Leestijd: 7 mins

De eerste duikbegeleiders zijn opgeleid. ‘Onder en boven water doen cursisten je in alles na.’

Arnout Serlé en Jenna Brussel horen tot de eerste lichting duikbegeleiders van de NOB. Dit voorjaar volgden zij de pilotopleiding bij Hans van den Hul, instructeur bij Duikvereniging Rotterdam. Voor Arnout een thuiswedstrijd. Hij begon nog niet zo lang geleden met duiken en rondde in mei dit jaar zijn 3*-opleiding af met ongeveer tachtig duiken in het logboek. Jenna woont in Lekkerkerk en loopt al wat langer mee. Zij kreeg het duiken van jongs af aan met de paplepel ingegoten – haar ouders waren lid bij SDV Sepia in Krimpen aan den IJssel. Duiken is voor Jenna uitgegroeid tot een grote passie en inmiddels staat de teller op zo’n driehonderd duiken in binnen- en buitenland. Ze is al vijf jaar 3*-duiker en geeft les aan de jeugdgroep.

 

Waarom wilden jullie duikbegeleider worden?

 

Arnout: ‘Bij onze vereniging geven we regelmatig proefduiken voor nieuwe duikers. Ik vond dit altijd al leuk om te doen, dus ik hielp onze instructeurs hierbij. Het leren geven van proefduiken is een onderdeel van de opleiding tot duikbegeleider, dus dat sloot goed aan. En het lesgeven sprak mij erg aan. Ook buiten het duiken vind ik het leuk om mensen te helpen die iets willen leren.’ Jenna is net als Arnout op zoek naar een manier om haar passie voor duiken te delen met anderen. Zij had haar oog laten vallen op de instructeursopleiding: ‘Omdat wij steeds minder instructeurs hebben bij onze vereniging en handen tekort komen tijdens opleidingen, ben ik begin dit jaar op zoek gegaan naar een instructeursopleiding. Op de duikbeurs sprak ik Hans. De opleiding bleek voor mij qua planning erg ongunstig te vallen. Hans vertelde wel over de opleiding tot duikbegeleider. Dit klonk aantrekkelijk en zo heb ik voor de pilot gekozen. Kon ik toch assisteren bij een duikopleiding en tegelijk mijn eigen opleiding tot duikbegeleider volgen.’

 

Wat hield de opleiding tot duikbegeleider in? Wat is er nodig om duikbegeleider te worden?

 

Jenna: ‘Net als in de instructeursopleiding begeleid je een groep leerlingen van begin tot eind. Het is een maatwerk opleiding. De instructeurs kijken naar jouw ontwikkeling en schatten in of je klaar bent voor een beoordeling door een (externe) instructeur trainer (IT). Er staat dus geen vast aantal buitenduiken voor de opleiding. Wel zijn er twee theorie avonden. Arnout ziet het als “learning on the job”: ‘Bij onze vereniging in Rotterdam hebben we met het groepje duikbegeleiders bij de 1*-opleiding geassisteerd en tegelijkertijd aan onze vaardigheden gewerkt. De duikbegeleider moet tenminste de vaardigheden van een 3*-duiker hebben. Daar bovenop moet je de oefeningen op demonstratieniveau kunnen voordoen. Als begeleider vind ik het heel belangrijk dat je de oefeningen zelf goed beheerst en goed kan uitleggen. Omdat ik nog niet zolang 3* ben, heb ik eerst aan mijn eigen vaardigheden gewerkt voor we in januari met de pilot begonnen.’ De grootste eyeopener voor Arnout en Jenna was dat nieuwe cursisten het gedrag kopiëren van ervaren duikers. ‘Dit gaat waarschijnlijk onbewust, maar zowel onder als boven water doen ze je in alles na. Dat geeft niks maar het zorgt er wel voor dat je extra alert bent op je eigen handelen. Het gaat dan meer om de dingen die je doet dan wat je vertelt. Erg leuk om dat door te krijgen.’ Arnout vult aan: ‘Een onderdeel van de theorie (en later praktijk) is het leren “lezen” van een cursist. Komt het over wat je vertelt? Maar ook het inschatten van het niveau van de cursist en het geven van feedback om de cursist verder te helpen, komt in de opleiding allemaal aan bod.’

 

Wat doet de duikbegeleider precies?

 

Jenna: ‘In het zwembad mogen we oefeningen uitleggen en aanleren zolang er een 2*-instructeur aanwezig is. In het buitenwater mogen we vanaf de eerste tot de laatste buitenduik 1-op-1 begeleiden. De duikbegeleider moet je zien als een assistent van de instructeur. De instructeur houdt altijd het overzicht over de opleiding en geeft ook groepslessen. Het grootste verschil met de instructeur is dat duikbegeleiders geen theorielessen geven. Dit blijft echt het werkterrein van de instructeurs die ook de vaardigheden aftekenen.’ Arnout: ‘Er is dus ook een groot verschil met de 3*-duiker en dat is dat de duikbegeleider vaardigheden mag aanleren aan een cursist. En je geeft weliswaar geen theorielessen maar na de les mag je wel 1-op-1 met je cursist nabespreken of er nog vragen zijn. De sleutel is dat je altijd individueel werkt en onder de hoede van een instructeur.’

