoals zijn naam al aangeeft, harig. Dit valt vooral op bij de schaarpoten. Andere kenmerkende eigenschappen zijn de kleur van de antennes (bruin met witachtige ringetjes) en de oranje ring om de oogstelen, die aan de achterzijde is onderbroken. Daarnaast zijn de kleine antennes met waaiertjes tussen de ogen deels blauw. Hiermee is de Harige heremietkreeft goed te onderscheiden van de Gewone heremietkreeft (Pagurus bernhardus) en de Kleine heremietkreeft of Boksertje (Diogenes pugilator), waarbij deze kleurkenmerken ontbreken. De Harige heremietkreeft blijft daarnaast ook kleiner (lichaam tot drie centimeter) dan de Gewone heremietkreeft, die met afmetingen tot tien centimeter de grootste heremietkreeft van Noordwest Europa is. De Kleine heremietkreeft en de recent in de Oosterschelde aangetroffen soort Pagurus prideaux blijven onder de vijf centimeter.

Nieuw in Nederland: de geheimzinnige Raketmeduse
20 juli 2025
De Raketmeduse (Cladonema radiatum) is een doorschijnend dier met vertakte tentakels. Het lijkt een kwalletje, maar is het voortplantingsstadium van een hydropoliep. In mei 2025 werden bijna twintig exemplaren gezien in het Veerse Meer. Of het blijvertjes zijn is de vraag, net als de vraag of we daar blij mee moeten zijn. Zo klein als ze zijn kunnen ze venijnig steken.
Uit de Noordzee in de ons omringende landen is dit buitenaards aandoende wezen al geruime tijd bekend. Ook in ons land is het al vaker gezien, maar uitsluitend in aquaria. Het voorkomen is met geheimzinnigheid omgeven. Uit tropische zeewateraquaria over de hele wereld komen regelmatig meldingen, maar bijna altijd is onbekend hoe ze daar terecht kwamen. Eigenaren van aquaria zien ze als een pest, schadelijk voor het daarin aanwezige koraal.
De Nederlandse vindplaats van de Raketmeduse ligt in het Veerse Meer bij Geersdijk. Dieper dan ongeveer een meter is niet gekeken; de waarnemer was aan het snorkelen. Een deel van de medusen zweefde in het water of zwom actief. Een ander deel hing met de tentakels aan Japans bessenwier en aan zeer fijne bruinwieren die daarop groeiden. Bij verstoring maakten de medusen snelle, schokkerige sprongetjes, waarmee ze als een soort raketjes wegschoten. Dit raketgedrag werd afgewisseld met korte periodes van zweven. Dit zijn de eerste waarnemingen van vrij in de Nederlandse natuur aangetroffen exemplaren. Het wortelstelselvormige poliepstadium (de moederdieren) is nog niet in Nederland gevonden.
Veel soorten die zowel zuidelijk als noordelijk van ons land voorkomen, ontbreken in onze ondiepe, snel opwarmende en afkoelende kustwateren door te lage wintertemperaturen en/of te hoge zomertemperaturen. Het is aannemelijk dat de Raketmeduse zich in Nederland heeft kunnen vestigen dankzij de inmiddels hogere watertemperaturen in de winter. Of de vestiging hier op natuurlijke wijze is gebeurd door migratie van kwalletjes, of is veroorzaakt door menselijke activiteiten, is niet bekend. Verschillende menselijke activiteiten komen in aanmerking. Een mogelijkheid is de aanvoer via recreatievaartuigen, met op de romp vastgegroeide poliepen. Aanvoer via schelpdierimporten met poliepen is eveneens een mogelijkheid. Of ze kunnen zijn meegekomen met materiaal uit een aquarium. Zoeken naar het kwalletje op verschillende plaatsen in het deltagebied kan duidelijker maken in hoeverre de dieren al veel wijder verspreid in onze wateren voorkomen, of dat deze eerste vondst bij het haventje van Geersdijk een toevallige en tijdelijke vondst was. Misschien blijft het voorkomen van de Raketmeduse wel beperkt tot ondiep water, bijvoorbeeld in verband met een voorkeur voor de wierzone of de snellere opwarming van ondiepe gebieden in het voorjaar.
(Oorspronkelijke tekst: Marco Faasse, Mick Otten)

