Leestijd: 7 mins

Een doorlaat voor Oosterscheldewater en terugbrengen van getij moeten het Grevelingenmeer weer gezond maken.

Er moet je iets opvallen als je over de N59 richting Bruinisse naar Zeeland rijdt. Rechts van de Grevelingendam stroomt schuimend en kolkend water van de Oosterschelde in het Grevelingenmeer. Sinds het voorjaar van 2017 is de Flakkeese spuisluis in staat om niet alleen overtollig rivierwater uit het Grevelingenmeer op de Oosterschelde te lozen, maar ook om zuurstofrijk Oosterscheldewater in het Grevelingenmeer te laten. Onder de dam liggen zes grote kokers. Rijkswaterstaat heeft iets meer dan een jaar nodig gehad om de doorlaat geschikt te maken voor tweerichtingsverkeer en een uitlaat te bouwen aan de kant van de Grevelingen. Het binnenstromende Oosterscheldewater moet de waterkwaliteit in het Grevelingenmeer verbeteren.

 

Het is de afgelopen tijd regelmatig in het (duik)nieuws geweest: het terugbrengen van het getij in het Grevelingenmeer. Want de waterkwaliteit in het meer laat in de zomermaanden veel te wensen over. De meeste dieren hebben minimaal 3 mg/L zuurstof nodig om te leven. In de diepere delen van het Grevelingenmeer wordt dat niveau niet altijd gehaald, met als gevolg dat veel bodemdieren de zomer niet overleven. In de zomer vind je onder de vijftien meter – het effect verschilt per jaar – regelmatig levenloze, kale vlaktes, op veel plekken gekenmerkt door de aanwezigheid van witte matten. Deze matten zien eruit als schimmels, maar zijn dat niet. Ze worden gevormd door Beggiatoa, een bacterie die zowel zuurstof als sulfide nodig heeft om te kunnen leven (Deltares, 2011a). Het doorspoelen met zuurstofrijk water en terugbrengen van een beperkt getij zou de waterkwaliteit in het Grevelingenmeer moeten verbeteren. Maar wat is precies de relatie tussen het getij en de zuurstofconcentraties in het water? Om dat te begrijpen moeten we terug naar het begin van de jaren 70, toen de Grevelingen als onderdeel van de Deltawerken werd afgesloten van de Noordzee.

 

Grevelingen

De Flakkeese Spuisluis voert vers water uit de Oosterschelde aan (foto: Freek Titselaar).

 

Rotte eieren

Het Grevelingenmeer is van oorsprong een estuarium, een voormalige zeearm van de Noordzee waar de rivier uitmondde in zee en zoet en zout water bij elkaar kwamen. Voor de afsluiting moet het er onder water hebben uitgezien als de Oosterschelde. Het zeewater stroomde vrij in en uit op het ritme van het tij. Door het plaatsen van de Grevelingendam aan de oostkant en de Brouwersdam aan de Noordzeezijde, veranderde het in het Grevelingenmeer dat wij nu kennen: een zoutwatermeer zonder getij, en daardoor ideaal voor rustige duiken of opleidingen. Maar dat rustige water heeft ook nadelen. In de zomer kun je soms de geur van rotte eieren ruiken bij het meer. De oorzaak daarvan is een tekort aan zuurstof in het water, dat ontstaat doordat planten en dieren meer zuurstof verbruiken dan er met vers water wordt aangevoerd. De algenbloei in het oppervlaktewater is een van de grootste oorzaken van zuurstofgebrek in de diepe delen van het Grevelingenmeer. In de warme zomermaanden groeien veel eencellige algen in de bovenste meters van het water. Die herken je aan een geelgroene of rode troebele waas en slecht zicht tijdens de duik. Zodra de algen afsterven, zinken de resten als organisch materiaal naar de bodem. Daar gaan bacteriën aan het werk om de dode algen af te breken, een proces waarbij veel zuurstof wordt verbruikt. Als alle zuurstof in het water is verbruikt en het bodemwater niet wordt ververst met zuurstofrijk water, kunnen de algenresten gaan rotten. In dat proces wordt waterstofsulfide gevormd, een zwavelverbinding die herkenbaar is aan de vieze rotte-eieren geur die je soms zelfs onder water door je automaat heen kunt proeven.

 

Het zuurstofverbruik door de afbraak van dode algen op de bodem zou geen probleem zijn als er voldoende zuurstof in het water was. Maar door het ontbreken van het getij worden het zoete rivierwater en het zoute zeewater die in het Grevelingenmeer bij elkaar komen niet goed gemengd. In de zomermaanden komt hier een probleem bij. Dan warmt de zon de bovenste laag van het water op, terwijl het diepere water koud blijft. Doordat warm water een lagere dichtheid heeft dan koud water, ontstaan twee lagen die niet goed mengen. Ook het zoutgehalte kan zorgen voor dichtheidsverschillen, zout zeewater is immers zwaarder dan zoet rivierwater. Deze scheiding tussen de twee waterlagen zien wij tijdens het duiken als de spronglaag (ook wel “thermocline”). Zolang het water in het Grevelingenmeer stilstaat, wordt het zwaardere, koude water op de bodem niet ververst waardoor een tekort aan zuurstof onder de spronglaag ontstaat.