 

Hebben jullie de ambitie om zelf instructeur te worden? En helpt de ervaring als duikbegeleider daarbij?

 

Jenna antwoordt bevestigend: ‘Als alle omstandigheden het toelaten wil ik volgend jaar zeker beginnen aan de instructeursopleiding. Ik denk dat de ervaring als duikbegeleider daarbij zeker van pas komt; je krijgt al wat oefening en handigheid in het begeleiden van duikers. Hierdoor kan je jezelf in de instructeursopleiding meer richten op de nieuwe dingen die je moet leren en is het begeleiden al wat meer eigen geworden.’ Arnout twijfelt er op dit moment nog over: ‘Het lijkt mij heel tof maar ik weet niet of ik er voldoende tijd voor kan vinden. Wel blijf ik zeker betrokken bij de opleidingen binnen de vereniging en help ik mee waar nodig.

 

‘Zeker bij onze vereniging waren ze blij met een extra paar handen.’

 

De proefduiken binnen onze vereniging regel ik inmiddels helemaal zelf. Enkele onderdelen van de opleiding tot duikbegeleider zijn ook vaardigheden die een instructeur moet hebben. Zoals het lezen van je cursist en geven van feedback. Duikbegeleider is daarom een goede opstap naar de instructeursopleiding, vind ik.’

 

Zou je andere 3* aanraden duikbegeleider te worden?

 

Arnout: ‘Zeker wel! Vooral voor duikers die graag willen helpen in het praktijkdeel van de duikopleidingen maar die het niet zien zitten om in een klaslokaal theorielessen te geven, is dit een uitermate geschikte opleiding.’ Jenna sluit zich hierbij aan: ‘Het is een leuke, actieve opleiding zonder teveel theorie en vooral veel doen in de praktijk. Daarbij duik je ook veel wat natuurlijk een leuke bijkomstigheid is. Ik kan de opleiding zeker aanraden voor iedereen die het leuk vindt om mensen enthousiast te maken voor het duiken. En ook als je wilt doorstromen naar de instructeursopleiding is dit een fijne tussenstap. Zo kan je zien of het begeleiden jou ook ligt, of je het leuk vindt en of je ook echt door wilt naar de instructeursopleiding.’

 

Arnout en Jenna hebben dit voorjaar met plezier geassisteerd bij de 1*-opleiding in Rotterdam, die uit een groep van acht cursisten bestond. Jenna heeft daarna bij haar eigen vereniging geassisteerd tijdens de opleiding. ‘Dit was vooral tijdens buitenduiken,’ zegt ze tot besluit. ‘Ik merkte dat ik zelf ook weer enthousiaster werd over het duiken en dat ik nog meer motivatie kreeg om het goed voor te doen en aan te leren. Volgens mij vonden de instructeurs het ook fijn om de ontwikkeling van de opleiding te zien. Zeker bij onze vereniging waren ze blij met een extra paar handen.’

 

___________________________________________________

Investeren

‘Bij een pilotopleiding is het altijd proefdraaien en afwachten of de ideeën die je had ook uitkomen,’ weet instructeur trainer Hans van den Hul. ‘Deze pilot heeft het voor mij helemaal waargemaakt. De 3*-duikers helpen vaak al in de vereniging en krijgen met deze opleiding net dat beetje extra om ook in de nieuwe opleidingen goed te kunnen meedraaien. In mijn beleving heeft de nieuwe lijn die we hebben gekozen veel meerwaarde.’

 

Dit najaar komt er nog een keer een centrale opleiding voor duikbegeleiders. Samen met een groep IT-ers, 2*-instructeurs en verenigingen organiseert het bondsbureau op verschillende plekken in Nederland een opleiding tot duikbegeleider. In oktober horen de verenigingen hoe de 3*-duikers die duikbegeleider willen worden zich hiervoor kunnen opgeven. Daarna is het de bedoeling dat de duikbegeleiders binnen de eigen vereniging worden opgeleid. Hans zegt daarover: ‘Zoals Arnout en Jenna al aangeven, is de opleiding tot duikbegeleider maatwerk. De opleiding wordt afgestemd op het ingangsniveau van de deelnemer. De grote uitdaging wordt om samen met de IT-ers en de ervaren 2*-instructeurs bij de verenigingen de cursisten goed te begeleiden. Je kunt als vereniging veel profijt hebben van duikbegeleiders. Maar dan moet je er eerst in investeren.’

 

Vanaf 2021 wordt de 1*-instructeursopleiding niet meer gegeven en is duikbegeleider ook het ingangsniveau voor de 2*-instructeursopleiding.

 

Arnout Serlé (midden) en Jenna Brussel horen tot de eerste lichting duikbegeleiders van de NOB. Links instructeur Hans van den Hul die de pilotopleiding begeleidde.