Leestijd: 10 mins

Een uitgebreide terugblik op de lezersreis Onderwaterbiologie Wereldwijd naar het Indonesische eilandje Maratua.

Het is 04:30. We zitten dicht opeen in een bootje dat ons met laagwater over het rif gaat helpen. Om ons heen bliksemt het, en er staat een behoorlijke deining. We kijken aan tegen anderhalf uur stuiteren op de duikersboot richting Talisayan. We laten een voortreffelijk, maar verder uitgestorven resort See View achter. Wij zijn de eerste en enige bezoekers op deze plek sinds corona.

‘Wij’ zijn een groep zeer ervaren duikers en instructeurs die deelnemen aan de NOB lezersreis naar Maratua in samenwerking met reisbureau Merapi. Voor we verder verslag doen van de excursie van vandaag eerst even een terugblik op wat we al hebben meegemaakt.

De reis naar Maratua is lang. Na de vlucht naar Jakarta is het overstappen op een vlucht naar Borneo, waar we overnachten. De volgende ochtend vliegen we door naar Berau, ook op Borneo, waar de boot die ons naar Maratua brengt ligt te wachten. Eerst een anderhalf uur varen over een bruine rivier, gekleurd door het afval van alle steengroeves hier. Langs de rivier ligt het oerwoud, hier en daar onderbroken door vissersdorpjes.

We hebben geluk, onderweg zien een nog een paar langneusapen. De schipper stuurt direct bij om gelegenheid te geven om ze goed te fotograferen. Daarna is het nog een uur naar en door de Derawan Archipel, waarvan Maratua een van de eilanden is.

Het naderen van het eiland leidt niet direct tot buitenzinnige vreugde. Het is doodtij. Misschien mogen we wat we zien geen plasticsoep noemen, maar een heldere plastic bouillon is het op zijn minst. Werken aan het behoud van het milieu is een van de doelen van de cursus en hier beginnen we met een slecht voorbeeld. Dit ondanks dat een deel van dit gebied officieel natuurgebied is in Indonesië.

Eenmaal op het eiland is er niets meer te klagen. Uitstekende appartementen, een goede keuken en, wat voor ons het zwaarste weegt, een meer dan uitstekend duikcentrum met goede gidsen.

 

  • Rob Kool
  • Rob Kool
  • Harry Brand
  • Harry Brand
  • Ronald Bosch

Big Fish en macro

Er is zoveel ervaring binnen de groep dat ze de cursus best lollig vinden, en ze doen er dan ook enthousiast aan mee, maar ze komen uiteindelijk voor ‘Big Fish’. Het valt niet te ontkennen dat dit tegenvalt. De plaats waar dit moet gebeuren is ‘The Channel’, een plek waar je een rifhaak nodig hebt om op je gemak te kijken naar alle barracuda’s en haaien die langs komen zwemmen. Ook de manta’s zijn hier van tijd tot tijd te zien, maar niet vandaag. De barracuda’s doen hun best. Ze zijn er in grote aantallen en cirkelen dreigend rond. We vinden één wittip reef haai onder een tafelkoraal, maar ook die is niet heel groot.

Later horen we dat de manta’s tijdens de coronaperiode zijn opgepeuzeld. Door het wegvallen van het toerisme waren er geen inkomsten en dan heb je uiteindelijk nog wel een stevige maaltijd als je een manta vangt. We hopen dat het een broodje aap is, maar kunnen dit niet bevestigd krijgen.

Op de terugweg van ‘The Channel’ speelt wel een groep dolfijnen rond de boot. Duikers blijken op dat punt verdeeld. De puristen vinden dat een waarneming alleen telt als je een dier onder water ziet, anderen zijn rekkelijker en nemen ook vanaf de boot foto’s.

We geven the Big Fish nog niet op, maar in het kader van de cursus is er ook veel aandacht voor het ‘macroleven’, de kleinere biodiversiteit tussen, op en boven de riffen. Er zijn in de archipel heel veel koraalriffen. Sommige hebben schade door storm, scheepvaart en dynamietvissen, maar in vergelijking met veel andere plekken op de wereld is het hier nog redelijk ongerept. Vele stukken zijn ronduit schitterend en vergelijkbaar met plaatsen als Raja Ampat, Komodo en Nusa Penida. Die riffen bieden een uitstekend onderkomen voor de kleine ongewervelden zoals zeeveren, gorgonen, zeekomkommers en sepia’s. Gezamenlijk proberen we de lijst van stammen en klassen in het boek voor dit gebied vast te leggen. En hoewel het niet helemaal lukt, komen we een eind tijdens de reis.