Gemaskerde heremietkreeft ontdekt: een nieuwe soort voor Nederland
4 september 2025
Gedurende de afgelopen jaren was er sterfte onder zeekreeften in de Oosterschelde. Ook de sterfte onder krabben en heremietkreeften was hoog. Heremietkreeften, die altijd een slakkenhuis meedragen om hun zachte achterlijf te beschermen, leken vrijwel verdwenen. Tot augustus 2025, toen er weer geregeld heremietkreeften gezien en gefotografeerd werden. Er werd voorzichtig geconcludeerd dat de Gewone heremietkreeft begonnen was aan een comeback. Meldingen en foto’s van exemplaren die in augustus 2025 in het uiterste oosten van de Oosterschelde waren gezien, leken daarop te wijzen. Totdat opviel dat de meeste er anders uitzagen. Het meest opvallende waren hun half ‘gemaskerde’ ogen. Bij nadere bestudering van de foto’s bleek het te gaan om Pagurus longicarpus, een soort uit Noord-Amerika. Deze was in 2020 gerapporteerd voor de Duitse Waddenzee, maar nog niet met zekerheid in andere Europese landen gemeld. Analyse van oudere foto’s, van meerdere waarnemers, wees uit dat de afgelopen tijd meestal de Gemaskerde heremietkreeft werd gefotografeerd, al zeker vanaf augustus vorig jaar en ook op andere plaatsen in de Oosterschelde.
Wil je de nieuwe heremietkreeft herkennen, let dan op de volgende kenmerken:
- De ogen hebben een donkere onderste rand.
- De bruine antennes hebben witte ringetjes.
- De poten zijn bleek en hebben een iriserende glans.
- De altijd grotere rechterschaarpoot is langer dan bij de Grote heremietkreeft. Op foto’s valt op dat de grote schaar meestal helemaal naar achteren gebogen wordt.
Het woord longicarpus in de wetenschappelijke naam is afgeleid van het langere polssegment. De vertaling vanuit het Engelse woord voor de soort is ‘langpolsheremiet’, of ‘langarmheremiet’. Omdat de halfzwarte ogen behoorlijk sinister overkomen – ze doen denken aan een crimineel met een zwarte zakdoek tot half over de ogen – vinden wij de naam ‘Gemaskerde heremietkreeft’ toepasselijk.
(Oorspronkelijke tekst: Marco Faasse, Marianne Ligthart, Rykel de Bruyne, Brendan Oonk)

Nieuw mini-zeenaaktslakje leeft verborgen tussen zandkorrels
14 september 2025
Dankzij veel enthousiaste duikers, snorkelaars, waarnemers in het getijdengebied en meerdere onderzoeksprogramma’s, zijn uit ons land al veel zeenaaktslakken bekend. Grotere en kleine, fraaie en ietwat saaie. Daar komt nu een nieuwe mini-naaktslak bij: Embletonia pulchra. Dit naaktslakje werd levend aangetroffen tussen zandkorrels in een bodemmonster uit de Noordzee ten noorden van Vlieland. Deze onopvallende, kleine zeenaaktslak was nog niet eerder uit Nederland bekend.
Embletonia pulchra komt in Europa voor van Noorwegen tot in de Middellandse en Zwarte Zee, maar is zeker geen algemene slak. Verwarrend is dat er behalve uit zandige gebieden, van elders in Europa ook exemplaren bekend zijn die werden aangetroffen op hard substraat. Mede vanwege deze verschillen in habitat bestaat er geen eenduidigheid over wat dit mini-zeenaaktslakje eet. Soms wordt aangenomen dat hydropoliepen het voedsel vormen, maar ook viseieren worden genoemd. Gezien de gebruikelijke habitat van de naaktslak – grof zand / schelpengruis – is het goed mogelijk dat beide niet het hoofdvoedsel vormen.
De nieuwe ‘nudi’ kan worden onderscheiden door een combinatie van ongewone kenmerken. Het slakje behoort zonder meer tot de kleinste zeenaaktslakken van het Nederlandse Noordzeegebied. Volwassen dieren worden maximaal 6 millimeter lang, vaak zijn ze kleiner. Net als de andere vertegenwoordigers uit deze slakkengroep hebben ze geen kieuwen op de rug in de vorm van een krans of een veervormig orgaan of een serie platen onder de mantel. In plaats daarvan fungeren vingervormige aanhangsels als ademhalingsorganen. De enige kopuitsteeksels zijn de reuksprieten. Deze zijn glad, zonder schede aan de basis en zonder richel ertussen. De voorrand van de voet is niet tentakelachtig uitgetrokken, maar vormt een tweelobbige mondflap. Deze combinatie van kenmerken is een goed eerste herkenningspunt.
Andere herkenningspunten zijn de lichaamskleur en de vorm en plaatsing van de knots- (of knuppel)vormige cerata. De kleur is variabel. Van half transparant grijswit tot crème of geelachtig, of zalmkleurig. Soms met lichte vlekjes. Langs het lichaam ligt aan weerszijden een rij van maximaal negen cerata. Vooraan zijn die naast elkaar geplaatst, achteraan afwisselend. De voorste zijn erg kort, naar achteren toe worden ze snel langer en staan ze dichter op elkaar.
Zeebodems als boven Vlieland, met schoon grof zand en/of schelpengruis, de voorkeurshabitat van Embletonia pulchra, komen in ons kustgebied relatief weinig voor en worden minder vaak bemonsterd. Mocht een exemplaar van dit slakje in een monsterapparaat komen, dan bestaat de kans dat het door de geringe afmetingen en het zachte en flexibele lichaam door de zeef geperst wordt. Bij monsters met een sediment-korrelgrootte boven één millimeter is intensief spoelen nodig. Dit kan ertoe leiden dat het tere lichaam in stukken door de zeef gaat, of zodanig beschadigd wordt dat herkenning een probleem vormt. Het is heel goed mogelijk dat de soort al lang in Nederland voorkomt, maar over het hoofd is gezien.
(Oorspronkelijke tekst: Rykel de Bruyne, Marco Faasse)

