Leestijd: 6 minuten

De Nederlandse kustwateren zijn rijker, dynamischer en verrassender dan velen denken. Toch blijft de wereld onder de golven voor de meeste mensen onbekend terrein. Een verslag van een dagje op pad met Mick Vos en Luuk Willemsen van RAVON om ons te verdiepen in de kustvissen.

Ik sta in mijn handen met een bakje vol visjes. Als ik door het water heen kijk zie ik tientallen vinnetjes, oogjes, staartjes en glimmende lijfjes over elkaar heen buitelen in het water. Het is een handjevol spiering, iets wat ik vroeger ‘komkommervisjes’ noemde. Terwijl ik hiernaar kijk, gaat Mick samen met Luuk in een noodtempo door tientallen, misschien wel honderden, duizenden soortgenoten heen met zijn vingers die in ons net zijn gezwommen net. Behendig meet en telt hij ze, en snel zet hij ze terug. Luuk noteert in datzelfde tempo wat Mick opsomt. Biologisch onderzoek in de praktijk.

Dit herhaalt zich deze middag dat ik mee ben met Mick en zijn collega Luuk nog tientallen keren. Niet alleen met zandspiering, maar ook met verschillende soorten platvissen, zeebaarzen, goudharders en vele andere soorten zoutwatervissen die we langs de Noordzeekust zien. We zijn voor deze ‘zegenbevissing’ van het project ‘Een zegen in de delta’ bij de Edisonbaai. Een ‘zegenbevissing’ is een onderzoeksmethode die RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) inzet voor het in kaart brengen van de populaties kustvissen in de Noordzee en hun leefgebied. Met dit onderzoek kunnen ze vervolgens zorgen voor het verbeteren van deze leefomgeving.

Het zijn geen makkelijke onderzoeken. Je gaat met een groot, zwaar net op pad, en daarbij heb je een emmer, een meetplank, waterbakje en nog wat andere materialen. Het net is vaak vol planten, alg, slib en stenen waarop je ook vastloopt. Duizenden minivisjes zitten er in, zeker in de voorjaarsrondes. Ga er maar aan staan. De hoeveelheid informatie die ze ermee ophalen is wel bijzonder hoog. Het geoefende oog van de biologen ziet wat ik niet zie: de stenen langs de Edisonbaai vertellen een verhaal. Het verschil tussen de bevissing die we doen net voor het lage water geeft net andere informatie dan degene die we op de kentering doen en het gemakt waarop je een net door het water trekt zegt ook nog wat over de bodemsamenstelling: veel wier, veel zand, veel kiezels of veel steen. De vissen in het net vertellen de rest van het verhaal: groot, klein, dik, dun, apathisch, levend, veel krabben of weinig. Het is een wereld op zich die we zo letterlijk ‘boven halen’.

 

Veldgids Kustvissen

Die wereld is beschreven in de Veldgids Kustvissen, het boek dat RAVON samen met de KNNV Uitgeverij eind 2025 uitbracht. Dit naslagwerk beschrijft 189 soorten kustvissen uit zeventig families, met gedetailleerde foto’s, herkenningskenmerken en informatie over gedrag en leefgebied. En deze gids bracht mij hier, want ik wilde eigenlijk ook wel eens mee om te kijken hoe je aan deze informatie komt, hoe je tot een standaardwerk komt na jaren van veldwerk, onderzoek en samenwerking.

‘De Veldgids Kustvissen maakt de biodiversiteit van onze kust toegankelijk voor iedereen die met vissen werkt of er simpelweg door gefascineerd is’, zegt Vos. ‘En het is meer dan een determinatieboek, het is een instrument om de kennis over onze kustnatuur te verdiepen.’ De kustzone waar wij het nu over hebben, die van de Noordzee in de Delta, waar zoet en zout elkaar raken, is een van de meest dynamische ecosystemen van Nederland. ‘Door klimaatverandering, veranderend landgebruik en natuurherstelprojecten verschuiven leefgebieden en verspreidingsgrenzen razendsnel’, zegt Vos. De gids bundelt nu dus decennia aan veldonderzoek en de inzet van talloze vrijwilligers.

‘De honderden foto’s in natuurlijke kleuren en habitats, samen met gedetailleerde illustraties, tonen de diversiteit aan grondels, spieringen, platvissen en andere kustsoorten die vaak onopgemerkt blijven.’ Mark Groen, zijn collega en visonderzoeker bij RAVON en een van de andere auteurs, geeft aan dat de gids ook helpt om de veranderingen in onze natuur beter te begrijpen: ‘Wie soorten beter leert kennen, krijgt oog voor de veranderingen in onze natuur. Deze gids helpt om dat verhaal te zien en te begrijpen.’

Cursus Kustvissen in 2026
Naar aanleiding van de veldgids komt er ook een cursus over kustvissen. Voor meer informatie hierover kijk je op ravon.nl/academie.

 

De Noordzee in beweging

De Noordzee is een heel divers ecosysteem, met habitats die variëren van zandbanken en slibgronden tot oesterbanken, scheepswrakken en windmolenparken. ‘Hoe groter de variatie in leefgebied, hoe meer soorten zich er thuis voelen’, zegt Willemsen. Onder invloed van klimaatverandering, veranderingen in stroming en temperatuur – en de aanleg van kunstmatige structuren zoals windparken en rifherstelprojecten – veranderen populaties van vissoorten zichtbaar. ‘En precies dat is waarom ik het werk wat ik voor RAVON doe zo leuk vindt. Het is hier weer heel anders dan in de Biesbosch of dan in de Waal bij Nijmegen. Maar overal heeft wat we doen invloed en verzamelen we kennis.’