  • Leendert Smit
  • Leendert Smit
  • Leendert Smit
  • Leendert Smit
  • Ronald Bosch

 

Kakaban

Een bijzonder excursie om kleine organismen te zien is een tocht naar het eiland Kakaban, waar een kwallenmeer is. Het is een zoutwatermeer dat omgeven wordt door een mangrovebos. Dat laatste komt in de specialisatie uitgebreid aan bod. Mangrove is de kraamkamer voor veel soorten, en wordt wereldwijd ernstig bedreigd door bouw- en recreatieactiviteiten. Ook hier zien we tussen het wier onder meer slangsterren, sponzen, bloedzuigers en slakken.

Maar het belangrijkste in Kakaban zijn de bruine kwallen. Die steken niet en zitten met duizenden in het meer. In dit meer mag je alleen snorkelen zonder vinnen om de tere kwallen niet te pletten.

Dat ‘afblijven en niet beschadigen’ wordt niet door iedereen begrepen. Een groep Japanse toeristen grijpt de kwallen beet en verzamelt ze voor de mooiste foto’s, altijd met een hand in de V-vorm in de lucht.

Veilige haven voor schildpadden

Een tweede poging om ‘Big Fish’ te zien is een excursie naar Sangalaki Island. Er wordt ritueel wat rondgevaren, maar de beloofde manta’s zijn ook hier in geen velden of wegen te bekennen. Toch is het vanuit de cursus bezien zeker geen slechte tocht. Sangalaki Island is een ‘turtle sanctuary’.

Dat houdt in dat het (onderzoeks-)team hier schilpaddeneieren, die door de groene schildpadden op het eiland worden gelegd, uitgraaft en vervolgens weer ingraaft in een afgesloten tent. Hierdoor kunnen de talrijke varanen op het eiland niet bij de eieren komen.

Leendert Smit

Als de jonge schilpadden uit het ei komen graven ze zich uit het zand en begint de sprint naar zee. Een tocht die de meesten niet overleven. Hier kunnen ze de tent niet uit en worden ze overgebracht naar een bassin waar ze twee maanden de tijd krijgen om iets groter te worden. Daarna worden ze na het invallen van het duister in zee uitgezet, op een moment dat de meeste rovers, zoals de visarend, slapen. Op deze manier levert Indonesië een bijdrage aan het voortbestaan van de groene zeeschildpad.

Op de terugweg zien we bij Maratua een manta die aan het eten is door plankton uit het oppervlakte water te zeven. Het is een prachtig gezicht, maar omdat het vanuit de boot wordt bekeken telt het weer niet voor iedereen.

  • Leendert Smit
  • Leendert Smit
  • Rob Kool
  • Rob Kool
  • Rob Kool


Walvishaai

Terug naar het begin van dit verhaal. De tocht naar Talisayan valt te omschrijven als ‘een barre tocht’, maar we maken hem niet voor niets. Voor dit eilandje drijven een aantal vissersboten die met Bamboe en PVC pijp zijn uitgebouwd tot drijvende eilandjes waar vis wordt vervangen en verwerkt.

De restanten van de vis en de bijvangst worden overboord gekieperd. Een groepje walvishaaien vindt dat comfortabel en maakt ’s ochtends een rondje langs de vissers om de resten weg te werken.

We zijn er even voor zeven uur en hebben geluk. Twee kleine walvishaaien zwemmen rond het vissersstation waar wij aanmeren. En klein is bij walvishaaien heel betrekkelijk. Ze zijn ruim zes meter! Volgens de voorschriften van ‘duurzaam duiken’ moet je minimaal drie meter bij deze dieren vandaan blijven. Zelf blijken ze die regels niet doorgekregen te hebben en verscheidene deelnemers komen in aanraking met de ruwe huid van de dieren. Net als de manta’s zijn het planktoneters, die per uur zo’n 6000 liter zeewater naar binnen laten lopen. Na het zeven van deze enorme hoeveelheid loopt het water via de kieuwen weer naar buiten. De walvishaai zoekt gebieden met een hoge planktondichtheid, en daar zijn meer vissen in geïnteresseerd. Ze worden dan ook omgeven door een school loodsvissen, die zich met een zuignap op de kop kunnen vastzuigen aan de walvishaai als die sneller gaat zwemmen. Ook onder de haai zie je scholen kleinere vis. Zij gebruiken de haai als bescherming tegen predatoren van boven.