 

Grevelingen

Beggiatoa aan het werk.

 

Aanvoer Oosterscheldewater

De Flakkeese spuisluis is nu dus een manier om ervoor te zorgen dat het water in het Grevelingenmeer regelmatig wordt ververst met zuurstofrijk water. De hoop is dat de aanvoer van Oosterscheldewater de zuurstofloosheid in het Grevelingenmeer tegengaat. Het is moeilijk om nu al iets te zeggen over het effect van het spuien. Een zomer is niet genoeg om conclusies te kunnen trekken, aangezien er andere factoren meespelen zoals de temperatuur en het weer deze zomer. We zijn een paar zomers verder eer we met zekerheid kunnen zeggen of de Flakkeese spuisluis het gewenste effect heeft op de waterkwaliteit. En tot hoever het effect in de Grevelingen doorwerkt.

 

Een tweede manier om zuurstofloosheid tegen te gaan is het terugbrengen van een beperkte getijdenwerking in het Grevelingenmeer. Getijdenwerking brengt het water in beweging en daardoor mengen de waterlagen beter door elkaar. Zo zou er ook genoeg zuurstof in de diepere delen van het water komen. Onderzoeksinstituut Deltares, dat betrokken is bij onderzoek naar zuurstofloosheid in kustgebieden, drukt de zuurstofloosheid in het Grevelingenmeer uit in zogeheten “zuurstofarm areaal”. Dat is de oppervlakte van het gebied dat in de zomermaanden zeven of meer aansluitende dagen minder dan 3 mg/L zuurstof bevat. Modelstudies van Deltares laten zien dat een verval (dat is verschil tussen HW en LW) van vijftig centimeter genoeg moet zijn om het zuurstofarme areaal in de zomermaanden met zestig procent te laten afnemen. In de illustraties zie je het zuurstofarme areaal in de huidige situatie zonder getij (1) en bij een getijdenwerking met een verval van vijftig centimeter (2). Onderzoek laat dus zien dat het terugbrengen van getij wel degelijk effect zou hebben op de zuurstofconcentraties in het diepe water. De plannen van Rijkswaterstaat zijn om een tweede doorlaat in de Brouwersdam te maken, zodat via de twee doorlaten het Noordzeewater weer de Grevelingen in- en uitstroomt en een beperkt getij terugkomt. Door geldgebrek is dit project op de lange baan geschoven.

Illustratie 1:

Grevelingen

Illustratie 2:

Grevelingen

Diepe putten

Een onderzoeksinstituut als Deltares doet nog volop onderzoek naar de mogelijke oplossingen voor de zuurstofloosheid in het Grevelingenmeer, maar uit eerdere studies van Deltares blijkt dat de diepe putten bij Scharendijke en Den Osse waarschijnlijk altijd gevoelig blijven voor zuurstofloosheid in de zomer. Is dat erg? Het Grevelingenmeer is immers niet meer het natuurlijke systeem van voor de Deltawerken. Dit zal een discussiepunt blijven voor alle betrokken partijen. En hoe mooi de studies en computermodellen ook zijn, pas als het getij in het Grevelingenmeer daadwerkelijk teruggebracht is, zullen we echt weten wat het effect is.

 

Een verval van vijftig centimeter zou genoeg moeten zijn om het zuurstofarme areaal in de zomermaanden met zestig procent te laten afnemen.

 

Flakkeese Spuisluis weetjes

  • Onder de Grevelingendam liggen zes kokers van elk drie bij drie meter en een lengte van 69,65 meter. Er kan maximaal 308 kubieke meter water per seconde doorheen.
  • De spuisluis werkt als een hevel. De buizen lopen omhoog en dan weer naar beneden. Pompen bouwen bovenin de knik onderdruk op waardoor het water gaat stromen.
  • Rijkswaterstaat moest de spuisluis aanpassen zodat het water van de Oosterschelde naar het Grevelingenmeer kan stromen. De buizen zijn schoongemaakt, er is een stortebed aangelegd aan de Grevelingenkant en het besturingssysteem is vernieuwd.
  • In de Flakkeese Spuisluis is ruimte gemaakt voor een “Tidal Testing Centre”. Ofwel een proef met het opwekken van stroom uit de getijdenbeweging. De Provincie Zeeland wil hiermee inzicht krijgen in de beste techniek voor een toekomstige getijdencentrale in de Brouwersdam. Die moet groene energie opwekken voor 3000 tot 35.000 huishoudens op Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee.