Leestijd: 5 mins

De bodem van een zoetwaterplas of ander duikwater is altijd van iemand. Plaats dus niet zomaar duikobjecten onder water.

Initiatieven van enthousiaste duikers zijn er genoeg. Steeds vaker lezen we over duikwrakjes, toiletpotten, bandensporen en kerstbomen die onder water worden geplaatst om de duikbeleving te vergroten. Maar… mag je zomaar objecten op de bodem van een willekeurige zoetwaterplas plaatsen? Meestal zitten daar voorwaarden aan en is toestemming van de eigenaar of beheerder nodig.

 

De meeste duikers waarderen een leuke duik meer als er veel of gevarieerd onderwaterleven te zien is. Hoe groter de vis, hoe beter. Een snoek in de Vinkeveense Plassen of een grote school glinsterende haringen in het Oostvoornse Meer zijn ervaringen die een vermelding in het logboek wel halen. Is er nauwelijks of geen vis, dan doen objecten onder water het ook goed. Een mooi begroeid duikwrakje of structuren die jonge visjes bescherming bieden, leveren een mooie duik op.

 

Ondergrond

Duikwrakken, rifballen, kerstbomen en autowrakjes hebben meestal ook een ecologische waarde. Met het juiste materiaal vinden wieren, mosselen en ander onderwaterleven al snel een goede ondergrond om zich te vestigen op deze kunstmatige riffen. Een autowrakje op een zandbodem kan dan zomaar een drukbezochte plek voor allerlei onderwaterleven worden. En dat levert weer een interessante plek voor duikers op. Voorbeelden van kunstmatige riffen in Nederlands duikwater zijn er genoeg: de wrakken en rifballen in het Grevelingenmeer, het onderwaternatuurpark in de Zegerplas, het heipalenbos in het Oostvoornse Meer, de stadsbus in de Vinkeveense Plassen en recent de silo en het autowrakje in de Milligerplas. Mooie voorbeelden van verenigingen, duikers of duikscholen die gezamenlijk zo’n project voor elkaar krijgen.

 

Een groep vrijwilligers van de NOB heeft ervaring met het beoordelen van duikobjecten op veiligheid. Zij geven adviezen voor aanpassingen aan objecten om de veiligheid te vergroten.

 

Tegelijkertijd zijn het goede voorbeelden van projecten waarbij de beheerder of eigenaar toestemming heeft gegeven voor het plaatsen van objecten op de bodem. De bodem van een zoetwaterplas of ander duikwater is namelijk altijd van iemand. Dat kan een gemeente zijn, een recreatieschap of zelfs de landelijke overheid. Deze organisaties willen weten wat er op hun grondgebied gebeurt. Ook al is dat onder water! In sommige gevallen betaal je zelfs een jaarlijkse bijdrage aan het rijksvastgoed-ontwikkelingsbedrijf voor het “gebruik” van de grond. Dat is het geval als het om een bodem gaat die in beheer is van de landelijke overheid. Voor de wrakjes en de rifballen in het Grevelingenmeer bijvoorbeeld, krijgt de NOB jaarlijks een rekening.

 

Milieueisen

Vaak stellen beheerders en eigenaren nog meer voorwaarden aan het (ver)plaatsen van objecten in duikwater. Zo moeten de objecten helemaal schoon zijn zodat het milieu niet wordt belast. In 2011 kreeg een duikvereniging het voor elkaar om een stadsbus in de Vinkeveense Plassen af te zinken. Bij een controle door de beheerder, vlak voordat de bus het water in getakeld zou worden, bleek er nog olie in te zitten. Dit werd schoongemaakt en de bus kon alsnog twee dagen later geplaatst worden. Een ander voorbeeld is het achttien meter lange visserschip, de TS7, die de NOB bij de Bergse Diepsluis wilde afzinken. Dit project is uiteindelijk niet gelukt, want voor de Oosterschelde zijn er strenge milieueisen. Zo zou het schip van binnen en -buiten volledig gestraald moeten worden (alle loodhoudende verf eraf), was er een controle op eventuele aanwezigheid van asbest en moest de motor met olieresten worden verwijderd.

 

Behalve het milieu is het ook belangrijk om te denken aan de veiligheid van een object – vorig jaar nog in het nieuws vanwege het ongeval op het duikwrak Le Serpent. Een object moet vooraf zo worden voorbereid dat het risico op ongevallen zo klein mogelijk wordt. Zo zijn de ruimen van de twee kleinere duikwrakjes bij Scharendijke met zware roosters afgesloten. Een deskundige groep vrijwilligers van de NOB heeft ervaring met het beoordelen van duikobjecten op veiligheid. Zij geven adviezen voor aanpassingen aan objecten om de veiligheid te vergroten. Zij zijn te bereiken via veiligheid@onderwatersport.org

 

Afspraken

Wie is er eigenlijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor het duikobject en wie doet het onderhoud? Het is belangrijk om daar met de beheerder of eigenaar goede afspraken over te maken en deze vast te leggen. Wordt de vereniging of duikschool eigenaar, dan moet je goed nadenken over de eventuele consequenties als het gaat om aansprakelijkheid. De stadsbus in Vinkeveen was bijvoorbeeld eigendom van een duikvereniging en is na het afzinken overgedragen aan het recreatieschap. Met defensie zijn afspraken gemaakt over het onderhoud van de bus.

 

 

Voor het afzinken van duikobjecten is dus altijd toestemming nodig van de eigenaar of beheerder. Soms wordt die toestemming geregeld in een vergunning en worden daarin de voorwaarden opgenomen. Je kunt je afvragen of, als er geen voorwaarden vanuit een eigenaar of beheerder zijn, je er goed aan doet dit zo te houden. Vele jaren later kan dit een probleem opleveren als opeens blijkt dat het object bijvoorbeeld in slechte staat is en verwijderd moet worden. De NOB adviseert verenigingen en duikscholen altijd goede en duidelijke afspraken te maken met de beheerder of eigenaar. Dit voorkomt vervelende kwesties op de langere termijn. Ook vinden we het belangrijk dat er alleen natuurlijke en milieuvriendelijke materialen worden gebruikt. Er mag geen vervuiling van het water plaatsvinden. Polyester bootjes zijn wat betreft de NOB niet geschikt als duikobject. Hetzelfde geldt voor aluminium, toiletpotten en autobanden. Staal of steen zijn veel vriendelijker voor het milieu. Maar in alle gevallen geldt: de objecten moeten schoon zijn en kansen bieden voor de onderwaternatuur.

 

___________________________________________________________________

Voorbereiden

Let op: duiken op wrakken of andere objecten geven soms extra risico’s. Deze risico’s kun je ondervangen door je duik goed voor te bereiden, met het juiste materiaal te duiken en voldoende ervaring voor het soort duik te hebben. Een goed begin is de Specialisatie Wrakduiken, voor diegenen die op of in wrakken willen duiken. De specialisatie geeft je kennis, inzicht en vaardigheden waarmee je veilig en verantwoord een wrakduik kunt plannen en uitvoeren. Je leert o.a. over duikmateriaal dat je voor een wrakduik nodig hebt, duiken vanaf kleinere schepen en wat je moet doen als er iets misgaat. Vraag ernaar bij je instructeur of duikschool.

 

In 2011 werd de 56 meter lange Serpent bij Scharendijke afgezonken. Het filmpje van het afzinken vind je hier.