Leendert Smit

We zijn het er over eens dat het snorkelen of duiken met deze enorme beesten het vroege opstaan en het stuiteren met de hoge golven meer dan de moeite waard maakt.

En zo hebben we om acht uur in de ochtend nog twee riffen en een nachtduik te gaan. Die nachtduiken zijn ook een serieus deel van de cursus. Overdag zie je nauwelijks zee-egels en krabben, ’s nachts worden die pas echt actief. En voor de fotografen zijn de vissen die slapen op het rif weer een buitenkans om mooie foto’s te maken. Voor fotograferen en video worden andere duikersreizen georganiseerd, maar wij nemen het hier mooi even mee.

De gidsen hebben er inmiddels zo veel plezier in dat het serieuze duiken worden van meer dan een uur. Als we tijdens de laatste duik van de week nog een zeeslang tegen komen kunnen we stellen dat we alle cursusonderdelen in werkelijkheid hebben gezien en sluiten we onder water af waarbij we ‘uitgezwaaid’ worden door de laatste zeeschildpadden. De cursus eindigt met een avond waar de deelnemer verhalen vertellen over hun zeer uitgebreide ervaring met wereldwijd duiken.

Na zo’n reis is het altijd de vraag of het de moeite is. Consensus is dat het bijdraagt aan anders kijken en meer zien. Ook wordt duurzaam duiken goed over het voetlicht gebracht. Maar de keerzijde is dat het een zeer lange reis is voor een cursus met achttien duiken. Het is dan ook aan te raden de lezersreizen de optie te geven van een uitbreiding met een bezoek van een of meer van de eilanden van de archipel. Want hoewel niet iedere duiker ervan overtuigd is, ook bovenwater is er genoeg te zien.

 

 _______________________________________________________________

Maratua praktisch

Maratua is een eilandje 50 km voor de oostkust van Kalimantan, Indonesisch Borneo en onderdeel van de Derawan archipel. Het is een ‘atol’: een ringvormig eiland waarvan de landmassa gefundeerd is op een koraalrif. Maratua is eigenlijk een enkele tientallen kilometers lange strook land, op veel plekken maar enkele honderden meters breed, die als een halve cirkel rond een grote lagune ligt. Het heeft witte stranden, wuivende palmbomen en azuurblauwe zee. De eilandengroep is in 2005 aangemeld op de tentative list van de werelderfgoederen van de UNESCO.

REIS: Maratua heeft een zeer gelijkmatig klimaat, het hele jaar door is het er warm en vochtig. Vermijd je graag drukte? Het hoogseizoen voor toerisme is van december tot februari. Om op Maratua te komen ben je even onderweg. Via bijvoorbeeld Singapore of Jakarta vlieg je naar Berau (1 uur) en neem je vervolgens de boot naar Maratua, een tocht van 3 uur. Deze boottocht gaat deels over een rivier langs tropische oevers en de laatste 1,5 uur op zee. : Wat wil een duiker nog meer. De boottransfers gaan op vaste dagen: heentransfer naar Maratua: maandag, woensdag en zaterdag. De terugtransfer vanaf Maratua: dinsdag, vrijdag en zondag.

DUIKEN: Je lange reis wordt beloond met prachtig duiken en een heerlijk eiland. Ongelimiteerd duiken, schildpadden, manta’s, een uniek “jellyfish lake”, palmbomen, een lang wit zandstrand en een verblijf in tropische sferen. Duiken kan het hele jaar door op Maratua. Het regenseizoen is van oktober tot januari en dan kan het zicht wat minder zijn.

VALUTA: In Indonesië betaal je in Rupiah (IDR). De wisselkoers ten opzichte van de euro is nogal wisselend.

VACCINATIES: Ongeacht verblijfsduur worden de volgende vaccinaties voor Indonesië aangeraden: vaccinatie tegen DTP (difterie, tetanus en polio) en vaccinatie tegen hepatitis A (besmettelijke geelzucht).  Als je geen mazelen of een vaccinatie tegen mazelen hebt gehad, wordt een BMR inenting aanbevolen voor Indonesië. Coronavaccinaties worden streng gecontroleerd in Indonesië.

TIJD: Het is op Maratua zes uur later dan in Nederlandse zomer. In de Nederlandse winter is het er zeven uur later.

TAAL:  De mensen in Kalimantan gebruiken Indonesisch als officiële taal enzullen onderling Banj spreken. Ook spreken veel mensen Javaans of Boeginees. De toeristentaal is Engels.