Opvallend is dat de afgelopen jaren zuidelijke soorten oprukken. Sommige vissen komen met ballastwater mee, andere doordat de zee opwarmt of nieuw hard substraat beschikbaar komt. Zo duiken soorten op als de ringnekslijmvis (Parablennius pilicornis), kameleongrondel (Tridentiger trigonocephalus) en zwarte zeebrasem (Spondyliosoma cantharus). Tegelijkertijd verdwijnen andere, noordelijke soorten langzaam uit beeld.

 

Sleepnet

Terug naar de bevissing in de Edisonbaai. Terwijl de containerschepen en internationale ferry’s langsvaren om aan te leggen of juist het ruime sop te kiezen, trekken wij meerdere malen een lang sleepnet over de bodem. Het is leuk om te zien dat bezoekers van het strand geïnteresseerd langs komen en vragen stellen. Wat zijn we aan het doen, wat is het doel, mag ik naar de vissen kijken? ‘Natuurlijk’, zeggen Vos en Willemsen geduldig. En ze vertellen bij alles in duidelijke en begrijpelijke taal wat ze doen, waarom en leggen nog iets uit over de vissen als daar tijd voor is. ‘Leuk om te zien’, zegt de bezoeker. Ze maakt zich wel een beetje zorgen over de hitte en dat de vissen dan even op het droge zijn, maar ziet ook dat het werktempo van de onderzoekers zó hoog is, dat die vissen zonder problemen weer levend wegzwemmen. ‘Voor het goede doel kan dit echt wel’, zegt ze dan ook.

Het sleepnet is niet licht, vind ik zelf, maar het is goed te doen om deze door het water te trekken. Anders wordt het als je deze goed op het strand wil trekken. Vos en Willemsen leren mij hoe het moet en ik probeer zo goed mogelijk te helpen, ook al voel ik me zo af en toe wat onbeholpen. Het tellen van de vissen gaat gepaard met meten, op naam brengen en turven. ‘We meten er veertig van elke soort, gaan vervolgens over op tellen, bij extreem grote aantallen zoals de zandspiering doen we steekproeven’, zegt Vos. Ik snap het, met deze hoeveelheden zandspiering zitten we hier bij de volgende volle maan nog. Ik begin ook al snel het verschil te zien tussen sommige visjes die toch wel erg op elkaar lijken en tel en meet zo goed als ik kan mee. Dit is waarom ik ooit bioloog wilde worden, denk ik terwijl ik met mijn voeten in het zand sta. Maar ik besef me ook dat dit maar een deel van het werk is.

  • Het sleepnet dat is gebruikt
  • Het sleepnet dat is gebruikt
  • Het sleepnet dat is gebruikt
  • Het sleepnet dat is gebruikt

 

Leefomgeving

Niet alleen de vissen worden geteld. Het aantal kubieke centimeters wier en begroeiing dat is meegekomen is ook belangrijk. Wat we niet tellen of meten zijn garnalen en de vooral vele krabben. ‘Die horen bij ander onderzoek’, lacht Vos. Maar veel zijn het er, in allerlei soorten en maten. Oppassen dat je niet gepakt wordt met een vlijmscherpe schaar, terwijl je door de grote emmer gaat met je blote handen.

We brengen ook de ‘hellingshoek’ van het leefgebied in kaart. Met een meetlat loop ik een aantal keer het water in om de diepte van het water te meten, terwijl de mannen meten wat dan afstand is tussen hun vaste punt en mijn plek. Met de diepte van het water erbij kunnen ze op kantoor berekenen hoe ‘steil’ de helling is. Ook meten we op de verschillende plekken het zoutgehalte van het water.

Het onderzoek dat we vandaag doen wordt op meer plekken in Nederland gedaan op vaste plekken. Voor de Noordzeekust betekent het dat de 189 soorten die in de Veldgids Kustvissen staan beter te volgen zijn. Ook soorten die in de komende jaren te verwachten zijn, staan er al in. Dankzij deze gids wordt het in kaart brengen van verspreiding en veranderingen in vispopulaties eenvoudiger. Zo kunnen we beter begrijpen hoe de verborgen biodiversiteit van onze kust zich ontwikkelt en hoe we daar zorgvuldig mee om kunnen gaan.’

Sanne Ploegaert, de derde auteur van de gids en visonderzoeker bij RAVON, benadrukt het belang van kennis en betrokkenheid: ‘Elke nieuwe soort vertelt een verhaal. Met deze gids geven we mensen de middelen om die verhalen te volgen én te waarderen. We willen mensen laten ervaren hoe bijzonder de onderwaterwereld van Nederland is. Als je eenmaal ziet wat er allemaal leeft vlak onder de kustlijn, kijk je met heel andere ogen naar onze zee.’ En precies dat heb ik vandaag weer ervaren. Door het boek in mijn handen, maar ook zeker door met mijn voeten in het zand te zoeken en kijken wat er in het water leeft. Aan het einde van deze zomerse, zonnige dat pakken we rond 23 uur, vlak voordat de zon de zee raakt aan de horizon de netten bij elkaar op de kruiwagen, geven we de laatste visjes hun vrijheid terug, spoelen we het zand van de meetapparatuur en klimmen we zelf de duinpan weer over. Volgende keer aan de Noordzeekust ga ik nog weer anders het water in.