Leestijd: 8 mins

Wanneer je duikt of snorkelt tussen de tropische vissen wil je graag weten met welke soort je te maken hebt. En het liefst zelfs onthouden hoe zo’n mooi geelgestreept exemplaar heet. Maar veel vissen maken er een sport van om het ons lekker moeilijk te maken. Wanneer ze jong zijn, zijn ze bijvoorbeeld felblauw gestippeld, en als ze opgroeien zijn het saaie bruine vissen. Of neem een koffervisje, waarvan de baby’s op een dobbelsteen lijken in plaats van op een vis. Marion Haarsma, duiker, fotograaf en filmer, zoekt ze op.

Het is weer feest in de Caribische zee! Kleine visjes in de meest prachtige kleuren schieten voorbij. Deze kleuren veranderen zodra ze volwassen worden, dan worden het soms onopvallende rifvissen. Dit fenomeen is in het hele Caribische gebied te vinden, maar nu zijn we met Naturalis op het ‘Nederlandse’ eiland Sint-Eustatius, dat door de bewoners ‘Statia’ wordt genoemd. Op het huisrif bij duikschool Scubaqua dartelen de jonge visjes om me heen. Ze blijven niet stilzitten en dat maakt het fotograferen moeilijk. Ik weet ook niet welke soorten het zijn, alleen dat ik ze nog nooit eerder heb gezien. Het begint met een zwart-wit gestreept visje dat schuilt tussen de grote stekels van een diadema zee-egel. Erg slim, want in de deining op het ondiepe huisrif heb je niet veel controle over jezelf. Dan blijf je wel uit de buurt van de stekels. Het determineren van kleine gestreepte visjes is lastig. In dit stadium kan het van alles zijn! Waarschijnlijk is het een juveniele French Grunt, herkenbaar aan de lengtestreep en een vaag stipje op z’n staartje (1). Zodra de knorhanen wat groter worden, gaan ze in een groep zwemmen. Als volwassen dier wordt het een vrolijk gekleurde vis met felgele strepen en gele vinnen en staart (2).

 

De Puddingwife is een lipvis met gele en blauwe strepen. Deze soort is gemakkelijk te herkennen aan de grote zwarte stip op de rugvin. Als volwassen blauwgekleurde vis gaat hij zeer onopvallend door het water. De bontgekleurde Beaugregory is nog mooier met felgeel en een koningsblauwe streep over de rug van de kop tot de staart. Het is een juffertjesvis die als volwassen dier zeer onopvallend is: geel met een bruine rug, heel saai… De juffertjes van het huisrif blijven me verbazen. De Dusky Damselfish is als jonkie blauw gekleurd met felblauwe stippen, lichtblauw onderkantje en een oranjerode rugvin. Aan het einde van de rugvin staat ook nog een grote zwarte stip! Als volwassen dier is het meerdere tinten bruin, niet heel spannend dus.

 

Teenager

Voor mij is het hele ‘juvenielengedoe’ begonnen met de Franse keizersvissen op Curaçao. Met een boekje erbij kom je al gauw tot de ontdekking dat het één soort is! De keizersvissen (ook wel Angelfish genoemd) veranderen niet zozeer van vorm als wel van kleur. De jonge dieren hebben vaak gele dwarsstrepen die gaandeweg verdwijnen (3). Bij de volwassen dieren komt het geel weer terug in een randje aan de schubben (4). Tot mijn grote vreugde vond ik op Statia een jonge grijze keizersvis. Ik zag hem al vanuit de verte, maar hij bleef opvallend uit mijn buurt. Hij was al wat groter – meer een teenager – dat heet in vaktermen de “Intermediate Phase”. Zijn gele dwarsstrepen waren al aan het vervagen maar toch onmiskenbaar aanwezig. De juveniele keizersvissen lijken erg op elkaar. Je houdt ze uit elkaar door de vorm van de staart: die is rond bij de Franse en recht bij de grijze. Na wat schuilen achter een stukje koraal, adem inhouden en dan een uitval doen, lukte het me om een foto te maken. De volwassen dieren zijn nog schuwer, ik heb er nog nooit een gezien!

 

Er zijn ook jonkies die wel van model veranderen. De riddervis, (Spotted Drum) is vorig jaar al besproken. Het verandert van een fladderend “halve maantje” in een redelijk normaal model vis. Deze trip vind ik een Jackknife fish. Verwant aan de riddervis, ziet het er toch weer anders uit. Wel dat heen en weer fladderende gedrag, maar de volwassen vis lijkt sterk op het jonge dier! De lange rugvin wordt wat korter en het lijfje vult zich een beetje op, maar de lange staart blijft. Ook de kleine gladde koffervis wordt me de eerste dag al aangewezen door Martine en Mike; de gidsen van de Scubaqua duikschool. Het heeft een bijna ronde vorm ter grootte van een dobbelsteentje en draait ook zo rond. Deze Smooth Trunkfish is als jong dier zwart met grote witte stippen (5). De volwassen exemplaren hebben meer en kleinere stippen. Het volwassen dier krijgt ook een bijna puntige snuit en een meer geprononceerde staart (6).

