Leestijd: 9 mins

In de Kraaijenbergse Plassen bij Cuijk ligt sinds eind maart een prachtig wrak voor sportduikers.

Als we langzaam afdalen in het heldergroene water van de Kraaijenbergse Plassen zien we op vijf meter diepte een grote groef in de bodem. De opkomende waterpest is aan de kant geduwd, hier is duidelijk iets zwaars door de kleibodem getrokken. Het spoor wijst in de richting van een grote rechthoekige schaduw die zich op tien meter diepte losmaakt uit de schemering. We stijgen een stukje op langs een metalen wand en komen uit op het ruime achterdek van de Kiekuut, voor altijd aangemeerd tussen twee metalen palen die in de bodem staan. We zwemmen een rondje langs grote bolders en ventilatoren en pauzeren even bij een luik. Een trap leidt naar het duistere binnenste. Het luikgat is groot genoeg om met een dubbelset naar binnen te gaan en het luik zelf is vast gelast zodat het niet dicht kan vallen. Een kleinere opening verder achterop het dek is dichtgemaakt met spijlen. De hele plek voelt meteen safe aan.

 

Olie, vetten en vuil water zijn afgevoerd en daarna is de Kiekuut een laatste keer van onder tot boven schoongemaakt met ontvetter.

 

De Kraaijenbergse Plassen zijn ontstaan door zandwinning. Het is een gebied van 475 hectare met veel water en groen in de bocht van de Maas bij Cuijk, aan weerszijden van de A73. Het zicht is er als regel goed omdat de plassen zijn gevuld met grondwater dat overloopt in de Maas. ‘De plassen hebben een brede strook langs de oever van ongeveer vier tot zes meter diep,’ vertelt Bob Heijl van de Stichting Onderwaterrecreatie Cuijk. ‘Dat is een mooi stuk met veel waterplanten en het meeste leven. Daarna loopt het geleidelijk af naar ongeveer twintig meter met een aantal diepe putten tot wel dertig meter en dieper. Hier vind je restanten van de zandwinning en dingen die in het water zijn gevallen. Denk aan trossen touw, lege vaten, een sloepje. Daar zien we snoekbaarzen, snoeken en paling.’ Die waarnemingen brachten de lokale duikverenigingen al in 2013 op het idee om een groot duikobject af te zinken in de Kraaijenbergse Plassen. ‘We weten dat wrakken geliefd zijn als kraamkamer en schuilplaats voor vissen,’ zegt Bob. ‘Daarnaast is een wrak een interessante plek voor duikers om te verkennen en om te oefenen. Opstijgingen maken vanaf een dek is altijd fijner dan vanaf de bodem.’

 

Artikel gaat verder na foto’s

  • De Kiekuut is een voormalig werkschip van 27 meter lang.
  • Geert Derks (links) en Bob Heijl: ‘Project met ups en downs.’
  • Luik op het voorschip.

 

Krachten bundelen

De Stichting Onderwaterrecreatie Cuijk is speciaal opgericht om het project een steun in de rug te geven en de duiksport in de plas te bevorderen. De stichting is een samenwerking tussen twee NOB-verenigingen: Atlantis en de Brandweerduikvereniging (die wel uit de brandweer is ontstaan maar er nu los van staat). Bob legt uit: ‘We hadden al vaker geprobeerd een duikobject in de plas te plaatsen. Als eenpitter is dat bijna niet te doen. Door de krachten te bundelen kun je beter het gesprek aangaan en een groot project als dit oppakken.’ In de stichting zijn zes mensen actief. Daarnaast werken vrijwilligers uit beide verenigingen mee in allerlei losse klussen. ‘Er is nergens een openbare plas waar samen met de gemeente zo’n groot object is afgezonken,’ weet Bob. ‘Toen we in 2013 begonnen, hadden we nog geen idee wat er mogelijk zou zijn. Eerst hebben we contact opgenomen met de firma Smals die hier de zandwinning heeft gedaan. We gingen eigenlijk alleen vragen of ze ideeën hadden hoe we aan een schip konden komen. We werden aangenaam verrast toen ze de Kiekuut aanboden.’ Smals vond het meteen een leuk initiatief. De Kiekuut lag aan de kant en het bedrijf stond voor de keuze om het te laten slopen of weg te geven als duikobject. De 170 ton beton in de bodem van het stalen werkschip, zal bij de afweging ook een rol hebben gespeeld.

