Leestijd: 3 minuten

Soms is het niet het duiken of onderwatersporten zelf dat je betrokken houdt bij de sport, maar de functie die je hebt binnen de branche. Dat is het geval bij Arjan de Vries, al 25 jaar aan het roer bij de NOB en sinds de oprichting in 2006 directeur van het Sportcluster. Hij bewaakt met zijn gebruikelijke rust het speelveld voor duiker en onderwatersporter. Al die jaren heeft hij zich ingezet voor organisatieontwikkeling, het voeden van enthousiasme en gelooft hij in de kunst van de aanwezigheid: ‘Je moet naar de mensen toe’.

Van schaakwereld naar onderwaterwereld

Het is 2001 als Arjan zijn intrek neemt aan de Nassaustraat in Utrecht, het toenmalige adres van de NOB. Hij komt uit de schaakwereld en is dan geen duiker, geen vinzwemmer, geen onderwaterhockeyer. Hij is sportleraar. Via de toenmalige twee interim-directeuren hoort hij van de vacature bij de NOB. Het trekt hem: opleidingen, een overzichtelijke sportwereld, en in Utrecht, dichterbij huis. Zo begon een carrière die inmiddels een kwart eeuw beslaat. Zijn brede sportachtergrond gebruikt hij als een voordeel. ‘Ik doe mijn werk ook voor bowlen, zwemmen, dammen ook in het verleden. Ik zeg altijd: als je heel veel sporttechnische kennis hebt, is de kans dat je ruzie krijgt ook vele malen groter. Dan ga je je daar ook meer mee bemoeien. Ik richt me op de organisatie.’

 

Van zegeltjes plakken naar beleid maken

Wie de NOB van vroeger kent, herkent nauwelijks de organisatie van nu. Arjan omschrijft de transformatie beeldend: ‘Toen ik kwam, was het een administratieve organisatie. Ze gaven de duikboekjes uit en de zegeltjes plakken.’ Inmiddels is de bond uitgegroeid tot een beleidsmatige, communicatieve organisatie die inhoudelijk het verschil maakt voor haar leden.

De grootste slag? ‘Die is gedaan in de opleidingen. Toen ik begon, was er het Bondsinstructieboek. Dát was de bijbel. Je moest eerst 400 meter kunnen zwemmen voordat je ging duiken. De instructeur was de baas, punt.’ Die cultuur heeft hij met het bureau helpen omvormen tot iets veel vriendelijkers. Moderne boeken, eigentijds lesmateriaal, en een gelijkwaardiger verhouding tussen instructeur en cursist. ‘We hebben gezegd: dit is niet goed, we moeten dit anders inrichten.’

Een tweede sleutelmoment: de NOB moest het land in. ‘We moesten niet in Utrecht zitten, we moesten naar de mensen toe.’ Zo ontstond het zogeheten ‘Rondje Nederland’: bijeenkomsten bij verenigingskantines, ontwikkeltrajecten met mensen in het veld, draagvlak van onderaf. ‘Mijn overtuiging is echt: je moet dáár zijn, niet híer. Je moet met mensen dingen ontwikkelen.’

In 2006 ontstond bij Arjan het idee van een sportcluster — meerdere kleinere sportbonden onder één organisatorisch dak. In 2010 kocht de NOB het huidige pand in Veenendaal, en sindsdien werkt de samenwerking. ‘Doordat we die stap hebben gemaakt, kunnen we nog steeds zoveel mensen ondersteunen. Dat is een hele gunstige ontwikkeling geweest.’

 

Dicht op de huid van de leden

Wat Arjan drijft, is tastbare dienstverlening. Een voorbeeld dat hem bijblijft: een instructeur raakte betrokken bij een strafzaak, en de NOB had daar geen antwoord op. Geen opvang, geen verzekering, niets. Dat prikkelt. Uiteindelijk ontwikkelde de bond een systeem waarbij instructeurs voor een kleine bijdrage hun licentie kunnen verlengen én rechtsbijstand bij strafzaken krijgen. ‘Dat soort pakketten slaan aan. Met de nodige discussie, maar het blijft wel. Dat laat je wel achter.’ Ook de ledenverzekering is zo’n ding. Voor Arjan is dat de kern: dicht op de huid van de duiker zitten, en de sport toegankelijker maken.

 

Vrijwilligers, verenigingen en geloof in de mensheid

Uitdagingen blijven er ook genoeg. Arjan noemt het vrijwilligersvraagstuk: ‘Ik geloof in de kracht van de lokale vereniging, ook nu. In de huidige tijd is er veel aanleiding om elkaar weer op te zoeken. Je moet alleen wel dingen organiseren zodat mensen er heen komen.’ Dat geloof in mensen kleurt ook zijn kijk op de toekomst van het sportcluster. ‘Overal waar je mindere goden hebt zitten, des te meer moeite krijg je om het speelveld te houden.’ De komende jaren zit hij minder in de dagelijkse operatie, maar hij is wel beschikbaar als het erop aankomt: bij nieuwe bestuurders, bij druk op de organisatie, bij inhoudelijke discussies. ‘Ik blijf het altijd bijhouden.’

Vraag Arjan wat hij het meest waardeert in 25 jaar NOB, en hij aarzelt geen seconde: mensen die er vol voor gaan. ‘Of het nou onderwaterhockey is of vinzwemmen — ik heb altijd een zwak gehad voor mensen die er vol voor gaan. Met enthousiasme.’ En dat enthousiasme werkt aanstekelijk, ook naar buiten toe. Het WK Onderwaterfotografie dat in Zeeland werd georganiseerd, de World Games met vinzwemmen: ‘Supervet toch? Dat soort dingen — als je zegt: doe dat over twee jaar weer in Nederland, dan heb je mij wel.’

www.onderwatersport.org
www.sportcluster.nl