Vulkanische eilanden in de Atlantische Oceaan: de Azoren, Madeira, Ilhas Selvagens, de Canarische eilanden en de Kaapverdische eilanden. De naam Macaronesië is behoorlijk passend bij die prachtige groep. Het is namelijk Grieks voor ‘gelukzalige eilanden’. Marion Haarsma neemt je mee langs de biologie van deze eilanden. Ze liggen ver uit elkaar, maar de overeenkomsten in oorsprong en biologische diversiteit zijn groot.

Terceira
Midden in de Atlantische Oceaan, ter hoogte van Lissabon ligt Terceira. Het is een onderdeel van de Azoren. De watertemperatuur is hier eind oktober zo’n 20 graden. Het weer was net die week dat ik er was wat ‘onstuimig’. Op een regenachtige dag hebben we een ‘rondje’ eiland gedaan en hebben we een enorme krater bezocht, de Algar do Carvão. Het is een holle vulkaanpijp, waar bezoekers in de krater kunnen afdalen en de magmakamers kunnen bekijken. Erg interessant om te wandelen in een vulkaan.
Het duiken op Terceira was ook erg leuk. We doken zowel van de kant als met een grote RHIB. De eerste dag begon met een stuk varen om een rif te bezoeken dat veel dodemansduim heeft. Het was het zuidelijkste plekje in de Atlantische Oceaan waar dit koraal nog voorkomt. Maar ook al meteen in het begin van de week gingen we de mooie tandbaarzen zoeken: ‘Rudolf’ was heel relaxed en goed te fotograferen.
Ik heb ook erg genoten van de bijna tamme grijze trekkersvissen. Die waren zo leuk met elkaar bezig, ze hadden geen aandacht voor mij. En, het was niet eens voorjaar! Ook zijn er prachtige octopussen, lipvissen en kleine bruine kogelvisjes dartelen in het rond, murene met open bek niet vergeten, kleurrijke lipvis en mooie naaktslak, een Hypselodoris, alles is er. De spinkrab zal ook wel op de andere eilanden zijn, maar alleen op Terceira heb ik die gezien.
De laatste duikdag hebben we duiken in de een ondiepe baai gemaakt, bij de oudste en meteen de hoofdstad van het eiland ‘Angra do Heroismo’. De rotsen waren prachtig begroeid en het zat er vol met grondels, slijmvisjes, berenkreeften, octopus, naaktslakken en ander klein spul, het was één groot feest.
De eilanden liggen midden in de warme golfstroom, daarom zijn ze bekend vanwege de grote vissen, dolfijnen en walvissen. Je kunt met boten de op zee gaan en midden op de Atlantische Oceaan gaan duiken of snorkelen en hopen op een ontmoeting met deze grote zeebeesten!

Madeira
Madeira wordt vaak het ‘Hawaii van Europa’ genoemd. Een ‘parel’ of ‘het eiland van de eeuwige lente’. En met een reden. Met een subtropisch klimaat is dit vulkanische eiland net voor de kust van Marokko een mooie duikbestemming. Maar je kan er ook mountainbiken, walvissen spotten, paragliden, klimmen, hiken, en surfen. De cultuur en natuur leent zich voor leuke dagen en prachtige trips over het eiland vol verhalen en tradities.
De volgende optie voor een leuke duikbestemming is zonnig Madeira. Dat is maar vier uurtjes vliegen en hoort ook bij Portugal. En alweer wat warmer! Het ligt ten westen van Marokko. De Duitse duikschool had hele goede gidsen, die konden alles vinden: van piepkleine zeepaardjes tot enorme baarzen en alles daartussenin. Trouwens, ik word altijd verwend met goede gidsen, dat is maar goed ook, want zelf ben ik niet zo’n ‘speurneus’!
Al in het begin wees de Portugese gids me een baars aan, hij was helemaal opgewonden. Blijkt dat de ‘Island Grouper’ een unieke soort is van de eilanden. Helaas wordt er in het noorden veel gevist, zo erg, dat deze soort al bijna uitgestorven is. Hij had al maanden (of langer) deze vis niet meer gezien.
Vanwege het vulkanisme zijn er veel rotsen onderwater, grotten en ook tunnels. In een kleine grot op het huisrif vond de gids een klein, roze hengelaarsvisje. Drie jaar later kom ik er weer, zit het diertje er nog. Lekker honkvast wel. Ook verstopt in de grotten vinden we rode anemonen, Atlantische poetsgarnaal, borstelworm een viltkokeranemoon. Het loont om in iedere hoek, gat of kier te kijken. Op het zand is ook altijd wat te vinden, soms de gestreepte poon of de zeekomkommer en de kamzeester.
In het open water kom je enorme scholen met goudstreepzeebrasem tegen en verschillende soorten lipvissen, erg kleurrijk. De grijze trekkersvis is niet bang en heeft mooie blauwe tinten. En dan heb je nog de murene, de octopus, de sepia’s, juffertje, schorpioenvis, trompetvis en bruine stekelrog. Kleine kogelvisjes zijn ook juweeltjes, zo mooi, zoals de kamkogelvis en de bruine kogelvis. De rode papegaaivissen kom je op alle eilanden tegen. Bijzonder is de sterrenkijker, gelukkig wees de gids het aan. De vis ligt altijd verstopt in het zand, op de loer voor een prooi. De meslipvis is best wel uniek, deze duikt in het zand zodra je te dichtbij komt.
Ik was zelf helemaal in de ban van de slijmvisjes. Ik had deze soort al gezien op Terceira, maar hier waren ze groter en brutaler. Deze roodlipslijmvis komt alleen voor in de Atlantische Oceaan en ze worden tien tot twintig centimeter groot. Met die grappige kleine tandjes, eten ze wieren, het zijn eigenlijk vegetariërs. Aan het eind van de duik kon ik nog uren naar ze kijken, tot m’n laatste lucht in de fles, ze zaten toch op maar drie meter. Ze waren aan het spelen tussen de rotsen en met mij. De duikgids liet ons gewoon achter, die wist al hoe laat het was…
Behalve de zeepaardjes (op het huisrif) is het hoogtepunt van Madeira een plek met grote bruine tandbaarzen. Deze beschermde baarzen waren wel een flinke slag groter dan op Terceira en ook minder schuw, bijna ‘knuffel’baarzen. De vader van onze duikschooleigenaar heeft al 45 jaar geleden een natuurpark aangevraagd en gekregen, het ‘Garajau National Park’. Omdat er helemaal niet gejaagd wordt zijn de baarzen heel vriendelijk en ideale onderwatermodellen. Door de constante noordenwind is het water glashelder aan de zuidkant van het eiland.
Vanwege de regen aan de noordkant, loont het om daar, bijvoorbeeld, op de laatste dag, een bezoek te brengen. Madeira heet niet voor niets ook wel het ‘Bloemeneiland’. Je kan ook vanuit de hoofdstad Funchal met een grote catamaran een tocht maken op zee en vanaf de boot allerlei soorten walvisachtigen, zoals grienden en verschillende soorten dolfijnen, bewonderen. Op terugweg naar de haven werden we verrast met de echte flipperdolfijnen (tuimelaar) die met de boot aan het spelen waren. Zo’n paar uur in een boot op zee, dat vond ik helemaal leuk!
Over een week op Madeira schreven we in Onderwatersport eerder een reisverslag. Lees het terug op Duikspotter, zodat je weet wat je onder en boven water kan doen op dit mooie eiland.