 

Was de stichting er met Smals snel uit, de overheid, dat is een ander verhaal. De plassen zijn eigendom van de gemeente, het oppervlaktewater valt onder Rijkswaterstaat, de  oevers zijn de verantwoordelijkheid van het waterschap en de gebieden in de omgeving van natuurbeheerders, gemeente en diverse particuliere partijen en bewoners. ‘Het was een lang en moeizaam traject,’ zo vat Bob de voorbereiding samen. ‘We liepen er vooral tegenaan dat in de wet niks is geregeld voor het bewust afzinken van een schip. Dus als je een vergunning aanvraagt, dan weet de overheid zelf niet aan welke eisen deze moet voldoen. Hoe moet je de constructie berekenen voor het afzinken, welke voorwaarden stel je aan schoon en veilig? Als de ambtenaar die de vergunning moet verlenen het niet precies weet, is “nee” meestal het veiligste antwoord. Met veel praten, uitzoeken en lobbyen hebben we een weg gevonden.’ Het project kwam in een stroomversnelling nadat wethouder Maarten Jilisen de Kiekuut omarmde als een kans voor de recreatie in de gemeente. ‘We vonden het een goed idee om iets moois te maken voor duikers,’ zegt wethouder Jilisen. ‘Een wrak geeft weer iets bijzonders te doen in de plassen en een beetje reuring is belangrijk voor de toeristische ontwikkeling. Nu de zandwinning is gestopt maken we hier een mooi recreatiegebied waar mensen kunnen zwemmen, zeilen, surfen en duiken. Zo is er voor iedereen wat te doen, boven en onder water.’ Het resultaat was dat de gemeente het schip (gratis) van de firma Smals overnam en de kosten voor het afzinken voor haar rekening nam. De gemeente blijft eigenaar van de Kiekuut en is ook verantwoordelijk voor het onderhoud in de toekomst. ‘De gemeente zat duidelijk in de meewerkstand en heeft heel veel gedaan,’ vindt Bob.

 

Reling

Intussen zwemmen we in een rustig tempo naar de voorkant van de Kiekuut. We passeren een groot, rechthoekig luik. Hier kun je jezelf  gemakkelijk samen met je buddy in de buik van het schip laten zakken. Maar we gaan eerst bij de grote kraan kijken die aan stuurboord op de rand staat. De voet lijkt nog als nieuw in een laag witte verf en de arm wijst als een lange, gele vinger in de groene verte. Na een paar foto’s dalen we door het grote gat af in het schip. Het ruim is groot genoeg om met z’n tweeën naast elkaar te zwemmen. Een tweede luik met een trap ligt pal naast de opening in de richting van het voorschip; een groene vlek in het donker. We duiken een klein stukje naar binnen en bekijken de opslagrekken voor materiaal die nog tegen nog tegen de romp zitten. De patrijspoorten zijn geblokkeerd met stalen spijlen en laten wat gedempt licht binnen. Schuin onder het grote gat zien we de oude zaagtafel die in het wrak is blijven staan. Van voor tot achter loopt een stevige reling door het scheepsruim zodat je altijd weer bij een uitgang komt.

 

‘Zorg dat je het samen doet. Niet als eenpitter maar met andere verenigingen achter je.’

 

