Leestijd: 5 mins

Door te oefenen met een reel leer je een nuttige, leuke vaardigheid en verbeter je ook het trimmen.

Soms maak je een duik waarbij het belangrijk is om de weg terug te vinden naar het beginpunt. Bijvoorbeeld als je in een wrak of grot duikt, of als je op een wrak in de Noordzee de ankerlijn wil terugvinden voor de opstijging. Dan gebruik je een reel: een lange gidslijn op een spoel. Het omgaan met een reel is nu onderdeel van de 2*-duikopleiding. (Duiken in grotten en wrakken valt overigens buiten de scope van de NOB en vraagt extra opleiding). Het werken met een reel vraagt wel wat oefening en dat kun je in een zwembad prima met een grotere groep doen. Het is een nuttige, leuke vaardigheid waarbij ook het trimmen wordt verbeterd. Want je maakt bij het oefenen geen contact met de bodem. Vanaf nu geen zwevende lijnen meer die ongewenst in de knoop gaan.

 

Reel of klosje

Een reel heeft een handvat, een spoel waarop de lijn zit, een knop om de lijn mee op te rollen en blokkeermogelijkheid om ongewenst afrollen van de lijn te voorkomen. Het handvat van een reel zit vaak in het verlengde van de spoel. Er is ook nog een compacte reel op de markt waarbij het handvat aan de zijkant zit. Dat verkleint de kans dat je ergens achter blijft haken. Hoeveel lijn je nodig hebt, hangt af van de duik die je gaat maken. Een reel met veel meters lijn lijkt handig, maar is ook zwaarder, soms moeilijker te hanteren en lastiger op te bergen. Daarnaast is er nog het klosje, met 10 tot 50 meter lijn. Ze worden vaak gebruikt om een boei op te laten of om korte afstanden lijn te leggen. Klosjes – ze worden ook wel “vingerspoel” genoemd – vragen iets meer oefening in het gebruik. Een voordeel: ze kunnen niet blokkeren zoals een reel wel doet als de lijn om de as van de spoel slaat. Als dit gebeurt, is het vaak lastig om op te lossen. Als je de lijn niet loskrijgt, dan zit er niets anders op dan je lijn om de hele reel te wikkelen. In het ergste geval moet je de lijn doorsnijden.

 

Denk eraan: niet meezwemmen, hou de lijn strak. Je rolt jezelf als het ware gewoon in.

 

Denk bij de keuze van een reel ook aan de mogelijkheid om hem op te bergen. Een reel past meestal niet in een zak van je trimvest of droogpak. We willen onze uitrusting gestroomlijnd houden. Dus wil je de reel ergens vastmaken waar hij niet verstrikt kan raken als je over het wrak zwemt en de reel niet gebruikt, of tegen je gezicht kan slaan als je van boord springt. Een te grote reel vergroot de kans hierop. Kijk naar mogelijkheden voor bevestigen aan de zijkant van je set of schuin op de rug, of helemaal op de rug. Je moet de reel kunnen bedienen met handschoenen aan en ook nog een lamp kunnen vasthouden. En tot slot: koop een reel met een lijn die zinkt en op de bodem of het wrak blijft liggen. Zo verklein je het risico dat je verstrikt raakt in je eigen lijn.

 

Strak

De belangrijkste regel bij het werken met een reel is: hou de lijn strak en zet de lijn op regelmatige afstanden vast aan ankerpunten op de bodem of het wrak. Door stroming kan een losse lijn gaan zweven en worden meegenomen. De kans dat je verstrikt raakt in de lijn wordt hierbij groter. Ook is het oprollen van een losse lijn veel lastiger. Bij het werken met de reel in buddyparen of groepen is de duiker met de reel de voorste duiker op de heenweg (uitrollen) en de achterste duiker op de terugweg (inrollen, foto 1). Zo hebben alle duikers in de groep altijd een gidslijn terug naar het opstijgpunt. Het eerste ankerpunt, de zogenaamde “primary tie-off” wordt bij het wrakduiken vlakbij (maar niet aan!) de ankerlijn gelegd. Hierbij haal je de reel door de lus aan het uiteinde van de lijn en draai je de lijn twee keer om een ankerpunt. Het tweede ankerpunt, de “secundary tie-off”, draai je ook twee keer rond een ankerpunt. Vervolgens draai je de reel rond je eigen lijn, zodat je bij het blind volgen van de lijn de lijn altijd aan de kant hebt waar jij zwemt (foto 2). Dit maakt het volgen van de lijn bij nul zicht veel eenvoudiger. Bij de volgende tie-offs draai je de lijn een keer om het ankerpunt en daarna de reel rond je eigen lijn. Als je bij het uitzwemmen een andere gidslijn tegenkomt, leg jouw lijn daar dan niet overheen maar trek hem er onderdoor. Anders belemmer je de weg terug voor de andere duikers.

 

Het is verstandig het uitleggen van een lijn eerst een keer droog te oefenen rond tafels, stoelen of bomen. In het zwembad kun je een startblok, fles of loodgordel gebruiken, als het maar zinkt. Er zijn ook zuignappen te koop als ankerpunt, maar dit werkt niet op elke zwembadbodem. De oefening in het zwembad begint met een buddypaar van wie een de reel bedient en de ander volgt. Beide duikers raken de bodem niet aan, alles gebeurt zwevend. Als de overkant van het bad is bereikt, wordt de reel weer ingerold. Denk eraan: niet meezwemmen, hou de lijn strak. Je rolt jezelf als het ware gewoon in (foto 3). Zo blijft de lijn strak en raakt hij niet in de knoop. Op de ankerpunten kan de buddy helpen door de lijn strak te houden of zo mogelijk alvast los te maken. Daarna wisselen de duikers van rol en herhalen de oefening. Daarna kun je een ander type reel proberen of de oefening geblindeerd doen. Het blind volgen van een lijn is geen officiële opdracht voor 2*- of wrakduiken maar is wel leuk om in het zwembad te oefenen. Succes en veel reelplezier!

 

  • Foto 1
  • Foto 2
  • Foto 3