Lanzarote
Nog zuidelijker liggen de Canarische eilanden. Je zou zeggen, dat wordt nog warmer, maar dat valt alles mee. Het water is ook altijd maar zo’n 19 tot 22 graden, het is en blijft de open oceaan… Op Lanzarote was ik helemaal ‘weg’ van de engelhaai, ook wel zee-engel genoemd. Het is een platte vis, verschuilt zich graag onder het zand, heeft brede borstvinnen en een brede bek, en kan wel twee meter worden, de vrouwtjes nog wat groter. Ik heb wel wat met haaien, maar ik ben ook nooit gebeten en ik heb me nooit bedreigd gevoeld.
Pas toen ik thuis kwam las ik dat deze haaiensoort overal in Europa te voor kwam, tot aan de Noordkaap aan toe. Helaas, door overbevissing in de tweede helft van de vorige eeuw is deze soort overal verdwenen en staat nu op de lijst als ernstig bedreigd… De engelhaai heeft veel te lijden onder de visserij met sleepnetten. Het komt ook door de lage voortplantingssnelheid, ze bewaren de eieren tien maanden in hun lichaam. Dat maakt de haaien zeer kwetsbaar en dan nemen de aantallen snel af. Het zijn best wel eigenwijze dieren, die niet gauw opzij gaan, ze zijn toppredator en alle vissen slaan op de vlucht. Ik was helemaal niet bang, vooral tijdens de nachtduik, kwam ik nogal dichtbij. Later hoorde ik dat ze echte haaientanden hebben, zo van het ‘kromme’ soort en rijen achter elkaar en heel goed kunnen bijten. Heb ik weer geluk gehad of ben ik de haaien fluisteraar?
Gelukkig is er veel vis op Lanzarote, het stikt er van de verschillende baarzensoorten, zaagbaars en schriftbaars, grote scholen vis, murene, gestreepte barracuda, verschillende lipvissen roggen en sepia’s, ook veel zeebarbelen op het zand. Tijdens de nachtduiken op het huisrif vinden we weer de engelhaai, maar ook een visje waar ik dol op ben, zoals de bruine vijlvis. Ook op het zand schorpioenvis, borstelworm, pijlkrab, heremiet met anemoon op de schelp en prachtige grote octopus. Het soort van octopus, die niet bang is en parmantig model staat. Er zijn drie soorten kleine kogelvisjes, die natuurlijk weer endemisch zijn voor het gebied – ze komen alleen daar voor. Sommige zwemmen rond maar er zijn er ook die graag op het zand liggen zoals de kamkogelvis.
De bijzonder mooie papegaaivissen zijn een feest om te zien. Vooral de vrouwtjes zijn prachtig rood van kleur, de mannetjespapegaaien zijn grijs van kleur, een beetje saai… Op de Canarische eilanden wordt Spaans gesproken, op de andere eilanden Portugees. Ik spreek goed Spaans, maar dat hoefde niet want ik was bij een Nederlandse duikschool, in het zuiden van het eiland. Ik kan me herinneren dat ik in een onderzeeër mee mocht, dat vond ik super leuk. Ik zat voorin, vlak bij de cockpit en toen kwam er een grote rog boven op het glas van de cockpit liggen. Gelukkig lagen we stil op de bodem, maar er moest een duiker komen om de vis met zachte dwang te vragen om weg te gaan!
De volgende keer gaan we naar de Kaapverdische eilanden, een ander deel van Macaronesië en ook de moeite waard!