‘De pootjes voor de reling hebben we nog gemaakt van een materiaalrek dat we uit het schip hebben gehaald en op de zaagtafel in stukken hebben gezaagd,’ vertelt Geert Derks, die de technische voorbereiding coördineerde. Het gereed maken van de Kiekuut en voorbereiden van het afzinken was een samenwerking tussen vrijwilligers van de verenigingen en Valk Sleep, Handel en Reparatie, een professioneel bergingsbedrijf. Geert: ‘In eerste instantie hebben we met ploegjes van acht tot tien vrijwilligers gewerkt. Alle losse leidingen en kabels zijn eruit, we moesten gaten blokkeren zodat niemand zich klem zwemt en we hebben het schip schoongemaakt.’ Later heeft Valk SRH in opdracht van de gemeente en op aanwijzing van de duikers extra werk gedaan om het schip voor te bereiden en schoon te laten verklaren. Luiken en kleppen zijn vastgezet en het schip is nog twee keer met stoom gereinigd. Olie, vetten en vuil water zijn afgevoerd en daarna is de Kiekuut een laatste keer van onder tot boven schoongemaakt met ontvetter. De gemeente en de stichting deden intussen onderzoek naar de beste plek voor het wrak. Dat werd een vlak en stevig stukje bodem op vijftig meter uit de kant voor De Bungelaar.  Met de ervaring van de Serpent in het achterhoofd trilde Valk hier twee palen van twintig meter lang in de bodem. De Kiekuut werd hiertussen afgemeerd en zonk keurig rechtstandig naar de bodem.

 

Artikel gaat verder na foto’s

  • De Kiekuut wordt tussen twee palen afgemeerd voor het zinken…
  • …en zinkt rechtstandig naar de bodem (foto’s: Camiel Eltink).
  • De oude zaagmachine is in het ruim achtergebleven.
  • Een reling wijst de weg.

 

Parkeerboete

Als je nu bovenkomt bij De Bungelaar dan kijk je uit op een ruïne. De oude boerderij is vervallen, het dak bestaat voor de helft uit kale spanten en wordt bewoond door een uil en vleermuizen. Niettemin moet dit een hotspot worden voor duikers en andere recreanten. Bob: ‘Er zijn plannen om hier een restaurant, bed en breakfast en huisvesting voor verschillende verenigingen te maken. Zoals de reddingsbrigade, de vereniging voor onderwaterarcheologie “Mergor in Mosam” en de duikverenigingen. We zijn in gesprek om hier ook een plek te krijgen voor instructielokalen en kleedruimte.’ En lachend: ‘Maar eerst moeten we weer met de gemeente in gesprek over parkeerruimte. Je kunt hier nergens je auto kwijt, behalve in het openbare groen. De gemeente die eerst meewerkt aan het realiseren van het grootste duikwrak in zoet water, komt ons nu net zo makkelijk een parkeerboete geven.’

 

Benieuwd naar de video van het afzinken? Bekijk deze hier!

 

Bob en Geert kijken terug op een project met ups en downs. ‘Ik heb regelmatig gedacht dat het niet ging lukken,’ zegt Bob. ‘Het is geen normaal bouwproject en dan loop je tegen muren aan. Gelukkig ken ik via mijn werk veel mensen die konden helpen. Ik ken de gemeentelijke organisatie goed en weet waar en wanneer ik welke vragen moet stellen. Via ambtenaren, raadsleden, wethouders; steeds hebben we weer gezocht naar een oplossing. We mogen blij zijn met de houding van de gemeente. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen. Of ik nog tips heb voor verenigingen die ook zo’n project willen doen? Ga er vanuit dat mensen niet weten hoe ze zo’n project moeten aanpakken. Je zult dus zelf actief moeten zoeken naar opties en mogelijkheden. Wees niet bang om mensen te benaderen en je verhaal te vertellen. Zorg dat je het samen doet. Niet als eenpitter maar met andere verenigingen achter je. Neem mensen mee en probeer aan tafel te komen bij alle belanghebbenden. Zij kunnen je helpen maar ook een ander belang hebben. Kortom: geef niet op.’

 

_________________________________________________

 

 

Kiekuut

De Kiekuut is in 1938 gebouwd voor de marinehaven in Den Helder. Ze diende aanvankelijk om afval de zee op te varen en daar te dumpen. Na een ongeluk waarbij de schipper omkwam, is ze omgebouwd tot baggermolen en op 11 augustus 1971 ingeschreven in het scheepsregister als “zandzuiger Kiekuut”. In 1987 was de baggerinstallatie met de typische emmers waarmee zand van de bodem werd geschraapt achterhaald. Sinds de jaren 90 was de Kiekuut in gebruik als drijvende werkplaats voor de zandwinning. Lengte: 27 meter. Breedte: 5,75 meter.