Drie nieuwe Zeesla- en Darmwier-soorten in Nederland
26 oktober 2025
Zeesla en darmwieren (Ulva soorten) komen overal langs de Nederlandse kust voor, maar de wieren goed op naam brengen, is ontzettend lastig. Recent DNA-onderzoek heeft de Nederlandse biodiversiteit van deze groene wieren in kaart gebracht, met een aantal verrassende nieuwe ontdekkingen tot gevolg.
Van de 16 Ulva-soorten die in Nederland bleken voor te komen, zijn drie nieuw voor ons land: Californische zeesla (Ulva californica), Fijn darmwier (Ulva capillata) en Chinees darmwier (Ulva shanxiensis). Daarnaast zijn er twee soorten gevonden die mogelijk zelfs nieuw zijn voor de wetenschap en waarnaar aanvullend onderzoek wordt gedaan.
Een bijzonder kenmerk van Ulva-soorten is dat ze zowel in zee als in zoet water kunnen leven – iets wat maar weinig organismen lukt. Het verschil in zoutgehalte vraagt namelijk om heel andere biologische aanpassingen. Sommige soorten zijn echte alleskunners: zo groeit Ulva intestinalis zowel in zee als in bijna volledig zoet water. Ook de vorm van deze wieren kan veranderen afhankelijk van hun omgeving. Plat darmwier (Ulva compressa) heeft in zout water bijvoorbeeld de vorm van vertakte buisjes, maar in brak water verandert het in brede bladen.
Helemaal verrassend was de vondst van Ulva shanxiensis, het zogeheten Chinees darmwier. Tot voor kort was deze soort alleen bekend uit Chinese rivieren. Toch werd het onlangs voor het eerst in Nederland ontdekt, toevallig tijdens een zwemtocht in het Weerwater bij Almere. Later dook de soort ook op in het IJsselmeer en de Lek, en inmiddels zelfs in Frankrijk en Polen.
Is dit een nieuwkomer uit Azië? Onderzoekers denken van niet. Waarschijnlijk is de soort altijd over het hoofd gezien. Er is namelijk nauwelijks onderzoek gedaan naar zoetwater-Ulva, waardoor Chinees darmwier simpelweg nooit eerder is herkend.

Een waterig zonnetje: nieuwe zeeanemoon in het Grevelingenmeer
9 november 2025
De dagen worden korter en het zonlicht bereikt ons steeds minder. Toch is onder water nog een waterig zonnetje te vinden; niet licht en warm, wél stralend. Op 22 augustus 2025 ontdekten duikers in het Grevelingenmeer een zeeanemoon die daar nog nooit eerder was gevonden: de zonneroos.
De waarneming in het Grevelingenmeer is een bijzondere ontdekking. De zonneroos is pas in 2008 voor het eerst in ons land gevonden en was tot nog toe uitsluitend bekend uit het oostelijk deel van de Oosterschelde. De eerste exemplaren (honderden) zijn aangetroffen in de afvoer van verwaterbakken van oesterkwekers bij Yerseke. Hoogstwaarschijnlijk zijn ze hier terechtgekomen via de import van oesters en mossels. Inmiddels heeft de soort zich blijvend gevestigd in de omliggende delen van de Oosterschelde. De populatie bij Yerseke lijkt het brongebied voor andere vindplaatsen in de Oosterschelde, zoals Gorishoek, Vuilnisbelt, de Bergse Diepsluis en het kanaal bij Goes. Opvallend is dat de soort de koude winter van 2018 heeft overleefd, toen veel andere zeedieren massaal stierven. Daarmee toonde de Zonneroos zich een robuuste, uitheemse nieuwkomer in ons land.
Hoe de dieren in het Grevelingenmeer zijn terechtgekomen, is niet bekend. Plezierscheepvaart of wellicht overtollige exemplaren geloosd uit een zeeaquarium zijn daarbij geen onmogelijkheden. Zonneroosjes zijn levendbarend en kunnen zich in korte tijd snel vermeerderen. Vaak zie je bij grote exemplaren ook diverse jongere dieren. Duikers hebben er in elk geval een fantastisch onderwerp bij om te fotograferen. Voor het ecosysteem van de Oosterschelde en het Grevelingenmeer lijkt de komst van deze zeeanemoon vooralsnog geen grote schadelijke effecten te hebben. Mochten ze zich (te) explosief voortplanten, dan zijn er in onze wateren in elk geval al een paar natuurlijke vijanden aanwezig, namelijk: zeenaaktslakken. Met name de Gekrulde vlokslak, de Grote vlokslak en de Kleine vlokslak eten graag een hapje Zonneroos.
(Oorspronkelijke tekst: Lilian Schoonderwoerd, Mick Otten, Rykel de Bruyne).