Leestijd: 2 mins

De eerste “schelpdierbankdag” van Anemoon, Ravon en de NOB is een succes.

Vooraf had organisator Manon op maximaal vijftig duikers gehoopt. Toen ze zestig aanmeldingen had, kreeg ze het een beetje benauwd. Uiteindelijk kwamen ruim tachtig duikers naar de Brouwersdam voor een monitoringsduik om het leven op een grote schelpdierbank in de Noordzee in kaart brengen. De duik stond eigenlijk voor juni gepland. Door een storm en slecht zicht werd het evenement toen geannuleerd. Bij deze tweede poging schijnt het zonnetje en we kunnen ongeveer drie meter ver kijken.

 

Vooraf heeft bioloog Adriaan Gmelig Meyling uitgelegd wat de bedoeling is. We moeten zoveel mogelijk foto’s maken om later de dieren die we hebben gezien op naam te kunnen brengen. En iedereen moet een MOO-formulier invullen, vernoemd naar het “Monitoringproject Onderwater Oever”. Daar kunnen we precies op aankruisen wat we wel en niet hebben gezien, hoe diep en in welke aantallen. De tachtig duikers worden over acht groepen verdeeld die ieder een eigen deel van de schelpdierbank in kaart brengen. Duikers die minder mobiel zijn, gaan direct bij de blokkendam het water in bij sectie 1. De stoere mannen en vrouwen moeten naar sectie 8, een heel eind uit de kant. Ze hebben geluk, vertellen Björn Meiresonne en Roland Meeuwsen van NOB-duikvereniging Aqua-Holic naderhand. De Witte Boulevard was aanwezig met een boot en heeft hen en de andere duikers uit de groep op de juiste plek in de Noordzee afgezet. Ze zien er platte oesters, Japanse oesters, een hooiwagen, grondels en veel mosdiertjes. Björn: ‘Eigenlijk hetzelfde als in de Noordzee. Ik had bij de term “schelpdierbank” een duidelijk rif of drop-off verwacht. In werkelijkheid is het een ondiepe zandvlakte vol met schelpen. Het werd nergens dieper dan 3.7 meter. Dat was eigenlijk niet wat ik verwacht had. Voor een keer is het wel leuk.’

 

De duikers van sectie 2 tot en met 7 blijken allemaal ongeveer hetzelfde gezien te hebben. Alleen dichtbij de blokkendam is het anders, vertelt Floris Bennema: ‘We zagen meerdere zeedahlia’s die zich op het hard substraat hadden vastgezet. Bij ons liep de bank ook veel dieper af.’ Nu is het afwachten wat er bij deze eerste monitoringsduik allemaal is gezien. ‘Naar verwachting zijn er dertig nieuwe soorten ontdekt,’ aldus Sanne Ploegaert van stichting Ravon, een organisatie voor de bescherming van amfibieën, reptielen en vissen. ‘Met nieuwe soorten bedoelen we dieren of planten waarvan we nog niet wisten dat ze op deze schelpdierbank voorkomen. Het is een schatting op basis van de gesprekken die ik vandaag heb gehad. Zo is de grofgeribde fuikhoorn gezien, een slak. Maar we moeten eerst alle MOO-formulieren bestuderen voor we meer weten.’