Veranderlijke papegaaivissen

Papegaaivissen zijn een heel nieuw onderwerp voor mij. Pas na deze reis kwam ik erachter dat ik baby’s en teenagers had gefotografeerd. Een enorme hulp hierbij is de uitgebreide website met vaak prachtige foto’s van Florent’s Guide To The Florida, Bahamas & Caribbean Reefs. Want ik wist ook niet dat de volwassen mannetjes en vrouwtjes verschillend zijn. Dat maakt de determinatie nog ingewikkelder. Eigenlijk was ik nooit een fan van papegaaivissen, want ik zag ze altijd knabbelen aan het koraal. Nu weet ik dat ze heel nuttig zijn. Ze eten veel algen. Dus mijn mening is 180 graden gedraaid en dat wordt meteen beloond met een parade van de mooiste en meest veranderlijke soorten papegaaivissen. Zoals de Redband parrotfish. De halfwas (“Initial Phase”) heeft grote schubben, is blauwig van kleur met een rode rand die doorloopt in de vinnen en staart. Het volwassen dier (“Terminal Phase”, dan zijn ze klaar met verkleden) heeft meer geel en groen, vaak een horizontaal streepje onder het oog, maar wel rode vinnen en een rode rand om het oog!

 

Van de Princess parrotfish vind ik drie verschillende stadia: baby, teenager en volwassen. Deze soort verandert van een zwart-wit gestreept jonkie in een blauw, groen, geel gekleurd volwassen dier. Ook de Stoplight parrotfish ondergaat een spectaculaire ‘design’-verandering. Van bruinig jonkie, naar een mooie felrood gekleurde halfwas met grote witte schubben, prachtig getekende kop en felrode randen (7). Dan denk je nog even van: dat is het? Maar nee hoor, hij gaat door naar een dromerig groen, zacht beige en babyblauw met gele toefjes in het volwassen stadium (8). Een vis die wel 60 centimeter groot kan worden en totaal anders is dan de juveniele en het tussenstadium.

 

Saai

Op het huisrif begon de verwondering al met de juffertjes, maar wat dieper zijn ze ook te vinden. De gids wijst mij een takje koraal aan met eitjes en een Yellowtail damselfish (Geelstaartjuffer) die wat zenuwachtig heen en weer zwemt. De bezorgde ouder is donkerbruin van kleur met felblauwe stipjes op de kop. Ik had eens eerder een klein blauw visje gefotografeerd met witte stippen en een licht staartje. Zie ik op de Florent’s website dat het de juveniele van de Geelstaartjuffer is. Ik heb dus een volwassen dier, de eieren en de baby! Een ander klein knalgeel visje met een zwarte vlek op het eind van de rug en een klein zwart vlekje op het begin van de staart blijkt een Threespot damselfish te zijn. Bij volwassen exemplaren van deze grote driestip juffertjesvis is alleen de zwarte vlek op het begin van de staart over. Het felle geel is vervangen door een geel-bruinig kleurtje, zeer onopvallend en saai…

 

De Bluehead is een mooi gekleurde lipvis met een blauwe kop. De juveniel is knalgeel, met een zwarte stip in de rugvin. Ik maak een foto van een kleine Bluehead in een anemoontje. Daarop is goed te zien hoe klein het visje is. Maar wel heel stoer: schuilen in een anemoon en brutaal naar buiten kijken, met een blik van ‘wie doet me wat’? De lipvissen zwemmen vaak gezellig bij elkaar. Ik krijg ze zelfs allebei samen in een foto, met daarin ook de teenager Yellowhead. De Yellowhead is als juveniel geel met een witte lengtestreep. Bij de intermediate phase verdwijnt de lengtestreep en wordt het een geel-groen-beige combinatie met kleine streepjes en stipjes achter het oog, als een soort feest make-up. Het volwassen dier is totaal anders, heel vrolijk met een gele kop, blauwe staart met een donkere dwarsstreep en rugstreep.

 

Grote kleine

Nog een visje dat een verbazingwekkende metamorfose ondergaat is de blauwe doktersvis. Als juveniel is het eerst lichtgeel, daarna wordt het knalgeel met een subtiel lichtblauw randje aan de vinnen en lichtblauwe halve cirkels boven en onder het oog (9). De teenager houdt de gele vinnen en krijgt vier donkere dwarsstrepen over zijn lijfje (10). De volwassen doktersvis is blauw van kleur met alleen een geel mesje bij het begin van de staart (11). Al naar gelang zijn stemming kan het van licht naar donker veranderen, met of zonder donkere dwarsstrepen. Interessant detail is dat de knalgele juveniele vis soms groter is dan de volwassen vis in de volwassen kleuren. Het moet niet gekker worden!

 

Ook de grotere jagers veranderen tijdens hun leven van kleur. De verpleegstershaai kom je regelmatig tegen op de riffen van St. Eustatius. Meestal liggen ze ergens onder een overhangend stuk koraal. Ze zijn ’s nachts actief en rusten graag overdag. De kleur van hun haaienhuid is grijsbruin, donker van boven en aan de onderkant lichter. Tijdens een ondiepe duik vind ik een babyhaai en tot mijn stomme verbazing is hij beigebruin met donkere stippen (12). De juveniele haai is al zo’n 70 à 80 centimeter lang en blijft, net als zijn ouders, heel stil liggen. Ze worden met de stippen geboren, hoor ik later. Zelfs ik ben nog niet te oud om te leren?! Al met al heb ik zo’n 20 juveniele soorten kunnen fotograferen, geen gekke oogst in 34 duiken. Wie zei dat het Caribisch gebied soortenarm en kleurloos is?

Literatuur: DeLoach, N., & Humann, P. (2002). Reef Fish Identification – Florida Caribbean Bahamas – 3th Edition. New World Publications, Inc. http://reefguide.org/.